Dichter op een podium verkoopt

Dichter op een podium verkoopt

Het Parool, Kunst en Media, zaterdag 2 februari 2013

microphone image Pixabay
microphone image Pixabay

Dichter op een podium verkoopt

Poëzieweek: Boekenbranche wil een groter publiek naar dichtbundels lokken

Dieuwertje Mertens

Om poëzie in Nederland en Vlaanderen te promoten is het deze week Poëzieweek. Onder meer Stichting CPNB organiseert activiteiten met als doel: een groter bereik creëren voor poëzie.

Poëziefestivals, zoals Poetry International in Rotterdam en Huis van de poëzie in Utrecht, worden goed bezocht, gelet op de bezoekcijfers van de afgelopen vijf jaar. Maar met de poëzieverkoop gaat het net als met de andere segmenten binnen de boekenmarkt slecht, zo blijkt uit cijfers van marktonderzoeksbureau GfK.
Vorig jaar werd 21 procent minder poëzie verkocht dan in 2011. De dalende tendens is al in 2008 ingezet, en wijkt sterk af van de neergang in de totale boekenmarkt, die de afgelopen jaren telkens tussen de 0,5 en 6,5 procent kromp. Alleen in 2011 was er een opleving in de verkoop van poëziebundels. Een mogelijke verklaring is dat er in dat jaar meer bundels zijn uitgekomen: in 2011 werden bijvoorbeeld 122 bundels ingezonden voor de VSB poëzieprijs, in 2012 slechts 75.

Poëzie is altijd een niche geweest binnen de boekenbranche. Oplages van 500 tot 750 exemplaren, waarvan bijvoorbeeld maar 200 verkocht worden, zijn geen uitzondering. Ter vergelijking: van de gemiddelde roman bedraagt de oplage tussen de vijftienhonderd en vijfduizend exemplaren. Joost Nijsen, directeur van uitgeverij Podium, heeft op dit moment dertien dichters onder zijn hoede. Poëzie is ‘een gezichtsbepalend onderdeel’ van zijn fonds. Maar volgens hem zijn boekhandels steeds voorzichtiger met de inkoop van nieuwe titels: “Als je een bundel aanbiedt en er is niet iets heel bijzonders aan de hand, dan moet zo’n dichter echt opgemerkt worden door recensenten, of een prijs winnen, wil het nog wat worden met de verkoop.”

Mark Schaap, boekverkoper bij boekhandel Athenaeum op het Spui, vindt het niet gepast om te zeggen hoeveel bundels hij gemiddeld inkoopt per dichter. “Laten we zeggen: van de nichedichters minder dan tien.” Van een daling in de verkoop van bundels heeft hij vooralsnog niets gemerkt. “Maar dat komt misschien ook doordat de helft van de boekhandels geen poëzie meer verkoopt. De verkoop van poëzie is bij ons al jaren stabiel.”

Toen Nijsen Podium tien jaar geleden oprichtte, had hij het voornemen geen poëzie uit te geven: “Poëzie is niet het genre waar je winst mag verwachten. En eerlijk is eerlijk: ik ben uitgever, geen charitatieve instelling. Maar toen kwam Ronald Giphart met het werk van Ingmar Heytze. Ik vond het zó goed, zó toegankelijk, ritmisch en muzikaal. Ik dacht: ik heb de plicht om dit uit te geven. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Ingmar Heytze bleek voor een dichter heel succesvol. Hij heeft al tien bundels op zijn naam staan en verkoopt steeds een paar duizend exemplaren. Hij is een productieve en enthousiaste dichter, die veel en geslaagd optreedt. Hierdoor heeft hij zijn eigen publiek gecreëerd. Bundels van dichters die minder vaak optreden, verkopen ook minder goed,” stelt Nijsen.

Hij ziet dat ook bij andere succesvolle dichters binnen zijn fonds: “Tjitske Jansen en nieuwkomer Kira Wuck treden veel op en verkopen goed. Tjitske Jansen verkocht vijftienduizend exemplaren van haar debuut Het moest maar eens gaan sneeuwen en er zijn inmiddels bijna tweeduizend exemplaren van Wucks debuut Finse meisjes verkocht. Dat is extreem veel voor een debutant. Als je dat vergelijkt met dichters binnen het fonds die weinig optreden, dan zie je dat deze minder succesvol zijn.”

Ook Heytze ziet een link tussen zijn boekverkopen en optreden. “Als je naar een dichtbundel kijkt, denk je: het is een dun boekje en best wel duur. Kopen is een kwestie van gunnen. Je hebt sneller iets met een persoon van wie je het gezicht kent, dan met een volstrekt anoniem figuur. Ik denk dat veel dichters meer dan ooit het verdienmodel van bandjes hebben. Bundels zijn, zelfs voor iemand als ik, niet meer dan een extraatje.”

“De bundels zijn je visitekaartjes, de reden dat je weer nieuwe optredens krijgt. Ter vergelijking: ik verdien met optredens minstens vijf keer zo veel als aan de royalties van mijn bundels. Optredens en bundelverkoop vormen wel een soort systeem: een bundel uitbrengen leidt tot optreden, goed optreden leidt tot bundelverkoop, behoud van publiek en het opbouwen van nieuw publiek.”

In de top tien van bestverkochte poëziebundels van 2012 van de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek staat De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag, de laatste bundel van Jean Pierre Rawie, op de eerste plaats. Binnen twee weken ging de bundel al in herdruk. Op dit moment zijn er meer dan tienduizend exemplaren van verkocht. Geen geringe prestatie, aangezien de bundel pas in het najaar verscheen. Rawie, altijd al een populaire dichter, heeft zijn faam mede te danken aan zijn optredens als voordrachtskunstenaar.

Ook de Amsterdamse stadsdichter en veel geziene podiumgast Menno Wigman heeft een prominente, vijfde, plaats binnen de top tien. Andere dichters die het goed doen zijn de dode dichters, zoals op de tweede plaats de immer populaire Annie M.G. Schmidt en op derde plaats de Poolse dichteres Wislawa Szymborska, die vorig jaar overleed.

Desalniettemin zijn de absolute verkoopcijfers laag. Nijsen: “Het is een betrekkelijke elite die bundels koopt.” Toch denkt hij dat er nog wat te winnen valt. “Ondanks de verdrietig stemmende verkopen worden poëziefestivals door zo veel mensen bezocht: aan poëzieliefhebbers ontbreekt het niet. Je zou zeggen: die mensen moet je ook kunnen verleiden om meer bundels te kopen.”

Poëzieweek, t/m 6 februari. Voor informatie over het eerste nationale Gedichtenbal en andere activiteiten: www.poezieweek.com