Dieuwertje Mertens journalist- redacteur- docent

Boos en machteloos tegelijk

Boos en machteloos tegelijk

Het Parool, PS zaterdag 20 januari 2018

De gruwelen in de wereld

Dieuwertje Mertens

De dichtbundels die Remco Campert (1929) de afgelopen jaren uitbracht, stonden in het teken van zijn naderend afscheid, maar in Open ogen dringt ook de actualiteit de bundel binnen: de dichter houdt zijn ogen wijd opengesperd en aanschouwt de gruwelen in de wereld.

Afgerukt been bot bloed/ laaiend vuur in de vlieghal/ zij zit met het hoofd van haar kind in handen/ schedel beroofd van dromen/ hij merkt in een tel van eeuwigheid/ dat zijn benen ontbreken/ en sterft. Campert windt er geen doekjes om in zijn openingsgedicht Zaventem. Het bloederige tafereel mondt uit in een gebed: god ontferm u/ en schaf religie af.

Campert windt er geen doekjes om in zijn openingsgedicht

Met zo’n direct gedicht zet hij de lezer op scherp. Dat Campert zich op de valreep en voor het eerst in zijn dichterscarrière op de actualiteit stort, is buitengewoon prijzenswaardig en verfrissend te noemen. Daarnaast bevat Open ogen, net zoals voorgangers als Licht van mijn leven (2014) en Levensloop (2015) ook meer persoonlijke gedichten over een bijna voltooid leven en het bijkomende gemis van (overleden) vrienden, onder wie Eddy van Vliet en Rudy Kousbroek. Hoewel ook hierin de dood centraal staat, zijn het in deze actuele bundel toch een beetje vreemde eenden in de bijt tussen de gedichten over aanslagen, vluchtelingen en oorlogskinderen.

Er komen allerhande nieuwsbeelden voorbij, zoals dat iconische beeld uit 2016 van de vijfjarige Omran die in shock verkeert, nadat hij in Aleppo onder het puin vandaan is gehaald en in een ambulance op een stoeltje is gezet: Ik zag een jongetje zitten verwezen/ op een stoeltje bedekt met bloed/ en asgrauw puinstof/ onder een huis weggehaald/ met bommen bestookt/ door Assads moordenaarstroep// dit gedicht helpt hem niet/ maar het is genoteerd.

Veel van de actuele gedichten zijn erg letterlijk: Campert beschrijft wat hij ziet, verbaast zich erover en/of geeft zijn mening (godsdienst moet worden afgeschaft, Assad is een massamoordenaar). Kenmerkend is zijn eigenzinnige woordkeuze (‘verwezen’, ‘de hebniks’). De beste gedichten in Open ogen bieden niet alleen ruimte voor opwinding, maar ook voor (muzikale) verwondering – een kwaliteit waar Campert in uitblinkt.

In Licht van mijn leven beschreef hij zijn poëzieopvatting als volgt: poëzie is de toon/ die muziek maakt. Aan dat credo voldoet bijvoorbeeld het gedicht Aanslag (2): Een godsdienst, mij vreemd als elke,/ waart over de wereld met razend duister/ uit op het bloed van de maagden/ bataklàn bataklàn bataklàn/knallen de kalasjnikovs

Campert maakt zich boos, maar is zich ook bewust van zijn machteloosheid; een dichter kan de wereld niet redden. Er is maar één manier om verlossing te vinden: ik laat achter wat mij zorgen baarde/ ik sta op in de dood/ een vrije mens/ die zich thuis voelt in tijdloosheid.