Month: January 2019

Van Afrika en voor Afrika

Van Afrika en voor Afrika

Het Parool, Boeken, 12 januari 2019 Winternachten: Literatuur vanuit Oegandese orale traditie Jennifer Nansubuga Makumbi is komende week te gast op het Haagse literatuurfestival Winternachten Writers Unlimited. Een gesprek over Afrikaanse literatuur. ‘Afrikaanse auteurs schrijven vaak voor de witte markt.’ Door Dieuwertje Mertens ‘For God’s…

Een nog groter mysterie

Een nog groter mysterie

Het Parool, zaterdag 12 januari, Boeken Romanschrijver van beroep Door Dieuwertje Mertens Hoe komt het dat de Japanse auteur Haruki Murakami wereldwijd zoveel hartstochtelijke bewondering oogst onder lezers? En dan heb ik het niet over het gedegen soort literaire waardering dat wel meer wereldberoemde auteurs…

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, 5 januari 2019

Woede als een oud motorblok, ontleden

Door Dieuwertje Mertens

Wat doe je als je geen kant op kunt met je woede? ‘Een woede als een oud motorblok/ ontleden, met je handen verspreiden over een kleed/ op tafel, en opeens alle onderdelen/ zien liggen, een woede zien liggen/ zonder dat hij nog bevestigd is‘ dicht Roelof ten Napel (1993) in zijn openingsgedicht Vuur. In zijn poëziedebuut Het woedeboek worstelt de verteller met zijn christelijke achtergrond en zijn homoseksualiteit.

In hoofdlijnen kent de bundel een voorspelbaar verloop: de verteller maakt stadia van onbegrip, afwijzing, twijfel, wanhoop (gebed) door – dan volgt verlossing in de vorm van zelfacceptatie. Daaronder heeft de bundel een bijzondere en grillige structuur doordat hij in ongelijkmatige onderdelen uiteenvalt: gedichten hebben terugkerende titels, zoals Vuur, Wolf, Machine, Magnolia en Psalm. De titels lijken een soort categorisering waarin ‘wolf’ bijvoorbeeld verwijst naar de verbinding met de voorouders (wolf, jij doodskop,/ wat wil je dat ik zeg? van voorouders vervulde blik waar ga je heen?’) en ‘machine’ naar de maakbaarheid en het defect van de dingen (‘Mijn na jaren wrijving versleten tuig,/ er huist nog een geest in – je weet toch nog/ hoe ik door je bewogen werd?‘) De dichter hanteert een vocabulaire van oude woorden (vuur, wolf etc.) en vermijdt al te hedendaagse begrippen.

De meeste gedichten zijn geschreven vanuit de tweede persoon: er is een ‘je’ die zijn plek in de voorouderlijke lijn probeert te doorgronden en die zichzelf toespreekt. De worsteling van de verteller zit in het bewustzijn dat het lichaam de drager is van ons wezen, ons ‘zijn’. Dat lichaam kent zondige verlangens en is niet geheel te sturen door de geest. Het komt voort uit een gelovig geslacht dat alles afwijst waar hij naar verlangt: ‘Het nageslacht staat hijgend op de drempel (..) je zonde is dat jij in leven blijft ten koste van/ alles, en jij jezelf/maar niet weet weg te nemen.

In dit soort gedichten toont de verteller zich kwetsbaar en wanhopig. Toch wordt hij nergens pathetisch. Hij geeft voldoende tegengas in gedichten vol (Bijbelse) verwijzingen en sterke, oude metaforen, zoals in het gedicht dat de titel Woede draagt waarin de verteller zich tot zijn schepper verhoudt: ‘Mijn lichaam getuigt van een oeroud/ woedend vuur, dat aan mij likt,/ en van mij brandt, hoewel er niks verteert -// en daarin ergens leeft een hitte/die mij begeert, die ik begeer, waarin ik/opga, met ontzagwekkende dorst.‘ Wat een krachtig en emanciperend poëziedebuut.