Dit is prozacontroverse

Het Parool, PS Boeken, 25 mei 2019

Spoken word in Nederland

Dieuwertje Mertens

Spoken word hoort eigenlijk niet thuis in een papieren bloemlezing, want ‘ook ritme, tempo, mimiek, bewegingen, intonatie en interactie met het publiek’ horen bij deze ‘voordracht van een zelfgeschreven tekst’. In die zin zou een digitale bloemlezing met filmopnames meer voor de hand liggen. Maar Babs Gons, ambassadeur en spoken word artiest van het eerst uur, kiest bewust voor een boek. Met Hardop vraagt ze aandacht voor deze ‘hoognodige kunstvorm’. Ze selecteerde het werk van achttien spoken word artiesten die ‘een staalkaart van de Nederlandse spoken word scene’ vormen.

Ambieert Gons dat spoken word als kunstvorm een plek krijgt in de literatuur, dan voelt het als een logische zet om de teksten ook op papier af te drukken, zodat het genre ook zijn plek tussen de gedrukte literatuur opeist. Echter: als je die ‘status aparte’ in de literatuur echt wil overkomen, dan is de consequentie dat je ook naar literaire maatstaven wordt beoordeeld.  Maar dat lijkt niet de bedoeling. In het voorwoord schrijft Gons: ‘(..) deze kunstvorm is een zeer toegankelijke vorm van literatuur. Waar mensen die de taal niet (helemaal) goed beheersen, dyslectisch zijn, of anderzijds een schijnbare taalachterstand hebben zich onzeker of onwelkom kunnen voelen in de klassieke literatuur het idee hebben (..) geloof ik graag dat de deur van de spoken word poëzie voor iedereen openstaat.’

Gons heeft duidelijk veel tijd en aandacht besteed aan de (eind)redactie, hoewel sommige grammaticale fouten zijn blijven staan. Vermoedelijk niet per ongeluk, maar als statement, om duidelijk te maken dat het er in de scene niet toe doet (‘Het maakte hun niets uit/De restjes waren toch al van hun’, Neusa Gomes).

De gastvrijheid van de scene, waarin zelfexpressie wordt beloond met een applaus is vanuit emanciperend oogpunt natuurlijk te prijzen, maar maakt het ook lastig om kwaliteitseisen aan het genre te stellen. De bloemlezing Hardop zou een eerste aanzet kunnen zijn, maar de eisen die Gons bij selectie heeft gesteld, komen niet helder naar voren in haar voorwoord (‘artiesten die optreden in binnen- en buitenland’) en blijken ook niet uit de selectie en dat is een gemiste kans.

Spoken word teksten zijn in oorsprong een (door ervaring gekleurde) aanklacht of een pamflet. Ze zijn vaak te letterlijk om voor poëzie door te kunnen gaan, uitzonderingen daargelaten. Als het genre ergens tegenaan schurkt is het de hiphop. Denk aan de Last poets; de groep hiphop en spoken word artiesten die voortkwam uit de Burgerrechtenbeweging in de jaren zestig van de vorige eeuw. De Last Poets uitte haar maatschappelijk onvrede op de beat van een drum in de straten van New York. Binnen de hiphop worden duidelijke kwaliteitseisen gesteld: Ritme, rijm, woordspelingen, inversies en humor zijn daarvan belangrijke pijlers.

De teksten van rapper Akwasi die zijn opgenomen in de bloemlezing hebben ritme en flow, hij speelt met dubbelzinnigheden in de taal, gebruikt (binnen)rijm: ‘Vreemd is raar, raar is traditie en traditie is commentaar./Commentaar is proza. Proza is vers. Dit is prozacontroverse./Ben een provocateur extraordinaire dus aandacht is PR.’

Lijnrecht hiertegenover staan dan bijvoorbeeld de tekst Hiphop van rapper en spoken word artiest Elten Kiene, die meer iets wegheeft van de slecht uitgewerkte notulen van de vergadering van een maatschappelijk organisatie: ‘We hebben het steeds vaker over/diversiteit/over inclusiviteit/over samen leven.’ Slotsom: hiphop is onmisbaar. De boodschap bestaat uit aaneengeregen holle frasen en maatschappelijke clichés: met de vorm is vrijwel niets gedaan.

Het scala aan stilistische middelen dat wordt ingezet, is regelmatig beperkt. Wat direct opvalt aan Hardop is dat veel teksten opsommingen zijn en het moeten hebben van herhaling  –  wat op het podium een boodschap bekrachtigt en zorgt voor vormeenheid – maar op papier op den duur, en zeker zo achter elkaar gezet, vervelend is.

Aangezien er zo nadrukkelijk wordt gesproken over een ‘kunstvorm’ zou een van de basiscriteria ‘oorspronkelijkheid’ en een ‘eigenzinnige of creatieve omgang met taal’ moeten zijn. De selectie valt tegen, op een paar geoefende artiesten na, die het opvallend genoeg juist moeten hebben van de kruisbestuiving met andere disciplines, zoals dichter Dean Bowen of de samensteller zelve, die ook voor andere media schrijft.

Wat Hardop vooral laat zien is dat de behoefte aan erkenning groot is, maar dat er meer aan zelfreflectie gedaan zou mogen worden, waarbij het is aan te bevelen verder te kijken dan emancipatie, zodat de kunstvorm zich verder kan ontwikkelen.

 

Hardop spoken word in Nederland; samengesteld door Babs Gons

Atlas Contact

219 blz.

20,00