Schrijverijblog
Schrijverijblog
Huis van de Poëzie
Sommige feestdagen kun je niet overslaan. De belangrijkste is de Landelijke Gedichtendag. Alhoewel de invulling van mijn Landelijke Gedichtendag wisselt, houd ik er al drie jaar een traditie op na: een bezoek aan Het Huis van de Poëzie.
Ik liet mij vergezellen door een vriendin, die niet zo thuis is in de wereld van dichters. Van tevoren legde ik haar uit dat het een rare ondergrondse wereld is, die van de poëzieliefhebbers. Het zijn natuurlijk steeds weer dezelfde mensen die je tegen het lijf loopt, wat het geheel iets samenzweerderigs geeft. Op de wat kleinere evenementen, zou je als leek net zo goed kunnen denken dat je op een informatie-avond voor real-life-rol-players bent beland. Op een wat groter evenement, zoals Het Huis van de Poëzie, wordt deze gedachte teniet gedaan, omdat er ook wat mooie mensen rondlopen en omdat het er stikt van de gemiddelde literatuurlezer (vrouwen van vijftigplus die bij een leeskring zitten). ,,Dat terzijde”, zei ik haar: ,,Ontspan en spits je oren.”
Die kennis te hebben gedeeld en een fles wijn later, hoopte ik mijn metgezel voldoende te hebben voorbereid op het bezoeken van een poëzieavond. Het blijft altijd een beetje eng om outsiders mee te nemen naar die wonderlijke wereld. Niet in de minste plaats vanuit de egoïstische overweging dat ik geen jengelde, gapende figuren met me mee wil torsen. Ik bedoel: je moet er maar van houden als kind van de zapcultuur. Op het podium beweegt er weinig, behalve de dichter tijdens aankomst en vertrek en die activiteit wordt door de oudere generatie dan ook nog in slow motion uitgevoerd. Er zijn alleen woorden. En daar moet je het mee doen.
Opgepropt in een zaaltje waar om de drie minuten verschillende dichters de revue passeerden, keek ik af en toe opzij om te kijken of mijn vriendin zich wel vermaakte. Opgelucht constateerde ik dat haar blik niet verveeld de ruimte afspeurde. Af en toe trok ze haar wenkbrauw op en wisselden we blikken van verstandhouding uit: Nee, die Erik Menkveld is het niet. Zijn beschouwingen over de wereld hebben weinig met poëzie te maken, besloten we. ,,Zelfs als columnist, is hij weinig geslaagd”, fluisterde ik haar toe.
Er was veel gouds en ouds aanwezig; het soort dichter waarvan het werk al geworteld is in je gewoonten en gebruiken, de dichters die haast niet meer teleur kunnen stellen, maar nog wel kunnen verassen en verblijden, zoals Alexis de Roode, Arjen Duinker en Erik Jan Harmens.
We glimlachten om Frank Koenegracht, die de Engelse minnaar van zijn vrouw uit haar dromen probeerde te verjagen. We ontdekten Marein Baas; een twee meter lange jongeling, droog van toon en gezegend met een scherp dichtersoog. Wat mij betreft het nieuwe talent van de avond. Gezamenlijk concludeerden we jammerlijk dat de dichteressen over het algemeen wat saai en zeikerig waren. Behalve Antjie Krog- eer aan Antjie Krog!- en het lieve fluistermeisje Vicky Franken.
Aan het einde van de avond, riep mijn metgezel uit:,, Echt leuk, zo’n poëzieavond!” Ik verexcuseerde mij voor een moment en haalde bij de kassa mijn bonus op: Weer een zieltje gewonnen voor de poëzie.
zaterdag 31 januari 2009