Schrijverijblog
Schrijverijblog
Lepelenburg
Ongeveer 150 jaar geleden werd het Utrechtse Singelgebied door landschapsarchitect Zocher onder handen genomen. Er moest een plek komen om ‘te wandelen en flaneren’. De gemeente had echter ook een economisch motief: De schoonheid van een dergelijk park moest kapitaalkrachtige lieden naar de stad Utrecht lokken in het kader van de stadsontwikkeling.
Het Lepelenburg is een befaamd onderdeel van het zogenoemde Zocherplantsoen.. Eigenlijk stelt het Lepelenburg niet zoveel voor: Het is een klein rond grasveld, omlijst door bomen. Niets bijzonders. Toch is het een interessante plek: Het Lepelenburg is de samenleving in het klein. Het park fungeert als etalage voor lust en plezier, opvangcentrum voor tuinlozen en afzetmarkt voor de kruimelondernemer.
In het middelpunt van de belangstelling worden picknicks georganiseerd door jonge yuppenstellen. De gelegenheid is meestal een verjaardag of een promotie. Uit hun auto’s die voor het park geparkeerd staan, worden ladingen zalm en gekoelde witte wijn gesleept. Dit spektakel moet gezien worden, maar zonder de mede-Lepelenburgers het gevoel te geven dat zij ook van de partij zijn. Dat blijkt wel uit de muur van buggy’s en kinderwagens die zij om zich heen opbouwen. Voortdurend weergalmen de zoenen van arriverende gasten in de lucht, net zoals het gekir bij het aanschouwen van hun nieuwe genendragers in de luiers.
In de volgende ring bevinden zich de vrouwenjaarlubjes. Hun doorrookte gekraai is een lokroep voor het mannelijke geslacht. Uiteindelijk zullen ook de corpsmannen zich uit hun huizen slepen met de haren strak in de gel en een krat bier onder de arm, waarbij zij heel enthousiast worden onthaald.
Her en der liggen wat studenten en poëten . Laatstgenoemden lezen opzichtig een heel interessant boek, waar alleen de echte intellectueel zijn vingers aan durft te branden. Of zij schrijven, knabbelend aan het uiteinde van hun pen, in hun Moleskine-opschrijfboekjes over gewichtige zaken. Daarbij loeren ze geniepig en veelvuldig om zich heen.
Dichter bij de rand van het grasveld, wordt de sfeer wat grimmiger. Voetballende jongens van velerlei afkomst, maar toch opvallend vaak de Berberse, vertonen hun kunsten. Ze wachten tot een wethouder hen het predikaat ‘talent’ opplakt, zodat zij zich kunnen ontwikkelen op een gesubsidieerd voetbalveldje inclusief clubhuis. Tot die tijd scoren zij veelvuldig door een glas wijn of een achteloze wijndrinker omver te schoppen.
In de schaduw staan de kruimelondernemers. Zij hebben goed zicht op aankomst en vertrek. Voortdurend worden er scooters bewonderd en handen geschud. Niemand gaat met lege handen naar huis.
Er gebeurt altijd wat in het Lepelenburg. Soms leest een gewezen minnaar de lijnen in je voetzolen, onder het genot van een geposeerd zwijgen. Soms schrijf je een column, uitgebreid om je heen kijkend, terwijl je op het uiteinde van een pen kauwt.
dinsdag 12 mei 2009