Recent Posts

Opgeheven vingertje

Opgeheven vingertje

Het Parool, PS Kunst en Media, 10 mei 2019 Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja schreef in opdracht van het Scheepvaartmuseum een gedicht voor de tentoonstelling Republiek aan Zee, die vandaag opent. Dieuwertje Mertens volgde het proces. VRIJDAG 1 MAART “Kijk, ik heb speciaal een schipperstrui […]

Familie als de basis van alles

Familie als de basis van alles

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, zaterdag 20 april Huidskleur bepaalt hoe je wordt bejegend Dieuwertje Mertens Gebroken wit is de nieuwe roman van P.C. Hooft-prijs-winnaar Astrid H. Roemer. Hoofdmetafoor in het verhaal van de Surinaamse familie Vanta is het licht. ,,We zijn […]

Het spektakel van een archiefkast

Het spektakel van een archiefkast

Het Parool, Boeken, 30 maart 2019

Een hand die verzamelt en classificeert

Door Dieuwertje Mertens

‘Een archief kan niet zonder archivaris, een hand die verzamelt en classificeert,’ is één van de motto’s van het eerste deel van Archief van verloren kinderen van Valeria Luiselli. In haar nieuwe roman is dat precies wat ze probeert te doen: orde scheppen in situaties die haar te veel dreigen te worden, zoals een ontsporend huwelijk en de vermissing van Mexicaanse kindvluchtelingen.

Het is niet voor het eerst dat Luiselli schrijft over de verschrikkingen die migranten aan de Mexicaans-Amerikaanse grens moeten doorstaan. Veel echo’s van de essaybundel Vertel me het einde (naar de vraag van één van haar kinderen, die wil weten hoe het een vluchteling bij de grens vergaat) weerklinken in Archief van verloren kinderen, ware het niet dat de vluchtelingen nu zijn ingebed in een groter verhaal over ontworteld zijn.

Centraal staat een samengesteld gezin: een Mexicaanse moeder (die veel wegheeft van Luiselli zelf) en dochter en een Amerikaanse vader en zoon. Het werk van de ouders, deelnemers aan een groot project om de stad New York in soundscapes te vatten, heeft hen bij elkaar gebracht. Vier jaar leven ze samen in een appartement, tot het project is afgerond en de ouders op zoek moeten naar nieuwe projecten.

Kindvluchtelingen

Door uiteenlopende interesses treedt verwijdering tussen de ouders op: vader, sound scape artist (documentalist) van beroep, stort zich op de geschiedenis van de Apache-indianen. Moeder, documentairemaker, raakt geobsedeerd door de kindvluchtelingen die de grens bij Mexico over zijn gekomen. Ze wil op zoek naar de verloren dochters van een Mexicaanse vriendin.

Toch gaan ze met z’n allen op een roadtrip naar Arizona, op zoek naar de verhalen van de Apachen, geluiden opnemen ‘die meestal onopgemerkt blijven’. Onderweg luisteren ze op de radio naar het nieuws over de vloedgolf aan kindvluchtelingen die Amerika binnenkomen. Moeder leest voor uit een boekje getiteld Treurzangen voor verloren kinderen; een reeks dramatische allusies op bestaande verhalen over reizen en migratie van onder meer Joseph Conrad en T.S. Elliot.

De jongen heeft een polaroidcamera gekregen en vraagt zich af wat hij met de foto’s documenteert. ‘Hoewel we in de auto op een armlengte afstand van elkaar zitten, zijn we vier stipjes die niet onderling zijn verbonden – ieder op onze eigen plek, met onze eigen gedachten, ieder in stilte worstelend met wisselende stemmingen en onuitgesproken angsten’, schrijft Luiselli.

De ouders zijn gefocust op de onderlinge verschillen, maar de kinderen zien de overlap in interesses; de Apachen werden, net zoals de Mexicaanse kinderen, verdreven en uitgezet. Om de aandacht van hun ouders op te eisen, lopen de jongen van tien en het meisje van vijf weg. Ze gaan in hun eentje op zoek naar de vermiste dochters van de vriendin van hun moeder. De kinderen in het uiteenvallende gezin voelen zich net zo verloren als de Mexicaanse vluchtelingen.

Zeven dozen

Om de verhalen en obsessies van de gezinsleden te ordenen, is de roman opgebouwd als een archiefkast, waarin dozen met uiteenlopende archiefstukken zijn geplaatst. In de achterbak van de auto staan zeven dozen, respectievelijk hoofdstukken: doos een tot en met vier zijn van vader, doos vijf is van moeder, doos zes is van het meisje, doos zeven is van de jongen. En al die dozen zitten vol verhalen, citaten, verwijzingen, geluiden, muziekstukken, beelden.

Luiselli laat in Archief van verloren kinderen zien dat het loont om complexe, gelaagde verhalen op zo’n manier naar het papier te vertalen. Ze raadpleegt daarbij schrijvers als Susan Sontag en Ezra Pound en ontleent citaten en een aanpak aan hen. Stijl en middelen voegen zich naar het verhaal.

Als de kinderen onderweg zijn naar Echo Canyon, waar ze hopen hun ouders te treffen, ligt het vertelperspectief bij de jongen. In zijn haast om de bestemming te bereiken, ontbreken de punten in zijn zinnen. En in zijn archiefdoos – het laatste hoofdstuk – zitten de poëtische polaroids die hij onderweg maakte voor zijn zusje.

De hoogdravende en volstrekt originele aanpak van Luiselli maakt van de roman een intellectueel duizelingwekkend en hartverscheurend spektakel.

 

 

 

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Het Parool, Boeken, zaterdag 23 maart 2019 Romans die je als moderne feminist gelezen móet hebben Door Dieuwertje Mertens ‘Hoe te leven? Hoe te worden wie je bent? Simone de Beauvoir ging ons voor, in ieder geval mij,’ schrijft criticus en schrijver Marja Pruis. Een […]

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

Het Parool,  PS Kunst en Media, vrijdag 16 maart 2019 Manon Uphoff schrijft openhartig over misbruik De vormenrijkdom van een traumatische jeugd Dieuwertje Mertens In de roman Vallen is als Vliegen beschrijft Manon Uphoff haar jeugd; een labyrintische wereld waarvan misbruik en geweld vaste onderdelen […]

Woorden als diva’s op de bühne

Woorden als diva’s op de bühne

Het Parool, Boeken, zaterdag 2 februari 2019

Tom Lanoye: Dichter is weer even terug

Door Dieuwertje Mertens

Tijdens een interview vertelde dichter en (theater)schrijver Tom Lanoye me eens dat hij zich meer romancier voelt dan dichter. Hij bracht de laatste jaren ook meer romans (en theaterstukken) dan dichtbundels uit. Toch schreef hij voor Poëzieweek het Poëziegeschenk Vrij – Wij? Ook is er een nieuwe bloemlezing van zijn poëzie, De meeste gedichten.

Hij begon zijn dichterscarrière op het podium en ook zijn gedichten zoeken de spotlights op als echte diva’s die gezien en gehoord moeten worden. Bescheidenheid is hun vreemd. Ze maken hun entree met verheven stem en weidse armgebaren, met grote woorden (wanhoop, schoonheid, moord, liefde, passie) en de nodige overdrijving (Lanoye heeft een voorliefde voor overdreven bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden, zoals ‘rotbedorven’, ‘onwrikbaar’, ‘weelderig’). Drama ligt op de loer.

Poëtische opera

Lanoye debuteerde met Maar nog zo goed als nieuw (1980). Gedichten uit zijn eerste vijf bundels zijn om onbekende redenen – er is geen voorwoord of inleiding – niet opgenomen in De meeste gedichten. De bloemlezing begint met In de piste (1984); veelal humoristische gedichten die hij ook ten gehore bracht op het podium. Lanoye is een fantastische performer. Hij was in de jaren tachtig een van de belangrijke Vlaamse vertegenwoordigers van de performance-traditie. Communicatie met het publiek stond en staat voorop en verstaanbaarheid is daar een belangrijk onderdeel van.

Het thema van het Poëziegeschenk is ‘vrijheid’, die heeft Lanoye ook zeker genomen in Wij – Vrij? dat zich losjes tot dit thema verhoudt, op een flauw openingsgedicht na waarin hij de (negatieve) betekenis en de begrenzingen van het woord onderzoekt: ‘De lucht is vrij,/ De vraag is vrij./ De vrijheid niet.// Ze lonkt en vrijt./ Maar zij ontschiet.* Na dit ‘verplichte nummertje’ inclusief woordgrapje, alliteratie en eindrijm doet hij waar hij zin in heeft en klimt hij direct het spreekwoordelijk podium op om een poëtische opera op te voeren.

De gedichten die volgen doen denken aan theatertekst of opera, links en rechts of gecentreerd op de pagina, met regieaanwijzingen tussen haakjes. Er zijn gedragen dialogen en koortjes (samenzang), een verteller richt zich tot de vierde wand (het publiek).

Gedicht als theatertekst

De ondertitel van het gedicht De engelenbak, ‘of: het leven is een schouwtoneel’ (vrij naar Joost van den Vondel: ‘De wereld is een schouwtoneel/ieder pakt zijn rol, ieder krijgt zijn deel’), zou een samenvatting kunnen zijn van de poëtica van Lanoye. De dichter stelt voor om de kerk in te ruilen voor het theater: ‘wissel (..) snode goden voor molière vondel en voltaire.’

Het gedicht, dat is opgesteld als een theatertekst, krijgt de klank van een hedendaags gebed: ‘geef ons: andere levens andere smoelen/ om die van ons niet meer te voelen.’ En hij besluit met: ‘schenk ons: weelderig voetlicht en luttele verzen/ om al tijdelijk te wennen aan verdwijnen als generale/ repetitie voor ons weinig feestelijke slotpremière.’ Het gedicht zit goed in elkaar, vol verwijzingen en spitsvondigheden, ook de vorm is goed uitgewerkt. Maar dan die slotstrofe, die inderdaad niet valt te misverstaan. Dat de dood een kwestie van ‘verdwijnen’ is en ‘weinig feestelijk’ is too much. Door dat te benadrukken helpt hij het gedicht om zeep.

De vinger op de zere plek

Dat maakt Lanoye niet uit. Hij maakt van zijn zwakte een deugd, getuige ook het slotgedicht van het Poëziegeschenk, getiteld L’envoye de lanoye (boodschap van Lanoye). In de kantlijn richt hij zich op dramatische wijze tot zijn nageslacht en de toekomstige lezer (‘zo u nog leest’). Hij dicht: ‘Als ik me haat, is het daarom: ik ken geen maat.// Altijd: te veel, te luid, te grof, te groot, te graag en nooit/ genoeg. Een drietal zielen in één borst. De nar, de nerd/ en een vertwijfelde die zijn verlossing zoekt in zwoegen.’

Hij legt de vinger op de zere plek; overmaat maakt zijn gedichten soms te pompeus, te nadrukkelijk. Tegelijkertijd is het onderdeel van het theater van Lanoye. Je vergeeft hem veel, zoals je ook vergevingsgezind bent jegens een operadiva, zodra ze begint te zingen.

Toch houdt hij zich ook af en toe in. Een van mijn favoriete gedichten van Lanoye is Aanhoudende vorst, asse en sneeuw, opgenomen in de bloemlezing. Hij beschrijft zijn moeder die, hoe vertrouwd ook, een onbekende is. Hij verlangt ernaar de vrouw te kennen die ze was voor ze een gezin had: ‘Ik begrijp het niet: hou ik dan van/ haar en ben ik erger dan een/ vreemde? Ik weet waarvan ze hield/ zonder het te kennen (..)/ ik wil weten wie ze was.‘ Zonder het kleine gebaar, valt het grote natuurlijk niet op.

 

De magie van een gedicht

De magie van een gedicht

Het Parool, PS Kunst en media, donderdag 31 januari 2019 Poëzieweek: Spoken word en poetry slam groeien naar elkaar toe Dieuwertje Mertens Tijdens de Poëzieweek wordt de Nederlandse poëzie gepromoot met activiteiten door het hele land. Om de verkoop van dichtbundels te stimuleren is er […]

Van Afrika en voor Afrika

Van Afrika en voor Afrika

Het Parool, Boeken, 12 januari 2019 Winternachten: Literatuur vanuit Oegandese orale traditie Jennifer Nansubuga Makumbi is komende week te gast op het Haagse literatuurfestival Winternachten Writers Unlimited. Een gesprek over Afrikaanse literatuur. ‘Afrikaanse auteurs schrijven vaak voor de witte markt.’ Door Dieuwertje Mertens ‘For God’s […]

Een nog groter mysterie

Een nog groter mysterie

Het Parool, zaterdag 12 januari, Boeken

Romanschrijver van beroep

Door Dieuwertje Mertens

Hoe komt het dat de Japanse auteur Haruki Murakami wereldwijd zoveel hartstochtelijke bewondering oogst onder lezers? En dan heb ik het niet over het gedegen soort literaire waardering dat wel meer wereldberoemde auteurs ten deel valt, maar over uitzinnige fandom. Maandag vindt bijvoorbeeld een Murakami Music Night plaats in het Concertgebouw, waar de favoriete muziek van de auteur wordt gespeeld, die ook terugkomt in zijn romans. Deze was al zo snel uitverkocht dat er een tweede avond is gepland op de 15de. En hij is zelf niet eens present, want van publieke aandacht moet hij weinig hebben.

Dat maakt zijn Romanschrijver van beroep, dat dinsdag in vertaling verschijnt, in potentie ook zo’n gewild exemplaar. Murakami laat zich niet graag interviewen en treedt weinig in het openbaar, maar hierin doet hij een boekje open over zijn schrijverschap. De ruim 35 romans, zoals Norwegian Wood, Kafka op het strand, 1984, De Moord op Commendatore en andere werken (korte verhalen, essays, non-fictie) die hij schreef, werden in vijftig talen vertaald. Murakami beschikt over de gave om romans te schrijven die voldoende cultureel ontworteld zijn om aansluiting vinden bij de regionale belevingswereld van lezers over de hele wereld (‘wereldromans’ volgens Tim Parks), maar ook genoeg originaliteit hebben om ze uniek te maken.

Zeven jaar geleden kocht ik op een kunstbeurs een houtskooltekening van Kim Hospers waarop een schaap in pak te zien is dat op de bank zit in een donkere ruimte naast een sneeuwend televisiescherm. Hoewel de kunstenaar iets anders trachtte uit te drukken, herkende ik mijn favoriete passage uit Dans, dans, dans: een volstrekt particuliere associatie, onttrokken aan mijn eigen verbeelding. Op de vijftiende verdieping van het Dolphine Hotel woont Schaapman, een soort orakel. Hij geeft het hoofdpersonage een opdracht: ‘You gotta dance.’ Een paar jaar geleden kwam een vriend, expat in Cambodja, op bezoek met zijn Vietnamese vriendin. Ze liep direct naar de tekening en zei: ‘This is the Sheep Man from Haruki Murakami.’ Omdat dit voorval zich aan de rand van Murakami’s universum afspeelde, leek het me geen toeval dat deze onbekende vrouw met een ander cultureel referentiekader Schaapman onmiddellijk herkende. Murakami roept altijd verwondering op bij wat voor de hand ligt en onmiddellijke acceptatie van dat wat verwondert. Er barstte in elk geval direct een gesprek los over Murakami.

Geen wetmatigheden

Waar de aantrekkingskracht in zijn verhalen van uitgaat, laat zich niet zo makkelijk omschrijven. In Romanschrijver van beroep geeft hij zelf iets prijs van wat zijn werk uniek maakt. Dat doet hij door zijn routines, zijn manier van schrijven (afgezet tegen het literaire veld) en de ontwikkeling die hij doormaakte te beschrijven. De lezer die hoopt op een soort handleiding – hoe schrijf ik een roman? – kan beter te rade gaan bij Stephen King, James Wood, Renate Dorrestein of Arie Storm. Murakami vertelt alleen hoe Murakami schrijft en daar vallen geen voorschriften of wetmatigheden aan te ontlenen.

‘Een roman schrijven is een hoogst stompzinnige bezigheid. (..) Het is een handeling waarbij je voortdurend ‘bij wijze van spreken’ herhaalt,’ schrijft Murakami. De succesauteur stelt zich extra bleu op, soms zelfs op het ergerniswekkende af, waardoor je al snel voelt dat dit de manipulaties van de romanschrijver zijn die zijn eigen leven romantiseert door zijn schrijverschap zo nadrukkelijk doodgewoon te doen lijken.

Hij voelde op zijn dertigste de aandrang om een verhaal te schrijven, al was het alleen maar om de ‘leegte in mijn hart te vullen’. Dat deed hij ‘s nachts aan de keukentafel, na een lange dag werken in zijn eigen jazzclub. Hij benadrukt dat hij door het harde werken, het afzien en het nachtleven weliswaar een beetje levenservaring had opgedaan. Maar hij was zich ervan bewust dat hij verder niet bepaald een afwijkende jeugd of spannend leven had die hem als schrijver interessant zouden maken. Daarom was stijl zo belangrijk, daar viel de winst te behalen.

Gunzo Debutantenprijs

Om alle overbodige ballast van zich af te schudden, besloot hij te schrijven in het Engels, waarin zijn woordenschat beperkter was. Vervolgens vertaalde hij de tekst in het Japans. Hierdoor was de tekst als het ware twee keer gefilterd, wat een unieke stijl opleverde. Hij won met Luister naar de wind de Gunzo Debutantenprijs, een grote prijs in Japan, die het begin van zijn carrière markeert. Zelf lees ik Murakami altijd in het Engels, maar ook deze zijn weer her(ver)taald uit het Japans. Het effect is dat er steeds weer iets ontglipt, wat de teksten een bijzonder soort kunstmatigheid verschaft. Ze zijn als het ware ‘losgezongen’ van een (culturele en talige) context.

Verder benadrukt Murakami hoe belangrijk het is om te schrijven omdat het je plezier verschaft, om vrij te zijn van waarden (hij bemoeit zich nadrukkelijk niet met de Japanse literaire wereld), hoe muziek het ritme van zijn teksten dicteert en hoe je je los moet weken van een wereldlijke logica. Kortom: al die zaken die je terugleest in zijn romans. Toch is het zo dat hoe meer schrijversgewoonten en -gebruiken Murakami op zijn eigen heldere, nuchtere manier uiteenzet, hoe meer hij de verwondering en dus het mysterie voedt. Zijn fans zouden niet anders willen.

 

 

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, 5 januari 2019 Woede als een oud motorblok, ontleden Door Dieuwertje Mertens Wat doe je als je geen kant op kunt met je woede? ‘Een woede als een oud motorblok/ ontleden, met je handen verspreiden over een […]

Mooi, mooier, mooist

Mooi, mooier, mooist

Het Parool, PS Magazine, 15 december 2018 De mooiste boeken van 2018 De polyglotte geliefden, Lina Wolff In dit diepgravende, gelaagde literaire meesterwerk draait alles om hoe geliefden naar elkaar kijken. Je kunt het lezen vanuit een feministisch perspectief en dan gaat het over the […]

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Het Parool, Boeken, zaterdag 1 december 2018

‘De apathie van de vrouwen wordt bestraft’

Dieuwertje Mertens

In het Amerika van de toekomst worden ‘Persoonswetten’ uitgevaardigd die de levens van vrouwen ernstig inperken. Haar roman Rode klok, waarschuwt Leni Zumas, kan zomaar werkelijkheid worden.

Dus we ontmoeten elkaar aan de tegenovergestelde uiteinden van deze dag,” zegt de Amerikaanse schrijver en feminist Leni Zumas (46). We spreken elkaar via Skype over haar dystopische roman Rode klok (Red Clocks), waarin de zogenaamde ‘Persoonswetten’ de levens van vijf vrouwen ernstig beperken: het recht op abortus, ivf en adoptie voor alleenstaande wensouders is komen te vervallen.

Zumas zit aan het bureau van haar zonovergoten werkkamer in Portland. De interviewer zit onder een lamp aan de eettafel met op de achtergrond een donkere tuin. Zumas verkeert in een staat ergens tussen woede en depressie in: haar roman kan zomaar werkelijkheid worden.

“Het is hier verschrikkelijk. Het gegeven dat de conservatief Brett Kavanaugh is benoemd als lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof, heeft de weg vrijgemaakt voor de Conservatieven als het gaat om het terugdraaien van het recht op abortus.”

“Voor veel vrouwen in Amerika is het nu al onmogelijk om abortus te plegen, omdat ze te arm zijn of te ver van een kliniek vandaan wonen. Ik denk dat Trump zelf geen ideeën over abortus heeft. Hij maakt zich alleen druk om zijn populariteit. Maar iemand als vice-president Mike Pence, een fundamentalistische christen, zal er alles aan doen om abortus illegaal te maken en hij heeft nu de middelen om dat te laten gebeuren.”

De vijf vrouwelijke hoofdpersonages in Rode klok lijken de invoering van de Persoonswetten gelaten te ondergaan. Vindt u dat vrouwen in het algemeen te weinig tegen mannelijke onderdrukking ingaan?

“Aan het begin van de roman bevinden de personages zich in een apathische toestand, waaruit ze langzaam ontwaken, zodat ze de urgentie van hun problemen onder ogen moeten komen. Gaandeweg het verhaal zie je hoe deze apathie wordt bestraft. Maar de meeste vrouwen en mensen van onbepaald geslacht uit mijn eigen omgeving reageren altijd op mannelijke onderdrukking! Ik zou zeggen dat het vooral cisgender mannen zijn die onvoldoende op mannelijke onderdrukking reageren.”

U bent inmiddels moeder van een zoon, maar u heeft lang geworsteld met uw vruchtbaarheid. Hoe heeft dit de roman beïnvloed?

“Toen ik 34 was, had ik geen partner en besloot ik dat ik als alleenstaande moeder een kind op de wereld wilde zetten. Ik kwam erachter dat ik het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) heb waardoor ik verminderd vruchtbaar ben. Ik kreeg zes ivf-behandelingen, die allemaal mislukten. Mijn ervaring met artsen was erg naar. Ze behandelden mijn lichaam als een object.”

“Nadat ik mijn huidige partner tien jaar geleden had ontmoet, besloten we opnieuw een poging te doen. Ook mijn tweede ervaring met artsen was slecht, ze bleven maar herhalen: de tijd raakt op, je bent te oud, je hoort je zorgen te maken. Ik was erg bang om oud te worden en geen kinderen te krijgen. Ik ben research gaan doen naar hoe er tegen vruchtbaarheid en gynaecologische behandelingen door de eeuwen heen werd aangekeken. Hysterie werd bijvoorbeeld gezien als een probleem van de baarmoeder, onvruchtbaarheid werd geweten aan een slechte geestelijke gesteldheid. Ik wilde hier een essay over schrijven, maar kwam erachter dat ik dit verhaal beter middels een personage kon vertellen. De Biografe werd geboren en zij vertelt over verminderde vruchtbaarheid en haar kinderwens. ”

“Omdat ik verschillende perspectieven op vruchtbaarheid wilde geven, werden ook al snel De Moeder en De Genezeres geboren. Ik laat maar een klein aantal perspectieven zien, want de vrouwen in mijn boek verkeren allemaal in een soort geprivilegieerde staat: ze zijn niet per se rijk, maar ze lijden ook geen honger en leven niet in oorlog.”

Uw hoofdpersonages worden op functionele wijze gereduceerd door ze terug te brengen tot hun rol door ze ‘De Echtgenote’, ‘De Biografe’, ‘De Genezeres’, ‘De Dochter’ te noemen. Is dat een manier om kritiek uit te oefenen op de positie van de vrouw?

“Het uitdelen van etiketten begon als een experiment. Ik bewonder de roman Visitation van Jenny Erpenbeck, waarin de hoofdstukken zijn vernoemd naar de namen van de verschillende inwoners van een kleine gemeenschap aan het water; de Tuinier, de Architect, de Jeugdvriend. Ik probeerde iets soortgelijks bij de hoofdstukken van Rode klok en ik werd direct gegrepen door het effect: de reductie van een karakter tot haar rol. Dat zorgt inderdaad voor een kritische distantie: de lezer wordt uitgenodigd om te overdenken wat de consequenties zijn als je niet meer als individu, maar als generieke rolvervuller wordt gezien.”

Een mooi voorbeeld van hoe stigmatiserend deze rollen kunnen zijn, is Gin Percival, ‘De Genezeres’ in uw verhaal, een kruidendokter die gratis abortussen uitvoert. Ze is een soort heks. Waarom denkt u dat mensen bang zijn voor vrouwen die zich niet aanpassen?

“Ik zou een ‘heks’ omschrijven als iemand die dingen ziet en fenomenen erkent die andere mensen door sociale aanpassing niet kunnen verdragen, of er zelfs maar ontvankelijk voor zijn. Een heks is een visionair, een profetische antenne, iemand die het wonderlijke en het alarmerende onthult, vaak omdat ze op plekken komt waar wij niet durven te komen. Gin excuseert zich niet voor de manier waarop ze afwijkt van de norm. Ze probeert niet eens aan de norm te voldoen. Dat is waarschijnlijk wat mensen het meest bedreigend vinden.”

Rode klok is een geëngageerde roman, maar u heeft geen concessies gedaan aan de literaire kwaliteit – de opbouw en stijl zijn complex en gelaagd – het is zeker geen pamflet geworden.

“Fictie is op haar best als het de scheuren en de gaten laat zien; de ambivalente, ambigue ruimtes. Ik ben blij te horen dat je het geen belerende roman vond. Ik heb nooit de intentie om een boodschap de wereld in te sturen: dat is geen goede fictie. Ik dacht ook niet: ik ga een feministische roman schrijven, maar ik kijk naar de wereld met een feministische blik, dus daar zal zeker iets van doorgesijpeld zijn.”

Is het vandaag de dag belangrijk om feminist te zijn?

“O god, ja! Feminist zijn betekent voor mij dat ik de wereld door een kritische en nieuwsgierige lens bekijk, waarbij ik de kennis die ik heb naast me neerleg en verder probeer te kijken dan het gladde oppervlak, naar alle tegenstrijdigheden en complexiteiten die eronder liggen. Het is een vorm van generatieve en noodzakelijke scepsis.”

BESTE BOEK VAN 2018

Leni Zumas woont in Portland, Oregon, waar ze doceert aan Oregon State University. Ze schreef eerder de verhalenbundel Farewell Navigator en de roman The Listeners. Red Clocks is door Time Magazine uitgeroepen tot beste boek van 2018. Zumas is volgend jaar te gast op het festival Winternachten, dat van 17 t/m 20 januari plaatsheeft in Den Haag.