Recent Posts

Hebben vrouwen Herman Stevens nodig?

Hebben vrouwen Herman Stevens nodig?

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 12 mei 2018 Essays: 100 jaar vrouwenhaat in de literatuur ‘De beste tijd voor vrouwen komt nog’ In de essaybundel Het sterke geslacht breekt schrijver Herman Stevens een lans voor vrouwen in de literatuur. Maar hij blijft wel erg dicht […]

Nog niet moegestreden

Nog niet moegestreden

Het Parool, PS Boeken, 21 april 2018 Ras blijft de grote verdeler Dieuwertje Mertens Donderdag nam Antjie Krog de Gouden Ganzenveer in ontvangst. In de nu verschenen selectie essays Hoe alles verandert reflecteert ze op het complexe, moderne Zuid-Afrika. ‘Nur die Hoffnung kauert’ (alleen de […]

‘Liefde kan pas als je naar elkaar luistert’

‘Liefde kan pas als je naar elkaar luistert’

Het Parool, Boeken, 7 april 2018

Macht: Vrouwen, mannen en relaties

Dieuwertje Mertens

In De antwoorden van Catherine Lacey legt personage Kurt Sky het aan met verschillende vrouwen om aan al zijn behoeftes te voldoen. ‘Gender speelt een belangrijke rol.’

De Amerikaanse auteur Catherine Lacey schrijft in haar tweede roman De antwoorden over de maakbaarheid van de liefde. Maar belangrijker is misschien wel dat ze laat zien wat het betekent om vandaag de dag vrouw te zijn.

In De antwoorden wil de beroemde Amerikaanse acteur Kurt Sky met een duur experiment de perfecte liefde construeren. Een team onderzoekers stelt een harem voor hem samen. Elke vrouw vervult tegen betaling een andere rol: er is een Boze Vriendin om ruzie mee te maken, een Moederlijke Vriendin om de was te doen, er zijn Intieme Vriendinnen om seks mee te hebben en er is een Emotionele Vriendin om mee te praten. De laatste rol is voor de wereldvreemde, streng-religieus opgevoede Mary Parsons weggelegd. En met haar lijkt hij een echte band op te bouwen.

Waarom is Mary de ideale Emotionele Vriendin?

“Ze weet niet wie hij is, dus ze heeft geen beeld van hem. En ze is niet heel erg knap, want ze moest iemand zijn met wie Kurt vooral graag praat. Ik weet niet op welke manier ze niet zo knap is, of vanuit welk perspectief, want ik heb geen idee hoe ze eruitziet. Ik weet alleen dat ze wat kwetsbaar overkomt. Ik zie personages niet als mensen van vlees en bloed, maar als dragers van ideeën.”

Is de rol die de Emotionele Vriendin op zich neemt een reactie op het feministische concept ’emotionele arbeid’?

“Ja, maar hopelijk wel met een satirische ondertoon. Mary kijkt niet naar Kurt met een bepaald oordeel, dus voor haar heeft het aanvankelijk geen grote emotionele lading. Sommige mannen zoeken de eerste de beste vrouw op om hun gevoelens bij te botvieren. Als vrouw word je in een hoek gedreven en geacht te luisteren. Ik ben daarmee gestopt. Zoek maar een ander om je verhaal bij te doen.”

Ashley, die de rol van Boze Vriendin op zich neemt, zegt: ‘Die mannen, die bitches met hun slappe armen en benen – wisten ze niet dat een vrouw zijn altijd oorlog betekende?’

“Zij vindt het verschrikkelijk om op haar knappe verschijning te worden beoordeeld, maar er zijn natuurlijk genoeg vrouwen die daar veel plezier aan beleven en daar ook graag gebruik van maken. Ashleys opmerking zegt niets over vrouwen, maar vertelt iets over Ashley. Bij haar roept het woede op. Gender speelt een belangrijke rol in deze roman: ik wil, zonder te oordelen, laten zien dat vrouwen heel verschillend met hun vrouwelijkheid omgaan.”

‘Mijn moeder en haar vriendinnen hebben nooit gelijkheid gehad in hun relaties’

Maar de man, Kurt, heeft de touwtjes in handen. Is uw roman ook kritiek op de ongelijkheid tussen man en vrouw?

“Kurt heeft het voor het zeggen, omdat hij geld heeft, niet omdat hij een man is. Bij mijn generatie is degene die de macht heeft net zo vaak een man als een vrouw. Mijn moeder en haar vriendinnen hebben echter nooit gelijkheid gekend in hun relaties. Nu ze 65 is, komt mijn moeder erachter dat alle mannen met wie ze een relatie heeft gehad, nooit een poot hebben uitgestoken. Ze is woest. Mijn stiefvader is een lieve man, maar hun relatie is niet in balans omdat zij financieel volledig afhankelijk van hem is. Machtsverhoudingen in relaties worden voornamelijk bepaald door geld.”

Je zou de vriendinnen van Kurt, met name de Intieme Vriendinnen, ook prostituees kunnen noemen.

“Een goede vriendin van mij is sekswerker in New York. Zij heeft mij geleerd dat sekswerkers ervoor kiezen hun vrouwelijkheid in te zetten op een manier waar zij zich goed bij voelen. Dit maakt deze vrouwen niet ondergeschikt aan mannen.”

Iedere vrouw komt in haar leven wel op een manier in aanraking met seksueel geweld’

Bijna alle Vriendinnen hebben te maken gehad met seksueel geweld. Is dat inherent aan vrouw zijn?

“Iedere vrouw komt in haar leven wel op een of andere manier in aanraking met seksueel geweld, maar het afgelopen jaar is het pas onderwerp van gesprek geworden. De meeste vrouwen dragen, net zoals de Vriendinnen, een ongelukkige herinnering met zich mee. Patricia Lockwood schreef er een geweldig gedicht over: Rape joke (2013). Ze postte dit gedicht over haar verkrachting online en het ging viraal: het is een ongemakkelijk, vervreemdend gedicht. Maar je moet van dergelijke ervaringen een verhaal maken om ermee om te kunnen gaan.”

Uit De antwoorden komt naar voren dat Kurt vooral op zoek is naar iemand die luistert. Is liefde voor u het gevoel gehoord te worden?

“Kurt wordt door de meeste mensen niet echt gehoord, omdat ze alleen bevestiging zoeken van het idee dat ze van hem als beroemde acteur hebben. Je hebt gesproken taal, maar er bestaat ook zoiets als emotionele taal. Je voelt het als mensen niet echt luisteren. Ik denk dat je zou kunnen meten welke mensen echt een connectie maken. De manier waarop iemand luistert, maakt of er sprake van liefde kan zijn. Je kunt je afvragen of Mary echt luistert naar Kurt.”

De Nederlandse filosoof Simone van Saarloos scheef een manifest waarin ze een bestaan als single met verschillende relaties promoot, want je kunt niet alles in één persoon vinden. Het experiment dat u beschrijft, gaat hier ook vanuit. Is de ideale relatie polyamoureus?

“Ik zie het eerder als een meer gecompliceerde manier om je leven te organiseren. Ik heb toen ik jonger was zelf ook wel met open relaties geëxperimenteerd. Die richting wilde ik niet op met mijn roman. Daarom is deze relatie ook een wetenschappelijk studie met betaalde deelnemers, zodat het stranger than life is.”

Catherine Lacey, De antwoorden, Das Mag, 22,99, 382 blz,

NIEUW GELUID

Catherine Lacey (1985) komt uit Tupelo, Mississippi. Haar debuut, Niemand is ooit verloren (2016), werd lovend ontvangen. In 2014 riep literair magazine Granta haar uit tot ‘New Voice’. Ze woont in Chicago.

 

Dorrestein doet zelf haar laatste zegje

Dorrestein doet zelf haar laatste zegje

Het Parool, Boeken, zaterdag 31 maart 2018 Zelfportret: Journalist, feminist, romanschrijver, sterfelijk mens Dieuwertje Mertens De euforie over het idee voor een nieuwe roman is van korte duur als blijkt dat Renate Dorrestein slokdarmkanker heeft. Met Dagelijks werk is ze potentiële biografen voor. ‘Stel je […]

Doorbreek dat witte bastion

Doorbreek dat witte bastion

Het Parool, Zaterdag 3 maart Boeken POËZIE – Spoken word draagt bij aan inclusieve literatuur Dieuwertje Mertens De Nederlandse poëzie is wit en hoogopgeleid. Maar dat kan veranderen. Dichters met andere (culturele) achtergronden vinden hun weg naar de uitgeverij, onder meer via spoken word; voordracht […]

Gevoel voor ritme, timing en drama

Gevoel voor ritme, timing en drama

Het Parool, PS Boeken 10 februari 2018

Dieuwertje Mertens

De Vlaamse schrijver en dichter Carmien Michels (1990) laat in haar poëziedebuut We komen van ver zien waar ze vandaan komt. Dat doet ze met de nodige zelfrelativering en humor. Een van de gedichten draagt de titel: Carmien v. (-en) lied of gedicht dat per vergissing ontstaat.

Altijd gedacht dat ik een drukfout was/beter in de baarmoeder gebleven/ tot ik stopte met lachen en mezelf miste,’ dicht Michels. Ze sluipt opnieuw haar ‘geboorteboek’ binnen: ‘Daar herlas ik mijn moeders fatale gefluister/de poëzie ongerept/liefkozend/dat ik een olijk gezicht had (..)

Aan haar dichterschap valt niet te ontkomen. In 2016 won Michels het NK Poetry Slam. Ze is een van de beste performers die het slamcircuit de afgelopen jaren heeft voortgebracht. Ze heeft gevoel voor ritme, timing en drama (in tegenstelling tot de vele slamdichters die een dreunende, stoïcijnse, afgemeten voordracht tot cult hebben verheven). Haar teksten zijn net zo eigenzinnig als haar manier van voordragen.

Dat de interactie met het publiek uitgangspunt is voor de poëzie van Michels, is aan de bundel af te lezen. Het is een veelzijdig debuut met anekdotische gedichten waarmee Michels succes boekte op het podium, zoals In memoriam en Jimmy en klassieke gedichten vol beeldspraak. Michels dicht over de kiem van haar bestaan, de actualiteit, vriendschap, (mislukte) liefde(s) en reizen.

Het vakmanschap van Michels blijkt onder meer uit de melodieuze gedichten die geïnspireerd zijn op de liefdessonnetten van de Chileense dichter Pablo Neruda, zoals het prachtige Liefdessonnet IX: *Ik wacht op de mist in je mond/blind en stom ril ik bij de eerste zon/de nacht valt, de dag wordt bedacht/in onzichtbare struiken danst je lach (..)*

Michels beeldtaal is oorspronkelijk en vaak erg raak: ‘Maak van elk gesprek een bed/Leer fluiten tot je resoneert/ met de eerste vrouw‘. Maar soms doet ze de beeldspraak teniet door daarnaast onnodig letterlijk te zijn, zoals in Half weg. Wat de verteller onderweg naar het heden is kwijtgeraakt, verklapt ze al in de eerste strofe: ‘tussen het waaien van de jaren verloor ik ook mijn beste vriend‘. En in Tavistock: ‘Dit hotel met de oude jurk vraagt/waarom ik haar vergane glorie noem.’ Het was mooier geweest om alleen het beeld te laten spreken: Een lezer begrijpt dat ‘een hotel in oude jurk’ vergane glorie is. De context is voldoende om een minder eenduidige conclusie te trekken.

We komen van ver is een enthousiast debuut, waaraan nog iets meer geschaafd had mogen worden. Maar dat Michels een geboren dichter is, staat.

 

 

Grimmig literair zusje van Spit

Grimmig literair zusje van Spit

Het Parool, PS Boeken 3 februari 2018 Dieuwertje Mertens Wat gebeurt er met een gezin als er een kind overlijdt? In haar debuutroman De avond is ongemak laat Marieke Lucas Rijneveld (1991) door de ogen van de tienjarige Jas zien hoe het gereformeerde boerengezin gezin […]

Een kakofonie van stemmen en nog wat whatsappjes

Een kakofonie van stemmen en nog wat whatsappjes

Het Parool, PS Boeken, 27 januari 2018 Dieuwertje Mertens In Gebrek is een groot woord, de tweede roman van Nina Polak (1986), staat hoofdpersonage Nynke voor keuzes die te maken hebben met vrijheid en verbondenheid: moet ze zich settelen, blijft ze reizen, kiest ze voor […]

Het gevoel verloren te zijn

Het gevoel verloren te zijn

Het Parool, PS Boeken, 27 januari 2018

Dieuwertje Mertens

Finse meisjes zeggen zelden gedag en als ze boos zijn sturen ze je een rotte zalm. Het is onmogelijk om nog aan Finse meisjes te denken, zonder aan Kira Wuck (1978) te denken.

Met De zee heeft honger, de opvolger van Finse meisjes (2012), overtreft Wuck haar debuut niet, maar bekrachtigt ze haar dichterschap wel.

In het openingsgedicht, waar de titel van de bundel aan is ontleend, zet ze met een krachtige uithaal de toon van De zee heeft honger: ‘Als je wilt weten waar mensen wachten/ dan moet je peuken zoeken/ op het strand liggen/ kleine dromen als opgevouwen briefjes (…) beneden zwemmen kinderen zonder honger/ het liefste willen we teruggaan naar het moment/ voordat alles begon te wankelen// toen wachten nog dromen betekende en/ de zee geen honger had’ 

De dromen op het strand, het wachten en de ‘kinderen zonder honger’ die ‘beneden zwemmen’ roepen associaties op met de verdronken vluchtelingen van het nieuws. Dat maakt Wuck echter nergens expliciet, wat juist heel sterk is, want het draait om het volgende: hier heerst het gevoel verloren te zijn.

Te expliciet is ze bijna nergens: ook als ze een situatie beschrijft – ‘oesters graven tot we zeehanden krijgen’ – blijft er datgene waar het werkelijk om draait ongezegd: ‘soms drukt je lichaam tegen het mijne/ tussen ons in, een ruwe wond die niet genezen wil/ ik pulk aan de randen’.

De titel verraadt al dat het geen opwekkende bundel is: als de zee honger heeft, neemt hij zonder genade: de gedichten die over de hele wereld zijn gesitueerd (Helsinki, India, Hanoi) ademen eenzaamheid, de vergeefsheid van de dingen en het gevoel afgesneden te zijn van alles: ‘Hier hoor ik alleen/ mijn eigen ademhaling/ (…) er zijn (…) gesprekken die ik voerde om/ maar iets te horen weerkaatsen.’ Terugkerend zijn metaforen van warmte en kou, zoals: ‘een lichaam is niet voldoende om het hier warm te houden’, ‘het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen’.

Wuck dicht zonder opsmuk, heeft een sterke beeldtaal en de gedichten werken vaak toe naar een hoofdgedachte in de laatste strofe of zin. Je herkent met gemak een gedicht van haar hand. Ze moet er echter voor waken dat het dichten geen invuloefening wordt: hoewel haar manier van kijken allerminst voorspelbaar is, kan de herhaling in opbouw toch een voorspelbaar karakter aan de gedichten geven.

Zover is het nog niet. Ook deze bundel is er een die onder je huid gaat zitten. Of zoals ze zelf dicht: ‘als een ziekte die zich langzaam verspreidt/ zit ik onder je leden/ en laat niet meer los.’

poëzie, Kira Wuck, De zee heeft honger, Podium, €17,50. 56 blz.

Balanceren op het randje van kitsch

Balanceren op het randje van kitsch

Het Parool, Donderdag 25 januari 2018 Verhelst is de koning van de Esthetiek Dieuwertje Mertens Vandaag is de Poëzieweek begonnen, Het bijbehorende poëziegeschenk werd dit jaar geschreven door de Vlaamse dichter, romancier en regisseur Peter Verhelst, die ook een gedicht voor de bibliotheken maakte, dat […]

Hapiness alom

Hapiness alom

Awater, winter 2018 ‘Ik zong het sasjajanssenlied waarvan men lustte’ Dieuwertje Mertens ‘Stil even, als onze taal happy is, dan ook onze daden/of is het juist andersom?’ dicht Sasja Janssen in het titelgedicht van haar vierde bundel Happy. Welke invloed heeft de taal op onze […]

Boos en machteloos tegelijk

Boos en machteloos tegelijk

Het Parool, PS zaterdag 20 januari 2018

De gruwelen in de wereld

Dieuwertje Mertens

De dichtbundels die Remco Campert (1929) de afgelopen jaren uitbracht, stonden in het teken van zijn naderend afscheid, maar in Open ogen dringt ook de actualiteit de bundel binnen: de dichter houdt zijn ogen wijd opengesperd en aanschouwt de gruwelen in de wereld.

Afgerukt been bot bloed/ laaiend vuur in de vlieghal/ zij zit met het hoofd van haar kind in handen/ schedel beroofd van dromen/ hij merkt in een tel van eeuwigheid/ dat zijn benen ontbreken/ en sterft. Campert windt er geen doekjes om in zijn openingsgedicht Zaventem. Het bloederige tafereel mondt uit in een gebed: god ontferm u/ en schaf religie af.

Campert windt er geen doekjes om in zijn openingsgedicht

Met zo’n direct gedicht zet hij de lezer op scherp. Dat Campert zich op de valreep en voor het eerst in zijn dichterscarrière op de actualiteit stort, is buitengewoon prijzenswaardig en verfrissend te noemen. Daarnaast bevat Open ogen, net zoals voorgangers als Licht van mijn leven (2014) en Levensloop (2015) ook meer persoonlijke gedichten over een bijna voltooid leven en het bijkomende gemis van (overleden) vrienden, onder wie Eddy van Vliet en Rudy Kousbroek. Hoewel ook hierin de dood centraal staat, zijn het in deze actuele bundel toch een beetje vreemde eenden in de bijt tussen de gedichten over aanslagen, vluchtelingen en oorlogskinderen.

Er komen allerhande nieuwsbeelden voorbij, zoals dat iconische beeld uit 2016 van de vijfjarige Omran die in shock verkeert, nadat hij in Aleppo onder het puin vandaan is gehaald en in een ambulance op een stoeltje is gezet: Ik zag een jongetje zitten verwezen/ op een stoeltje bedekt met bloed/ en asgrauw puinstof/ onder een huis weggehaald/ met bommen bestookt/ door Assads moordenaarstroep// dit gedicht helpt hem niet/ maar het is genoteerd.

Veel van de actuele gedichten zijn erg letterlijk: Campert beschrijft wat hij ziet, verbaast zich erover en/of geeft zijn mening (godsdienst moet worden afgeschaft, Assad is een massamoordenaar). Kenmerkend is zijn eigenzinnige woordkeuze (‘verwezen’, ‘de hebniks’). De beste gedichten in Open ogen bieden niet alleen ruimte voor opwinding, maar ook voor (muzikale) verwondering – een kwaliteit waar Campert in uitblinkt.

In Licht van mijn leven beschreef hij zijn poëzieopvatting als volgt: poëzie is de toon/ die muziek maakt. Aan dat credo voldoet bijvoorbeeld het gedicht Aanslag (2): Een godsdienst, mij vreemd als elke,/ waart over de wereld met razend duister/ uit op het bloed van de maagden/ bataklàn bataklàn bataklàn/knallen de kalasjnikovs

Campert maakt zich boos, maar is zich ook bewust van zijn machteloosheid; een dichter kan de wereld niet redden. Er is maar één manier om verlossing te vinden: ik laat achter wat mij zorgen baarde/ ik sta op in de dood/ een vrije mens/ die zich thuis voelt in tijdloosheid.

 


Latest post

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017

****

Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil

Dieuwertje Mertens

In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en straatjongen Gaston, ‘Gas’, centraal. Vrije radicalen zijn kleine, ongebonden deeltjes die vrijkomen als afvalstoffen van processen in en buiten het lichaam en die zich makkelijk hechten aan andere stoffen en op die manier schade kunnen toebrengen. De titel is een perfect gekozen metafoor voor de vriendschap tussen Jaime en Gaston.

Dat Trujillo graag ingrediënten uit haar eigen leven gebruikt om haar veelgeprezen romans zoals De terugkeer van Lupe Garcí­a (2011) mee te kleuren, is geen geheim. Ze werd geboren in Montevideo en kwam op zesjarige leeftijd als politiek vluchteling in Nederland terecht. De cultuurverschillen tussen Uruguay en Nederland, zelfdestructie en alcohol- en cocaïnegebruik zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook in Vrije radicalen.

Hoofdpersonage Jaime heeft niets te verliezen: zijn jeugd is getekend door het wrede dictatoriale regime in Uruguay, waaronder hij zijn twee broers verloor bij een actie, zijn vader zich ophing aan de deurkruk van zijn gevangeniscel en zijn moeder zich dagelijks met medicatie drogeerde om het verdriet niet te voelen, tot deze troost haar fataal werd. Jeugdvriend Gas, die hij op de begrafenis van zijn vader ontmoet, is in wezen de enige stabiele factor in zijn leven.

Op zijn achttiende emigreert Jaime naar Amsterdam, waar hij later binnen de grachtengordel een succesvol leven leidt; ‘geslaagd als verslaggever, mislukt als mens’. Zijn bewondering gaat uit naar Gas, die ondertussen als strijder tegen onrecht, dierenleed en milieuvervuiling door het leven gaat. Jaime blijft hem ook vanuit Nederland opzoeken in zijn hut buiten Montevideo om deel te nemen aan acties en er reportages over te schrijven.

Ondanks alle ellende en gruwelijkheden die Jaime in zijn jeugd heeft doorstaan, is zijn verteltoon luchthartig, soms ironisch, maar nergens zwaarmoedig, wat zowel mededogen als bewondering voor het personage oproept. Hij beziet zijn leven met een zekere afstand. Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.

Halverwege het boek denk je: hier laat Trujillo een steek vallen, er is een hap uit het verhaal genomen. Dat blijkt (natuurlijk!) een strategische zet van de schrijver te zijn: Jaime wordt psychotisch en durft zijn huis niet meer uit. Een onbetrouwbare verteller biedt de mogelijkheid om alles op losse schroeven te zetten en een nieuw soort spanning in het verhaal te brengen. Jaime vraagt Gas om hem te komen helpen. Die besluit het bezoekje aan zijn vriend met het nuttige te verenigen en slikt bolletjes, zodat hij in Amsterdam inkomsten kan genereren. Bij Jaime thuis broedt hij tussen het dealen door op allerlei acties, waaronder een aanslag op de Miljonair Fair.

Gedurende de aanloop hiernaartoe verliest het verhaal, tussen waan en werkelijkheid, wat van z’n stuwende kracht: Trujillo heeft de gang naar de afgrond misschien wat te lang opgerekt. Maar de lezer is al verloren. Hij kan niet anders dan meegaan in Jaimes val en, tegen beter weten in, hopen op een zachte landing.

Lees hier een fragment uit Vrije Radicalen.