Recent Posts

Als goedkope chardonnay

Als goedkope chardonnay

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 21 september In de nieuwe roman va Op de Beeck regent het bijvoeglijk naamwoorden Door Dieuwertje Mertens Let op mijn woorden, de titel van de nieuwe roman van de Vlaamse Griet op de Beeck (1973), kan ironisch worden opgevat. ‘Ik […]

Susan Sontag: de persoon en de metafoor

Susan Sontag: de persoon en de metafoor

Het Parool, PS Boeken zaterdag 21 september 2019 Biografie: van intellectueel tot societyfiguur en activist De Amerikaanse schrijver en vertaler Benjamin Moser neemt in zijn biografie van Susan Sontag de moeizame verhouding tot de waarheid van de gevreesde en aanbeden schrijver en criticus onder de […]

Nana Kwame Adjei-Brenyah: ‘Als je zwart bent, heb je geen keuze’

Nana Kwame Adjei-Brenyah: ‘Als je zwart bent, heb je geen keuze’

Het Parool, PS Kunst en Media, maandag 9 september 2019

Nana Kwame Adjei-Brenyah is een belangrijke nieuwe stem in de Amerikaanse literatuur. Dinsdag praat de gelauwerde debutant in De Nieuwe Liefde over zijn bundel Friday Black.

Door Dieuwertje Mertens

De Amerikaanse auteur ­Nana Kwame (27), zoon van Ghanese immigranten, confronteert de lezer in zijn snoeiharde, satirische en dystopische verhalen­debuut Black Friday met de uitwassen van deze tijd, zoals de hysterische consumptiemaatschappij en racisme. Hij schrijft over pretpark ‘Zimmerland’, waar de boze witte middenklasse haar gevoel voor rechtvaardigheid kan bevredigen door in een gesimuleerde buitenwijk een zwarte acteur in de voortuin neer te schieten. Of over Friday Black (een overtreffende trap van Black Friday), de dag waarop een winkelbediende rondrijdt om de lijken op te ruimen van consumenten die zijn omgekomen in het uitverkoopgeweld.

Wat voor kleding had u gisteren aan bij uw optreden op een literaire avond in Kaapstad?

“Ik droeg een blauw jack. Om eerlijk te zijn: toen ik net begon met openbare optredens had ik nooit zoiets dergelijks aangetrokken. Ik krijg snel het gevoel dat ik niet op dat podium thuishoor en als ik in academische kringen optreed, heb ik al helemaal de neiging om bretels, jasje, stropdas te dragen. Ik heb mij echter voorgenomen meer mezelf te zijn.”

In het verhaal Finkelstein Vijf schrijft u hoe ­Emmanuel middels zijn kledingstijl en gedragingen bepaalt hoe hij zich beweegt op een schaal van zwart tot wit. ‘In het openbaar, waar mensen hem konden zien, was het onmogelijk om zijn Zwartheid terug te brengen tot iets wat ook maar in de buurt kwam van een 1,5. Maar als hij een das en brogues droeg, aan één stuk door glimlachte, (..), kon hij zijn Zwartheid net tot een 4,0 reduceren.’ Herkent u dat?

“Als je zwart bent, heb je geen keuze. De mate waarop wij succes oogsten, wordt mede bepaald door de mate waarin wij bereid zijn en in de mogelijkheid verkeren om ons aan te passen. Als je op de maatschappelijk ladder wil stijgen, ben je hiertoe gedwongen. Ik ben me hier heel bewust van en probeer nu te denken: ik hoef me niet aan te passen. Ik heb hard gewerkt voor wat ik heb bereikt, dus ik mág hier zijn.”

Er zit veel geweld en dood in uw verhalen.

“Juist omdat ik niet ongevoelig ben voor wat zich in Amerika afspeelt: ik wil laten zien dat we ons op een glijdende schaal bevinden.”

U schreef de bundel voordat Trump werd verkozen tot president. Heeft zijn presidentschap een andere lading aan de verhalen gegeven?

“Ik schreef ze voordat het zelfs bij mij opkwam dat hij aan de macht zou kunnen komen. Tegelijkertijd geloof ik dat Trump in al zijn ‘verschrikkelijkheid’ niet het virus, maar het symptoom is van wat er al gaande was op het gebied van racisme, misogynie en een aanbidding van kapitalistisch succes.”

De meeste verhalen spelen in de nabije toekomst. Vond u het heden niet erg genoeg?

“Het irriteert me mateloos dat mensen niet reageren op wat er om hen heen gebeurt. Veel mannen reageren bijvoorbeeld niet op geweld jegens vrouwen. En veel mensen erkennen niet dat zij een geprivilegieerde positie hebben. Als je hen hiermee confronteert, schieten ze in de verdediging. Als je een verhaal in de toekomst situeert, kunnen ze er op een andere manier naar kijken. Je kunt zeggen: dit personage met wie jij veel gelijkenissen vertoont, is onderdeel van een kwaadaardig systeem. Misschien zien ze dan ook dat die fictieve situatie niet zo veel verschilt van de huidige. Op die manier creëer je een gemeenschappelijke basis om over maatschappelijke problemen te praten.”

Waarom ‘korte verhalen’?

“Ik houd van variëteit. Bovendien is het een uitdagend genre. Je moet een krachtige indruk maken in een paar bladzijden. Mijn personages bevinden zich in een andere wereld, waar soms op een andere manier wordt gesproken. Dat maakt de uitdaging nog groter. Ik moet lezers bereid vinden kennis te maken met die wereld en dat personage in een heel kort tijdbestek. Als dat lukt, is dat fantastisch.”

Voordat u les ging geven aan de Colgate University en schrijver werd, werkte u in de Retail. Hoe was dat?

“Ik werkte voor, tijdens en een korte periode na mijn studie in kledingwinkels in winkelcentra. Dat was niet leuk. Mijn grootste angst was dat ik er voor altijd vast zou zitten. Maar het werk was zo saai dat ik tijd had om mij andere dingen te verbeelden. Tegelijkertijd is zo’n winkel een plek waar je een hoop mensen ontmoet. Soms is er zelfs sprake van meer dan oppervlakkige interactie. Zo herinner ik me een vrouw die op zoek was naar grijze kleding zonder patronen of emblemen. Ze kocht kleding voor haar man in detentie. De kledingvoorschriften van gevangenissen zijn erg streng. Ze was zo blij dat ik haar kon helpen. Dat deel van het werk vond ik fijn.”

Uw verhalen geven blijk van een gecompliceerde verstandhouding tot consumentisme.

“Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin ik opgroeide. Ik was voortdurend bang dat de elektriciteit zou worden afgesloten, omdat mijn ouders de rekeningen niet konden betalen. Ik werkte in een winkel terwijl ik bijna geen geld had. Tegelijkertijd zie je ook hoe je overal wordt gemanipuleerd om dingen te willen hebben. Dat doet iets met je brein.”

U won onder meer de PEN/Jean Stein Book Award 2019, met een geldbedrag van 75.000 dollar. Heeft dat uw houding ten opzichte van consumentisme veranderd?

“Ik kan niet zeggen dat het een slecht gevoel gaf. Dit jaar is het eerste jaar dat ik geen les hoef te geven. Mijn vader is kortgeleden overleden en ook toen kwam het geld goed van pas. In zijn algemeenheid denk ik dat geld de oplossing is voor veel problemen. Nu ik geld heb, ben ik gearriveerd. Maar ik heb dit geld bemachtigd door iets wat ik heb gedaan toen ik nog geen geld had, en ook omdat ik geen geld had.”

The black Capote, avond met Nana Kwame en Nisrine Mbarki naar aanleiding van de vertaling van Friday Black, 10/9, 20.00 uur, De Nieuwe Liefde.

* In Het Parool verscheen kortere versie van dit interview

Waarom je klassieker De Toverberg zou moeten hebben gelezen

Waarom je klassieker De Toverberg zou moeten hebben gelezen

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 24 augustus 2019 Moderne klassiekers Welke moderne klassiekers moet je als literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens maakt een selectie. Deze week De Toverberg uit 1924 van de Duitse auteur Thomas Mann (1875-1955). Waar gaat de roman over? Hans Castorp […]

Waarom je klassieker Black Box moet hebben gelezen

Waarom je klassieker Black Box moet hebben gelezen

Het Parool, PS Boeken, 18 augustus 2019 Moderne Klassiekers Welke moderne klassiekers moet je als literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens maakt een selectie. Deze week Black box uit 1986 van de Israëlische auteur Amos Oz (1939-2018). Waar gaat de roman over?   Ilana Sommo-Brandsetter […]

Waarom je klassieker De Minnaar moet hebben gelezen

Waarom je klassieker De Minnaar moet hebben gelezen

Het Parool, PS Boeken, 11 augustus 2019

Moderne Klassiekers

Welke moderne klassiekers moet je als ­literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens selecteert deze week De minnaar uit 1984 van de Franse auteur Marguerite Duras (1914-1996).

Waar gaat de roman over?

Een vijftienjarig Frans meisje uit Indochina (Vietnam) groeit op in een verarmd gezin met een geestelijk zieke moeder en twee broers van wie de oudste agressief en gokverslaafd is. Ze begint een affaire met een tien jaar oudere, schatrijke Chinees. Hij haalt haar iedere dag op in een limousine met chauffeur om de liefde met haar te bedrijven. Het meisje wordt gedreven door lust, nieuwsgierigheid, maar ook door de behoefte aan geld. Door de raciale vooroordelen en het verschil in klasse en leeftijd is de verhouding gedoemd te mislukken. Als puber probeert het meisje haar ware gevoelens voor de man te ontkennen, maar op latere leeftijd blijkt deze liefde de belangrijkste in haar leven.

Waarom zou je De minnaar lezen?

De minnaar is gebaseerd op Duras’ eigen jeugd en geschreven vanuit het perspectief van een oudere verteller die terugblikt. De affaire met de Chinees is bepalend voor alle liefdes die nog zullen volgen: ‘(…) hij zegt dat hij meteen heeft geweten, bij de overtocht over de rivier al (…) dat ik zo zou zijn na mijn eerste minnaar, dat ik verliefd zou worden op de liefde (…) Alles wat hij me voorspelt maakt me gelukkig en dat zeg ik hem.’ De liefde die Duras beschrijft, laat ook de lezer niet meer los. Het is een broeierige, zinnenprikkelende, maar ook ontluisterende roman over liefde, lust, macht en verlangen.

Wie is het meest opmerkelijke personage?

De agressieve oudste broer is altijd dreigend op de achtergrond aanwezig. Ook de Chinese minnaar is bang voor hem. Hij domineert zelfs het gevoelsleven van zijn zusje. Duras schrijft: ‘Mijn begeerte gehoorzaamt mijn oudste broer, ze wijst mijn minnaar af.’

Hoe werd de roman destijds ontvangen?

Lovend. Bertrand Poirot-Delpech schreef in Le Monde: ‘Het verhaal brandt van binnenuit.’ Ze won er de Prix Concourt voor. Het boek werd in drieënveertig talen vertaald.

Wie liet zich erdoor inspireren?

In 1992 verscheen een erotische verfilming van L’amant in de geest van Emmanuelle. Duras was zo verbouwereerd over het resultaat dat ze in reactie de roman herschreef inclusief regieaanwijzingen voor regisseur Jean-Jacques Annaud.

Waarom je klassieker De Duivelsverzen gelezen moet hebben

Waarom je klassieker De Duivelsverzen gelezen moet hebben

Het Parool, PS Boeken, 2 augustus 2019 Moderne Klassiekers Welke moderne klassiekers moet je als ­literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens selecteert deze week De Duivelsverzen uit 1988 van Salman Rushdie (1947). Waar gaat de roman over? Twee acteurs vallen na 111 dagen gegijzeld te […]

Moderne klassiekers: Orlando

Moderne klassiekers: Orlando

Het Parool, zaterdag 27 juli, Boeken Welke moderne klassiekers moet je als literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens maakt een selectie. Deze week Orlando uit 1928 van Virginia Woolf (1882-1941)   Waar gaat de roman over?   ‘Hij- er viel niet te twijfelen aan zijn […]

Moderne klassiekers: Slachthuis vijf

Moderne klassiekers: Slachthuis vijf

Het Parool, zaterdag 21 juli 2019

De klassieker die je gelezen moet hebben: Slachthuis vijf

Welke moderne klassiekers moet je als ­literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens selecteert deze week Slachthuis vijf uit 1969 van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut (1922-2007).

Waar gaat de roman over?

De 22-jarige soldaat Billy Pilgrim zit tijdens het bombardement op Dresden in februari 1945 met andere Amerikaanse krijgsgevangen opgesloten in een oud varkensslachthuis: slachthuis vijf. Hij overleeft de massaslachting. Als Billy jaren later een zeer geslaagde optometrist is, wordt hij door de inwoners van de planeet Trafalmadore ontvoerd. De Trafalmaderianen hebben een heel andere benadering van tijd: verleden, heden en toekomst volgen elkaar niet op, maar bestaan simultaan. Billy raakt los van de tijd en wordt heen en weer geslingerd tussen heden en verleden; tussen de oorlog, zijn jeugd en zijn naoorlogse leven.

Waarom zou je Slachthuis vijf lezen?

Vonnegut laat in zijn postmoderne, zwart-komische satire zien hoe ridicuul oorlog­ voeren is. Uiteindelijk is het willekeur die de dienst uitmaakt. Soldaten komen op de meest gruwelijke wijzen om het leven: ‘So it goes,’ schrijft Vonnegut. Inmiddels is deze cynische uitdrukking onderdeel van het Amerikaanse culturele erfgoed. Los van de morele boodschap die te allen tijde standhoudt, is Slachthuis vijf vooral een volstrekt originele fragmentarische vertelling die je steeds kunt herlezen, omdat je er nooit ­helemaal grip op krijgt.

Wie is het meest opmerkelijke personage?

De 18-jarige Roland Weary uit Billy’s regiment ziet eruit als ‘Tweedledum of Tweedledee’ (de tweeling uit Alice in Wonderland) en zijn verhouding tot anderen kenmerkt zich door ‘waanzinnige, sexy, moordlustige’ sentimenten. Als Billy het tijdens een uitputtende tocht door de bossen op wil geven en voor dood wil worden achtergelaten, ontsteekt Weary in woede en tuigt hem helemaal af; een vreemde mengeling van bekommering en haat.

Hoe werd de roman destijds ontvangen?

Lovend. The New York Times schreef: ‘Het boek klinkt als een fantastische laatste poging om grip te krijgen op een krankzinnig universum. Maar het boek is zoveel meer. Het is snoeihard en erg grappig, het is verdrietig en verrukkelijk en het werkt.’

Wie liet zich erdoor inspireren?

Wijlen Renate Dorrestein zei: ‘Ik heb in mijn hele carrière maar één streven: om ooit in de schaduw te kunnen staan van de kleine teen van de Amerikaanse auteur Kurt Vonnegut jr.’

 

Vriendschap, liefde en verzet onder Franco

Vriendschap, liefde en verzet onder Franco

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 6 juli Romanreeks: De geschiedenis van het Spaanse verzet Dieuwertje Mertens De Spaanse schrijver Almudena Grandes werkt aan een zesdelige romanserie over het verzet tegen Franco. Het vierde deel De patiënten van dokter Garcí­a gaat over een netwerk dat nazi’s […]

‘Poëzie vond mij toen ik veertien was’

‘Poëzie vond mij toen ik veertien was’

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 15 juni 2019 Bijtend pamflet: Koleka Putuma put kracht uit openheid De Zuid-Afrikaanse performer, dichter en theatermaker Koleka Putuma maakt furore met haar activistische gedichten. Haar bundel Collective Amnesia sloeg internationaal in als een bom. Door Dieuwertje Mertens ‘Als je […]

Opgeheven vingertje

Opgeheven vingertje

Het Parool, PS Kunst en Media, 10 mei 2019

Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja schreef in opdracht van het Scheepvaartmuseum een gedicht voor de tentoonstelling Republiek aan Zee, die vandaag opent. Dieuwertje Mertens volgde het proces.

VRIJDAG 1 MAART

“Kijk, ik heb speciaal een schipperstrui aan­getrokken,” grapt Tsead Bruinja op het Open Pleyn van het Scheepvaartmuseum. Hij heeft een afspraak met directeur Michael Huijser en conservator Jeroen van der Vliet. Het is zijn eerste opdracht in de openbare ruimte als Dichter des Vaderlands, als ‘DDV’. “Ik ben niet voornemens om neutraal te zijn,” kondigt Bruinja maar alvast aan. “Neutraal is saai.”

“Ik heb begrepen dat de tentoonstelling over de Gouden Eeuw gaat,” zeg ik tegen conservator Van der Vliet als we boven in het kantoor van het Scheepvaartmuseum zitten. “Sorry, die term is beladen en proberen we te vermijden,” corrigeert Huijser snel.

Clichés

“Het Scheepvaartmuseum wil geen clichés herhalen, maar een andere geschiedenis vertellen. Als we het gebruiken, plaatsen we de ‘gouden eeuw’ tussen aanhalingstekens en gebruiken we geen hoofdletters,” zegt Van der Vliet. “De tentoonstelling laat zien hoe Nederland als maritieme natie is gevormd in de zeventiende en achttiende eeuw. We willen de geschiedenis van onderdrukking, uitbuiting en slavernij ­bespreekbaar en zichtbaar maken: hoe kijken we vanuit het heden naar dit verleden?”
Van der Vliet toont een powerpointpresen­tatie van de objecten die te zien zullen zijn in de tentoonstelling. Bruinja toont veel interesse in het portret van Constantia Bloemaert (1626-1694); de vrouw van kapitein Sweers, door Isaack Luttichuys. Ze kwam uit een voorname Antwerpse familie en het waren haar familie­kapitaal en netwerk die haar man geld en aanzien bezorgden. “Vrouwen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van de republiek, maar hun verhalen worden zelden verteld. Veel echtgenotes van zeelieden zagen hun man zelden,” vertelt Van der Vliet. “Dat vind ik een mooi verhaal,” zegt Bruinja, “de vrouwen die achterbleven.” Hij vraagt of Van der Vliet hem de afbeeldingen wil toesturen.

De directeur en curator leiden de DDV rond door de tentoonstellingsruimte die nu nog wordt verbouwd. Bruinja krijgt te zien waar zijn gedicht moet komen; in een nis in de hal aan het begin van de tentoonstelling. “Ik wil bezoekers graag aan het denken zetten: wat zouden wij doen?” zegt Bruinja. “Schakelen jullie de DDV in omdat jullie je als tentoonstellings­makers genuanceerd moeten opstellen, en hij niet?” vraag ik Huijser. “We geven hem alle vrijheid,” antwoordt die.

DONDERDAG 25 APRIL

Bruinja stuurt de tekst naar het Scheepvaartmuseum. Ik bespreek het gedicht telefonisch met hem.

Het is een gedicht met een opgeheven vingertje. Denkt u dat dit is wat het Scheepvaart­museum voor ogen had?

“Ze dachten vast: iemand moet het zeggen en wij kunnen het niet zeggen. Dus doe ik het. Ik ben ook wel een beetje een moralist. Dat kun je niet altijd uit de weg gaan, zeker niet bij zo’n ­onderwerp als dit.”

U neemt nadrukkelijk stelling in het slavernijdebat. ‘Wij’ dachten dat we ons personeel overal vandaan konden halen, ‘wij’ waanden onze daden groot. Onderstreept u het idee dat ‘wij’ (witte) Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de daden van onze voorouders?

“Jazeker. Het kapitalisme heeft een heleboel kapotgemaakt voor zwarte mensen. Het heeft ze hun eigenwaarde ontnomen. Ik kan moeilijk zeggen: ja, maar dat was toen, dat moeten we nu niet meer meenemen.”

Het gedicht is ook provocerend en misschien wel dreigend van toon: ‘maar wie op de pof leeft / van een gesust geweten / leeft in ­geleende tijd’. Met andere woorden: boontje komt om z’n loontje?

“Het gedicht gaat ook over de veranderende economische verhoudingen in de wereld. ­China streeft ons voorbij. Dat kunnen we moeilijk ontkennen. Ik hoop dat men het rustig zal lezen. Alleen maar woede is een karige reactie.”

Waar is Constantia Bloemaert gebleven, waar zijn de vrouwen?

“Tja, die zijn verdwenen. Ik heb de afbeeldingen en tentoonstellingsteksten die ik van ­Jeroen van der Vliet heb ontvangen allemaal bekeken. In de tentoonstelling is een Chinees beeldje te zien van een Afrikaanse man. (Dit beeld uit 1720 werd in opdracht van een Europeaan door een Chinese modelleur gemaakt. De maker had nog nooit een Afrikaan gezien, dus heeft hij zijn eigen invulling gegeven aan hoe een Afrikaan eruit zou zien: als een zwarte Aziaat, DM) Dat beeldje fascineerde me en doet vooral aan het slavernijverleden denken. Dat vormde de aanleiding voor dit gedicht. Ik heb het in één ruk geschreven. ‘Hoe wij worden gevormd’ is een zinsnede die ik heb opgepikt uit een van de tentoonstellingsteksten, die bleef hangen. Heel veel teksten gaan over het in kaart brengen van land. Dat diende natuurlijk niet ­alleen de topografische kennis, maar toonde ook wat waar te halen viel. Ik laat die andere kant zien.”

VRIJDAG 3 MEI

Ik vraag Michael Huijser telefonisch om een ­reactie.

Is het gedicht geworden wat u hoopte?

“Het is heel krachtig en heel activistisch. Ik had verwacht dat hij iets met Constantia Bloemaert zou doen. Maar dit gedicht reflecteert niet zo op de tentoonstelling; het is eerder een pamflet. Het is geschreven vanuit een blanke achtergrond en vanuit een wij-zijperspectief. Nadat we het hadden gelezen, hebben we bedacht dat we het jammer zouden vinden als dit de enige visie op de tentoonstelling zou zijn. Daarom hebben we besloten dat we elk seizoen een andere kunstenaar uitnodigen om op de tentoonstelling te reageren.”

~

republiek leidt wereld royaal om tuin

 

wat wij hebben meegenomen

heeft ons gevormd

 

land dat we in kaart brachten

werd handel die we in kaart brachten

werd volk dat we ons aanschaften

 

je kunt je personeel overal vandaan halen

dachten wij

 

je kunt mensen aan je binden door hen te laten geloven dat het allemaal niet in jullie handen ligt geluk komt van boven rijkdom moet aan de top verzameld voordat het naar

beneden sijpelt oorlog kun je voor je laten voeren door vreemdelingen en bedrijven zodat je zelf als bedelaar door het leven kunt

blijven gaan

 

en als barmhartige samaritaan

spring je op de bres

waan je je daden groot

 

maar wie op de pof leeft

van een gesust geweten

leeft in geleende tijd

 

en wie wacht op de beloning na de eindtijd

is met zijn lekke pronkjacht verwikkeld

in een spiegelgevecht

 

lood om oud vlees

 

er is personeel dat een aandeel eist

en dat je van de kaart zal brengen

 

wat heb je hen gevaarlijke dingen geleerd

met je kralen wapens en schelpen

 

door wat je hebt meegenomen

ben je gevormd maar niet af

 

de zee splijt vanzelf een tweede keer

nog even

dan ben je zelf de trofee