Dieuwertje Mertens journalist- redacteur- docent

Recent Posts

‘De lezer heeft me nu met huid en haar’

‘De lezer heeft me nu met huid en haar’

Het Parool, PS 4 november 2017 Dieuwertje Mertens Schrijver en kunstenaar Charlotte Mutsaers werd afgelopen donderdag 75 jaar. Volgende week zaterdag viert ze Het Grote Charlotte Mutsaers Verjaardagsfeest in de Rode Hoed. Daar presenteert ze tevens haar roman Harnas van hansaplast, Het grote Charlotte Mutsaers […]

‘Zullen wij in de hemel komen?’

‘Zullen wij in de hemel komen?’

Het Parool, 3 november 2017 Dieuwertje Mertens Met haar derde roman, Hoor nu mijn stem, is Franca Treur (1979) terug in het Zeeland uit haar succesdebuut Dorsvloer vol confetti. In haar vorige roman, De woongroep, haalde ze een navelstaarderige, Amsterdamse yup uit haar comfortzone, wat […]

Theater van wreedheid en van veiligheid

Theater van wreedheid en van veiligheid

Zuivering: Tom Lanoye schrijft roman over angst in Europa

In zijn nieuwe roman schetst Tom Lanoye de gevolgen van angst en paranoia voor de samenleving. Terreur krijgt de overhand. ‘Onderweg naar het station telde ik vandaag acht zwaarbewapende militairen.’

 

Dieuwertje Mertens

Halverwege het gesprek dat alle kanten op schiet, roept de Vlaamse romancier, dichter, theater-maker en performer Tom Lanoye (1958): “Het is wel een heel pessimistisch interview.” Aanleiding is zijn nieuwe roman Zuivering, maar het gaat ook over de Vlaamse politiek, taalgebruik in het publieke debat en Europa – de voedingsbodem voor zijn roman.

Hoofdpersonage en verteller Gideon Rottier neemt een gevlucht gezin onder zijn hoede, wat tot de nodige problemen leidt. Ook buitenshuis ontspoort de situatie: in het decor herkent de lezer de stad Antwerpen in een Vlaanderen dat dagelijks wordt geteisterd door aanslagen van terroristische groeperingen, extreemrechts en lone wolves. “Een dystopie die ik vrees.”

Dit is niet het eerste werk van Lanoye waarin migratie en het multiculturele Europa centraal staan. Denk aan Het derde huwelijk (2006) over een multicultureel schijnhuwelijk en Gaz (2015), een monoloog van de moeder van een zelfmoordterrorist. In navolging van de door hem bewonderde Louis Paul Boon vindt Lanoye dat een schrijver moet fungeren als een ‘seismograaf die de trillingen doorgeeft die hij voelt in de maatschappij’. “Maar als een collega iets maakt wat alleen maar mooi wil zijn, zal ik dat ook verdedigen, hoor. Persoonlijk geloof ik in de roman die meer dan alleen mooi wil zijn. Met kunst kun je de grote tendensen van de samenleving vatten en individualiseren om de complexiteit van schuldvragen zichtbaar te maken.”

Eenzame stotteraar

Gideon is een eenzame stotteraar, die ook nog eens slist. Hij werkt voor het bedrijf Extreme Cleansing, dat als motto hanteert: ‘Wij beginnen waar anderen afhaken.’ Dat houdt in dat hij gebouwen schoonmaakt na brand, overstroming en zelfmoord. Hij raakt bevriend met zijn nieuwe collega Youssef, die zijn thuisland ontvluchtte. De twee tegenpolen vinden elkaar in hun liefde voor taal en poëzie. En dan redt Youssef ook nog eens zijn leven bij een bedrijfsongeval. Als morele wederdienst belooft Gideon Youssef te zorgen voor zijn gezin, dat ook naar België komt, wat een zeer lastige opgave blijkt.

Zuivering zit bomvol beeldspraak, verwijzingen naar actuele discussies, geschiedenis en alles overstijgende thema’s, zoals eenzaamheid, vriendschap en schuld. Een oordeel over de personages en de situaties waarin zij zich begeven is dan ook niet zomaar geveld.

Als symbolische aangever van het verhaal landt er een haan in het stadstuintje van Lanoye en later ook bij zijn romanpersonage. ‘Een schoonheid van gevogelte’, waar Gideon direct vol van is. In de haan herkent hij het dualisme dat ook in hemzelf schuilgaat: macho, heilig dier en slachtoffer.

“Wist je dat er overal in België gedumpte hanen rondzwerven? Meestal worden ze door de gemeente afgemaakt,” zegt Lanoye. Gideon vertelt in de roman: ‘Ook de haan kreeg in de loop der geschiedenis tegenstrijdige rollen toebedeeld.’ De haan vormt de aftrap van de memoires van Gideon, waarin hij de lezer probeert uit te leggen wat er is gebeurd.

Met Zuivering heeft Lanoye geprobeerd al zijn angsten uit te drijven, als een catharsis. “Dit is het boek van angst en paranoia. De omstandigheden – aanslagen, antiterreurwetten, moeilijk samenleven – maken dat mensen andere dingen gaan doen dan ze willen. Vijf personen worden te gronde gericht door wat er buitenshuis gebeurt: enerzijds zijn er terroristen die angst zaaien, daar staan rechts-extremisten tegenover die politiek gewin proberen te behalen door de situatie verder op te kloppen en daar krijg je de angst van individuele personen die van alles in gang zetten bovenop, wat het nog erger maakt.”

Joodse wijk

Lanoye is zelf ook bevattelijk voor de heersende angst, geeft hij toe. “Ik woon in de Joodse wijk in Antwerpen. Vandaag fietste ik naar het station, anderhalve kilometer van mijn huis. Ik telde onderweg acht zwaarbewapende militairen en voor het station stonden twee grote legervoertuigen. Voor ik in de trein stap, denk ik aan wat er zou kunnen gebeuren. Terrorisme is theater van de wreedheid, de hotspots liggen vast. Voor een deel moet je dat beantwoorden met het theater van de veiligheid: overal soldaten, figuranten van de valse geruststelling. In Brussel zijn veel aanslagen, maar er heerst angst dat ook Antwerpen aan de beurt zal komen. Die angst verstikt het debat.”

Hij noemt als voorbeeld de Somalische man die in augustus in Brussel patrouillerende militairen te lijf wilde gaan met een mes. De man werd doodgeschoten. “De beveiliging wordt gebruikt door mensen die geënsceneerd zelfmoord willen plegen. Ik begrijp het, soldaten hebben een license to kill. Maar er mogen nu geen vragen meer over worden gesteld: was doodschieten wel nodig?”

Tijdens het schrijven zoekt hij bewust zijn eigen ongemakken op. “Je kunt niet over onderwerpen schrijven en ze dan uit de weg gaan. Ik moest Gideon een aantal dingen laten zeggen waar ik het mee oneens ben. Hij heeft veel vooroordelen over vluchtelingen. Ik was af en toe bang voor het boek: ik moest andere personages tekenen vanuit Gideon op een manier die ook wat over hem zegt. Hij doet heel wrede dingen.”

“Hij vertelt Karima, Youssefs vrouw, nadat de situatie thuis is geëscaleerd, dat ze een ander onderkomen moet vinden voor haar gezin. Hij neemt haar mee om de meest gruwelijke, aftandse panden te bezichtigen, om haar een lesje te leren. En dat is nog het minste. Tegelijkertijd zorgt hij ook voor het gezin. Goed en kwaad zijn niet altijd helder te scheiden.”

Lanoye vertelt een verhaal over zijn tante die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat en onderdak verleende aan twee Britse piloten. Ze probeerde buiten de voedselbonnen om aan eten voor hen te komen door de koeien, die bij de slagerij van Lanoyes ouders werden gebracht, te melken voor de slacht en het afvalvlees te bewaren. “Mijn tante sprak altijd kwaad over die piloten: ze zeurden over het eten en ze hielden zich niet aan de regels, want ze rookten overdag in de tuin en spraken te luid in het Engels, waardoor de buren ze zouden kunnen horen. Dat verhaal heeft me altijd gefascineerd. Zuivere helden en totale schurken bestaan wellicht niet.”

Ontmenselijking in de taal

Voor het verhaal maakt Lanoye gebruik van krantenartikelen en uitlatingen in de media. “In een interview dat hij inmiddels betwist, riep Wim van Rooy (een Vlaamse islamcriticus, red.) bijvoorbeeld op alle moslims verplicht bij elkaar te drijven, zoals Amerika na ‘Pearl Harbour’ deed met tienduizenden Japanners.”

Loubna, Youssefs dochter, spreekt de angst uit voor eenzelfde lot als de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog ten deel viel: de deportatie van niet-Europese vreemdelingen en moslims naar kampen. ‘Als dat glorieuze continent zich blijft beroepen op zijn eeuwige waarden – waarom zouden dan ook zijn eeuwenoude kwalen niet meer gelden?’ fulmineert zij.

“Theo Francken, onze staatssecretaris voor Migratie en Asiel, kwam onlangs in opspraak omdat hij sprak over het ‘opkuisen’ van illegale asielzoekers. Over zuivering gesproken! Ontmenselijking in de taal is meestal de voorbode van iets veel ergers,” zegt Lanoye, de schrijver voor wie taal het hoogste goed is.

Terwijl de wereld rondom Lanoyes personages instort, blijft de taal fier overeind. Soms wordt ze zelfs poëzie, zoals aan het begin van Gideons memoires: ‘En toch houd ik mijn hele leven lang al van fanfares, Franse verzen en allerhande extravaganza. Ik ben verzot op Apollinaire en Baudelaire. Wie leest ze nog? Wie leest ze nog in de taal van Molière en Voltaire? Ik. Niemand bemint welsprekendheid meer dan de hakkelaar. Zelf schrijft hij zijn verzen in het geheim.’

Lanoye herhaalt de laatste zin en lacht: “Mooi, hè? Gideon kan niet goed praten, maar wel mooi schrijven.” Hij heeft sommige zinnen als punchline gecentreerd in de tekst laten plaatsen. Voor een rasperformer en taalvirtuoos als Lanoye zal Gideons handicap een schrikbeeld zijn? “Taal is alles wat ik heb. Ik heb moeten toezien hoe mijn moeder door een beroerte de taal verloor en ik ben bang dat het mij ook zal overkomen.” Hij schreef over haar in Sprakeloos (2009). “Dat ik verbaal zo getalenteerd ben, heb ik van haar.”

Zuivering is geschreven als een Griekse tragedie en vraagt erom op de planken te worden opgevoerd. De proloog heeft hij al voorgedragen voor publiek, een groot succes. ‘Een goed boek is een toneelstuk.’

Gideon besluit zijn memoires met: ‘(..) de aanslagengolven ebden langzaam weg’. ‘Maar daar geloof ik niet in,’ zegt Lanoye.

FICTIE: Tom Lanoye; Zuivering, Prometheus, 360 blz, 24,99

Twintig jaar na de opvoering van de theaterproductie ‘Ten oorlog’, staat Tom Lanoye opnieuw in de theaters met ‘Solo Ten Oorlog’, zijn bewerking van acht koningsdrama’s van Shakespeare, zie: behouddebegeerte.be

 

 

 

 

 

‘I am a tree’

‘I am a tree’

Black Literature en blondje meisjes ‘Wie mag ik helpen?’ vroeg de barman. Hij keek beurtelings van mij naar de zwarte man in pak naast mij. ‘Ik ben aan de beurt,’ zei de man en hij bestelde een chardonnay. Ik was er vrijwel zeker van dat […]

Literaire wereld wordt voorzichtiger en harder

Literaire wereld wordt voorzichtiger en harder

Het Parool, PS Zaterdag 30 september 2017 Een optreden bij DWDD, een succesvolle blog, lovende recensies: om je boek aan de man brengen lijkt steeds meer nodig te zijn. En wat doe je als je eerste drie niet verkopen? ‘Niet iedereen kan doorgaan.’ Dieuwertje Mertens, […]

‘Als een moeder sorry zegt’

‘Als een moeder sorry zegt’

Het Parool, zaterdag 23 september 2017

Recensie Ronelda S. Kamfer – Mammie

Dieuwertje Mertens

In Mammie dicht de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda S. Kamfer (1981) over haar onlangs overleden moeder en hoe het haarzelf en haar omgeving sindsdien vergaat. Dat doet ze op openhartige wijze en zonder voorbehoud. Het overlijden van mammie maakt van alles los.

Kamfer dicht in Lage levens: ‘er was een vrouw in mijn leven/ die zo vaak was verraden/ dat haar hart een cirkel was/ ze wreef haar vernederingen/ samen met haar badolie/ in haar huid/ ze was mijn moeder/en ze leerde mij/om niet van mezelf/ te houden

Het verdriet om het overlijden van haar moeder staat niet op zichzelf, maar is geworteld in de samenleving waarin Kamfer opgroeide en nog steeds verkeert: een Zuid-Afrika waar de apartheid nog niet is verdwenen en de verschillen tussen arm en rijk groot zijn, maar bovenal een onveilige plek waar verkrachting, criminaliteit en geweld deel van het dagelijks leven zijn.

In luchthartige anekdotes geeft Kamfer die achtergrond onomwonden prijs, zoals in Getuigenis, waarin een vriendin tijdens de Vaderdagsdienst in de kerk hoog opgeeft over haar lieve vader, tot ze de verteller aankijkt. Ze herinneren zich beiden afgelopen vrijdag, toen vader zijn dochter op bed verkrachtte: ‘(..) de pastoor zei/ dat ze haar vader een knuffel moest geven/ iedereen klapte/ ik boog mijn hoofd en kraste het gezicht/ van de lieve Jezus uit mijn kinderbijbel’.

De dichter gebruikt geen mooie, grote woorden. Haar taalgebruik is zonder opsmuk. In elk gedicht schuilt het gevaar net onder de oppervlakte. Kamfer maakt het op meedogenloze wijze zichtbaar. Toch moeten de gedichten het niet alleen hebben van hun shockeffect. De ingewikkelde en liefdevolle relatie tussen een moeder en een dochter schuilt juist in de kleine dingen: een zwijgzaam samenzijn of de gesprekken over anderen. En dan komen de zinnen die bijblijven, zoals: ‘want als een moeder sorry zegt/ is het alsof God naar de aarde afdaalt/ en een kroon op je hoofd zet‘.

Kamfers poëzie stemt nederig en roept soms ook ongemak op, zeker als je leest vanuit een geprivilegieerde positie (geen slachtoffer van racisme of geweld). De dichter spot met de kleurlingen (halfbloedjes) en millennials voor wie de zwarte achtergrond een mode-uiting is: zij behoren tot de ‘conscious movement‘, ‘ze zijn trendy’, dicht ze bitter.

Ze zouden beter moeten weten. De Zuid-Afrikaanse laat de lezer zien hoe het er echt aan toegaat in haar leefwereld. In het slotgedicht is haar zus vermist: ‘(..)ze is aan de drugs/ ze steelt/ ze papt aan met gangsters/ ze heeft haar kind bij mij achtergelaten(..)‘ Om maar aan te geven: ze heeft haar ‘Mammie’ hard nodig, eigenlijk is ze onmisbaar.

Fictie Ronelda S. Kamfer, Mammie, Vertaald door Alfred Schaffer, Podium, €21,50. ****

 

‘Er wordt bijna nooit serieus over religie geschreven’

‘Er wordt bijna nooit serieus over religie geschreven’

Het Parool, zaterdag 16 september 2017 Recensie Maarten van der Graaff – Wormen en Engelen Dieuwertje Mertens ‘Een jeugd op het platteland, in de gereformeerde kerk, gevolgd door de trek naar de stad. (…) Het is een bekend Nederlands recept: verwijdering van ouders en familie, […]

Een moederloos bestaan

Een moederloos bestaan

Het Parool, zaterdag 9 september 2017 Recensie Jente Jong- Het intieme vreemde Dieuwertje Mertens De roman Het intieme vreemde van theatermaker Jente Jong (1985) is geen lichtzinnig debuut. Hoofdpersoon Sara verloor, net als de auteur, op jonge leeftijd haar moeder. Ze raakt ervan overtuigd dat […]

Opzwepend en bevrijdend

Opzwepend en bevrijdend

Het Parool, Boeken, 22 juli 2017

Recensie Marije Langelaar- Vonkt

Dieuwertje Mertens

Vonkt, de derde bundel, van Marije Langelaar (1978), is sprookjesachtig en overtuigend. Haar gedichten variëren van vervreemdend en onheilspellend tot opzwepend en bevrijdend.

De bundel opent met een profetische nachtmerrie: Ik werd wakker dat jaar aan het strand/ mijn vogellichaam/ sterk vermagerd.// Ik schrok van mijn vriend die naast mij lag./ Volledig van zand.

Als de ‘ik’ samen met dieren en kinderen gaat graven vindt ze een woord/ tussen de zandhersens geklemd, (…) Het was nog onuitgesproken, ongevormd maar het was bijna

De lezer kan alleen maar gissen om welk woord het dan gaat, maar het belooft weinig goeds. Toch is de bundel niet alleen neerslachtig. Als de verteller in het gedicht Put de bodem eindelijk heeft bereikt, blijkt de zon daar eenmaal per dag ook te schijnen, en dan zijn daar ook al snel: de ‘hand van mijn kind’, ‘de ladder’ en ‘een slingerend paadje’.

De beelddronken gedichten van Langelaar zitten bomvol krachtige metaforen, waardoor ze voor meerdere interpretaties vatbaar zijn zonder het verhalende karakter te verliezen. De bundel bestaat uit drie afdelingen: De afgrond omsingelen, Een slag op de trom en Love songs for the Absolute, die zich zowel laten lezen als losse thematische delen als verhalende eenheid waarin we een vrouw volgen die gevangen zit in een naargeestige relatie, het huis verlaat, haar vrijheid zoekt en opnieuw de liefde voor haar man terugvindt.

Sleur heeft een ritme, laat Langelaar zien: Paf! paf! paf!/ We sloegen de trom./ (…) Want dat hadden we geleerd/We sloegen de trom. (…) Tot onze lichamen begonnen te deformeren, we sloegen/ nog harder, tegen de rimpels, het kreukelen/ onze verminderde vruchtbaarheid, een stram in ons been./ (…) wie had ons in de eerste plaats die trommel gegeven?

Door taal aan de dingen te geven, lijkt de ik-persoon vat op haar leven te krijgen: En zo slijt ik mijn dagen/ tegenwoordig ja nogal een contrast met hoe ik ooit/ doof blind stom en leeg begon. (…) bij elke sprong op de stoep roep ik hard en/ eenvoudig Vonk! Vonk! Nu!

De taal die vonkt werkt aanstekelijk en opzwepend en maakt dat de verteller het heft in eigen hand neemt. Ze slaat opnieuw op de trom, ditmaal niet werktuigelijk, maar vol overgave: ik pak mijn trom, loop het veld op/ en roep mijn man. (…) Want ik ben vrouw (…) Ik ben er nu voor mijn man. (…) Ik zinder ik ring ik gong./ Kom man kom!

*****

POEZIE, Vonkt, Marije Langelaar

Vonk

 

En ze vroegen me terug voor dat radioprogramma
ik weet nog steeds niet waarom
want ik had vooral gezwegen
maar de presentator benadrukte dat men daar
nood aan heeft vandaag de dag.
Dus zat ik daar weer achter een microfoon
en zweeg
en ontkrachtte vervolgens alle fenomenen, ideeën,
gestalten, dingen en wezens. En mijzelf natuurlijk
en de presenator die zenuwachtig aan zijn snor ging
wrijven. Dat ging me goed af. Ik had mijn talent ontdekt.
En vanuit het niets vertelde ik over het vonkje, klein
en zoemend waardoor ik voorzichtig weer in de
wereld, getallen, fenomenen, planeten, materialen
en mensen ging geloven. Er zit een vonk in u.
Jazeker vonk in u. Want die vonk is in mij, ik weet
verder niets mijn denkkracht is nihil, geen zicht,
geen gehoor, ik zwem in het niets maar ik weet
er is een vonk in deze tafel, deze lamp en in u beste
luisteraar.
Ik was dusdanig op dreef dat mijn woorden vlam vatten.
Er zit een vonk in u beste presentator! Ik
smeet het over de tafel.
Hij werd zo bleek en ongemakkelijk dat ik mijn
woordvoering staakte.
Vlammend en trillend begaf ik mij naar huis, ging
vlammend en trillend in mijn bed liggen. Viel in een
vlammende en trillende slaap werd vlammend en
trillend weer wakker.

En schreef meteen bij het ontwaken een brief naar
de krant waarin ik mijn droom uitlegde. Alles moet
vlam vatten lieve mensen. En
van geestdrift ging ik naar buiten op straat de
mensen de hand schudden
want stilzitten op een bankje in het park daar kon
ik niet meer aan.
Ik wilde alle mensen aanraken en bevestigen er is
een vonk in u schreeuwen. En zo slijt ik mijn dagen
tegenwoordig ja nogal een contrast met hoe ik ooit
doof blind stom en leeg begon.
Nu bedenk ik hinkel – en andere kinderspelletjes en
bij elke sprong op de stoep roep ik hard en
eenvoudig Vonk! Vonk! Nu!

(uit: Vonkt, de Arbeiderspers 2017)

Onstilbare kinderwens

Onstilbare kinderwens

Het Parool, Boeken, 15 juli 2017 Recensie Ariel Levy – De regels gelden niet Dieuwertje Mertens Het leven is geen roman, maar je kunt er wel een literair verhaal van maken. Dat doet journaliste Ariel Levy (1974) in haar memoires De regels gelden niet. Ze […]

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Het Parool, Boeken, 1 juli 2017, De Stentor, Boeken, 1 juli 2017 Romandebuut: Lieke Marsman laat zien dat ze meer kan dan dichten Dichter en filosoof Lieke Marsman toont zich met Het tegenovergestelde van een mens, over een jonge klimaatwetenschapper die worstelt met de liefde, […]

Activistisch Amerikaans

Activistisch Amerikaans

Het Parool, Boeken, 17 juni 2017

Recensie Mannen leggen me altijd alles uit – Rebecca Solnit

Dieuwertje Mertens

‘Zo iemand als Rebecca Solnit hebben wij niet in Nederland’, schrijft Marja Pruis in de inleiding van de vertaalde essaybundel Mannen leggen me altijd alles uit van historicus, schrijver en activist Rebecca Solnit (1961). Haar feministische essays zijn inderdaad erg Amerikaans. Ze komen voort uit een meer verdeelde samenleving met meer criminaliteit.

Solnit spreekt zich uit over de positie van de vrouw en schending van vrouwenrechten door geweld en verkrachting in de VS en wereldwijd. Ze is er heilig van overtuigd dat het benoemen van het probleem onderdeel van de oplossing is: onze samenleving is doortrokken van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, zegt ze.

Ze roert veel gemeenplaatsen aan: zien we niet allemaal de ernst van geweld jegens vrouwen in? Dat is niet zo: sommige mannen, veelal uit bepaalde culturen maar dan ook niet allemaal, niet. Ze nuanceert met regelmaat: ‘(…) hoewel vrijwel alle geweldplegers mannen zijn betekent dat niet dat alle mannen gewelddadig zijn; het gaat om een minderheid. Daarnaast zijn ook mannen slachtoffer van geweld, meestal gepleegd door andere mannen, en iedere gewelddadige dood, iedere aanval is vreselijk’. Deze nuanceringen maken de essays ook weer zo vreselijk (Amerikaans) politiek correct.

In het titelessay haalt Solnit een vermakelijke anekdote aan. Ze was eens op een feestje waar de gastheer een redevoering hield over een ‘heel belangrijk boek’ dat hij weliswaar niet had gelezen, maar waarover hij wel een artikel had gelezen. Terwijl ze de monoloog aanhoorde kwam ze erachter dat het haar eigen boek betrof. Volgens Solnit typisch iets voor mannen om zich zo superieur op te stellen en ervan uit te gaan dat de vrouw niets weet.

Aangevuurd door haat jegens mannen die het beter weten (‘mansplaining‘), schrijft ze: ‘Gozer, mocht je dit lezen: je bent een puist in het gezicht van de mensheid en een obstakel voor de beschaving. Ga je schamen.’ Om niet veel later te schrijven dat natuurlijk niet alle mannen zo zijn.

De ervaring van Solnit valt moeilijk te ontkennen, al herken ik het niet als een typisch mannelijke eigenschap. Er zijn ook veel vrouwen die dit doen, uit superioriteitsgevoel of verdekte haat jegens andere vrouwen.

Solnit is een goede essayist, maar ik heb haar liever dwalend, zoals in het fantastische A field guide to getting lost, dan nadrukkelijk activistisch. Daarbij denk ik dat dit boek wellicht te zeer geworteld is in de Amerikaanse cultuur is om in Nederland echt indruk te maken. Of zouden er legio Nederlandse vrouwen zijn die denken: eindelijk iemand die zich uitspreekt tegen vrouwenverkrachting?

***

NON-FICTIE, Mannen leggen me altijd alles uit, Rebecca Solnit


Latest post

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017

****

Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil

Dieuwertje Mertens

In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en straatjongen Gaston, ‘Gas’, centraal. Vrije radicalen zijn kleine, ongebonden deeltjes die vrijkomen als afvalstoffen van processen in en buiten het lichaam en die zich makkelijk hechten aan andere stoffen en op die manier schade kunnen toebrengen. De titel is een perfect gekozen metafoor voor de vriendschap tussen Jaime en Gaston.

Dat Trujillo graag ingrediënten uit haar eigen leven gebruikt om haar veelgeprezen romans zoals De terugkeer van Lupe Garcí­a (2011) mee te kleuren, is geen geheim. Ze werd geboren in Montevideo en kwam op zesjarige leeftijd als politiek vluchteling in Nederland terecht. De cultuurverschillen tussen Uruguay en Nederland, zelfdestructie en alcohol- en cocaïnegebruik zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook in Vrije radicalen.

Hoofdpersonage Jaime heeft niets te verliezen: zijn jeugd is getekend door het wrede dictatoriale regime in Uruguay, waaronder hij zijn twee broers verloor bij een actie, zijn vader zich ophing aan de deurkruk van zijn gevangeniscel en zijn moeder zich dagelijks met medicatie drogeerde om het verdriet niet te voelen, tot deze troost haar fataal werd. Jeugdvriend Gas, die hij op de begrafenis van zijn vader ontmoet, is in wezen de enige stabiele factor in zijn leven.

Op zijn achttiende emigreert Jaime naar Amsterdam, waar hij later binnen de grachtengordel een succesvol leven leidt; ‘geslaagd als verslaggever, mislukt als mens’. Zijn bewondering gaat uit naar Gas, die ondertussen als strijder tegen onrecht, dierenleed en milieuvervuiling door het leven gaat. Jaime blijft hem ook vanuit Nederland opzoeken in zijn hut buiten Montevideo om deel te nemen aan acties en er reportages over te schrijven.

Ondanks alle ellende en gruwelijkheden die Jaime in zijn jeugd heeft doorstaan, is zijn verteltoon luchthartig, soms ironisch, maar nergens zwaarmoedig, wat zowel mededogen als bewondering voor het personage oproept. Hij beziet zijn leven met een zekere afstand. Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.

Halverwege het boek denk je: hier laat Trujillo een steek vallen, er is een hap uit het verhaal genomen. Dat blijkt (natuurlijk!) een strategische zet van de schrijver te zijn: Jaime wordt psychotisch en durft zijn huis niet meer uit. Een onbetrouwbare verteller biedt de mogelijkheid om alles op losse schroeven te zetten en een nieuw soort spanning in het verhaal te brengen. Jaime vraagt Gas om hem te komen helpen. Die besluit het bezoekje aan zijn vriend met het nuttige te verenigen en slikt bolletjes, zodat hij in Amsterdam inkomsten kan genereren. Bij Jaime thuis broedt hij tussen het dealen door op allerlei acties, waaronder een aanslag op de Miljonair Fair.

Gedurende de aanloop hiernaartoe verliest het verhaal, tussen waan en werkelijkheid, wat van z’n stuwende kracht: Trujillo heeft de gang naar de afgrond misschien wat te lang opgerekt. Maar de lezer is al verloren. Hij kan niet anders dan meegaan in Jaimes val en, tegen beter weten in, hopen op een zachte landing.

Lees hier een fragment uit Vrije Radicalen.