Recent Posts

Het spektakel van een archiefkast

Het spektakel van een archiefkast

Het Parool, Boeken, 30 maart 2019 Een hand die verzamelt en classificeert Door Dieuwertje Mertens ‘Een archief kan niet zonder archivaris, een hand die verzamelt en classificeert,’ is één van de motto’s van het eerste deel van Archief van verloren kinderen van Valeria Luiselli. In […]

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Het Parool, Boeken, zaterdag 23 maart 2019 Romans die je als moderne feminist gelezen móet hebben Door Dieuwertje Mertens ‘Hoe te leven? Hoe te worden wie je bent? Simone de Beauvoir ging ons voor, in ieder geval mij,’ schrijft criticus en schrijver Marja Pruis. Een […]

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

Het Parool,  PS Kunst en Media, vrijdag 16 maart 2019

Manon Uphoff schrijft openhartig over misbruik

Manon Uphoff, maart 2018, foto: Nanda Hagenaars

De vormenrijkdom van een traumatische jeugd

Dieuwertje Mertens

In de roman Vallen is als Vliegen beschrijft Manon Uphoff haar jeugd; een labyrintische wereld waarvan misbruik en geweld vaste onderdelen waren, gistend onder het bestaan van alledag.

“Als je in je eigen biografie en je eigen geschiedenis gaat poeren heb je je literaire waarde als schrijver wel een beetje verspeeld vreesde ik. Maar ik dacht: als ik mezelf in de ogen wil blijven kijken moet ik eerlijk zijn en proberen op te schrijven hoe mijn jeugd was met inzet van al mijn taalvermogens.” Zo sprak Manon Uphoff (1962) zichzelf toe na de dood van zus Henne Vuur (niet haar echte naam).

In 2015 valt de uitgehongerde Henne Vuur van de trap. Ze weigert zich te laten meenemen door het ambulancepersoneel. Uphoff schrijft: ‘Tot op de dag van vandaag weet ik niet of Hennes levenseinde haar capitulatie of wraak was.’

Waarom vormde de dood van uw zus de ­aanleiding dit verhaal op te schrijven?
“Ik had haar al uit mijn bestaan gedrukt ik dacht zelfs amper aan haar. We wisten: ze eet niet. Het laatste wat ik tegen haar heb gezegd tijdens het jaarlijkse familie-uitje was: ‘Je weet wat er gebeurt hè als je niet eet?’ Het volgende moment dat ik over haar hoorde was ze dood. Toen ben ik gedwongen door haar val gaan ­nadenken over hoe dit kon. Waar is dat gebeurd dat ik haar uit mijn leven heb gebroken als een dorre tak? Ik kan er ter verdediging bij zeggen dat mijn zus zeer ontoegankelijk was. Een goede vergelijking is misschien alsof je met elkaar in een kamp hebt gezeten en dat je daarna doet alsof je elkaar niet kent want je wílde dat kamp niet. Na haar dood schrok ik ontzettend van mezelf: eerst van die enorme koelte en daarna van een tsunami van verdriet. Ik dacht: waarom raakt de dood van mijn zus me zo? We wisten toch dat dit zou gebeuren?”

De schrijfster groeide op in de Utrechtse wijk Lombok in een groot gezin. Haar familie speelde al eerder een hoofdrol in de grimmige autobiografische roman Koudvuur, waarin de impact van de dood van het zesjarige broertje op de gezinsleden centraal staat. In Koudvuur schrijft Uphoff behoedzaam om het misbruik heen. In Vallen is als vliegen ontziet ze niets of niemand en beschrijft ze de nachtelijke bezoekjes van haar vader in zowel zakelijke bewoordingen als een fabelachtige nachtmerrie: ‘Dit konijnenhol van Escher waarbinnen (…) onze lichamen werden verenigd met de Minotaurus, in elkaar gedrukt en uit elkaar getrokken tijdens de sterrenfonkeldans van zenuwcellen (…)’

De Minotaurus, met zijn stierenkop en mensenlichaam, is een opvallende metafoor. Het is wel een monsterachtig wezen, maar het is juist het lichaam dat zo wreed is geweest.
“Die keuze is puur intuïtief. Ik teken al van kinds af aan menselijke wezens met dierenkoppen. Ik heb de Minotaurus waarschijnlijk als jong kind gezien in de kunstboeken van mijn vader. Mijn vader zal absoluut zijn eigen demonen hebben gehad. Ik vind het voor daders heel deerniswekkend dat ze hun lichaam moeten inzetten om de driften emoties en de onopgeloste pijnpunten van hun bestaan op te lossen. Maar voordat het gesprek alleen over misbruik gaat: het gaat eigenlijk om het idee dat je een ander wezen kunt bezitten kunt bezetten. Dat dit niet meer is dan het terrein waarop je alles wat er met jou aan de hand is kunt laten afspelen.”

U beschrijft ook dat uw vader, die u voedde met kunst, literatuur en sprookjes, u de gave om te fabuleren heeft gegeven.
“Ik groeide op in een wereld die ik niet prettig vond maar wel fascinerend. Die wereld is onderdeel van mijn schrijverschap. Toen ik over mijn jeugd begon te schrijven dacht ik: als ik maar niet in van die platte begrippen moet gaan praten als ‘verwerken’ ‘dader’ en ‘slachtoffer’. Alsof je een doosje hebt waar geen echt gereedschap in zit maar een plastic hamertje en kunststof spijkers. Ik wil kunnen vertellen over fantastische – niet in de zin van prettige – nachtmerries met een beeldenrijkdom alsof je in het werk van Goya of Jeroen Bosch terecht bent gekomen. Het is geen plezierige plek maar in ­ieder geval vormenrijk. En van die vormenrijkdom ben ik gaan houden. Dat is mijn gereedschap daar kan ik mee bouwen.”Het was zeer bevrijdend om met mijn zussen zonder censuur te praten over wat ons is overkomen

Ik herken in uw roman opvattingen uit uiteenlopende kampen in het #MeToo-debat: zowel een afkeer van het slachtofferschap als een noodzaak om misbruik bespreekbaar te maken.
“Ik was halverwege de roman toen #MeToo in de media kwam. Fuck wat moest ik nou? Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen. Ik wil hier zo graag niet bij horen. Straks is alles waarvoor ik heb gewerkt ­kapot en word ik gereduceerd tot dit verhaal. Ik heb me in beginsel in het kamp van de oudere ­liberale Franse feministen willen verschuilen mogelijk omdat het me veiliger leek. Maar ik voel dat ik dit verhaal moet uitdragen to own the story. #MeToo zou geen discussie maar een gesprek over seksualiteit moeten zijn waar mannen ook aan deelnemen. Hoe leuk is het voor mannen om seks te hebben en niet te ­weten of ze zelf begeerd worden?”

U beschrijft ook een andere kant van misbruik, waar niet vaak over wordt gesproken. Uw zus Toddie krijgt een relatie met een opvliegende, niet al te intelligente man, die later veroordeeld wordt tot tbs voor het verkrachten en vermoorden van een negenjarig meisje. U beschrijft hoe Toddie deze man uitlokt en treitert, terwijl ze weet dat het haar klappen zal opleveren. Hoe duidt u haar gedrag?
“Het is trots een gebalde vuist. Ze zegt daarmee: ik buig niet. Ze heeft het satanische ­genoegen dat hij zijn zelfbeheersing verliest omdat hij haar talig niet aankan.”

Is het ook troostrijk dat u en uw zussen van ­elkaar begrijpen wat jullie hebben door­gemaakt?
“We spraken er vroeger niet over maar sinds kort wel en dat heeft me erg geholpen. Voor een buitenstaander klinkt het onwaarschijnlijk maar we hebben vreselijk met elkaar gelachen. Het was ongelooflijk bevrijdend om met hen zonder enige censuur of terughoudendheid te praten over wat ons is overkomen. Het was ‘hysterisch’. We hebben allemaal ons vocabulaire teruggekregen; een soort eruptie van ­mógen spreken.”

Waar was u geweest zonder uw pen?
“Daar kun je allemaal rampzalige scenario’s bij bedenken: dood verslaafd aan de alcohol drugs in de prostitutie. Als ik die pen niet had gehad had ik waarschijnlijk mijn leven lang die innerlijke monoloog gehouden waar ik misschien wel knettergek van was geworden. Ik moet er niet aan denken dat ik in mezelf opgesloten had gezeten.”

 

Woorden als diva’s op de bühne

Woorden als diva’s op de bühne

Het Parool, Boeken, zaterdag 2 februari 2019 Tom Lanoye: Dichter is weer even terug Door Dieuwertje Mertens Tijdens een interview vertelde dichter en (theater)schrijver Tom Lanoye me eens dat hij zich meer romancier voelt dan dichter. Hij bracht de laatste jaren ook meer romans (en […]

De magie van een gedicht

De magie van een gedicht

Het Parool, PS Kunst en media, donderdag 31 januari 2019 Poëzieweek: Spoken word en poetry slam groeien naar elkaar toe Dieuwertje Mertens Tijdens de Poëzieweek wordt de Nederlandse poëzie gepromoot met activiteiten door het hele land. Om de verkoop van dichtbundels te stimuleren is er […]

Van Afrika en voor Afrika

Van Afrika en voor Afrika

Het Parool, Boeken, 12 januari 2019

Winternachten: Literatuur vanuit Oegandese orale traditie

Jennifer Nansubuga Makumbi is komende week te gast op het Haagse literatuurfestival Winternachten Writers Unlimited. Een gesprek over Afrikaanse literatuur. ‘Afrikaanse auteurs schrijven vaak voor de witte markt.’

Door Dieuwertje Mertens

‘For God’s sake, als een Afrikaanse schrijver een roman schrijft, mag je toch hopen dat die Afrikaans is,” roept Jennifer Nansubuga Makumbi in haar werkkamer in Manchester, waar ze nu achttien jaar woont en werkt. Kintu (2014), de debuutroman van de Oegandese, werd door Britse uitgevers geweigerd, omdat die ‘te Afrikaans’ was. De roman won de Afrikaanse Kwani Manuscript Project en werd een groot succes. The Sunday Times riep het uit tot een van de beste boeken van 2018. Er zijn plannen voor een Nederlandse vertaling. Voor haar tweede roman, The first woman, die later dit jaar verschijnt, vond ze wel een Britse uitgever.

In Ted Talk The danger of a single story vertelt de Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie hoe vreemd het is dat ze opgroeide in Nigeria, maar alleen Britse en Amerikaanse kinderboeken las over witte kinderen met blauwe ogen die altijd over het weer spraken. Wat waren uw eerste herinneringen aan lezen in Oeganda?

“Net zoals Adichie groeide ik op als een kind van een generatie ouders uit de middenklasse die vooral naar het Westen keek als het ging om taalgebruik, literatuur, alles. Ik las sprookjes van De gebroeders Grimm, De vijf en de kostschoolverhalen van Enid Blyton, dat soort boeken. Maar in tegenstelling tot Adichie groeide ik op met een grootvader die ook veel te zeggen had over mijn opvoeding. Als ik tijdens de vakantie bij hem ging logeren en mijn vader gaf weer stapels kinderboeken mee, dan schoof mijn grootvader die terzijde. Hij vertelde me verhalen over Oeganda, over de erfgenamen, over de luipaarden, de leeuwen, maar ook verhalen over knappe jonge meisjes die met knappe jonge mannen trouwden. Ik had toegang tot de orale traditie van Oeganda.”

Wat mij opvalt is dat de meeste romans die de westerse boekhandels bereiken over migratie en remigratie gaan. Denk aan Wole Soyinka, Buchi Emecheta, Adichie.

“Uitgevers willen verhalen over migratie. De reden is, denk ik, dat het nu zo’n groot thema is in Europa. In Afrikaanse literatuur is het een relatief nieuw fenomeen. Daarnaast schrijven Afrikaanse auteurs vaak voor de ‘witte markt’; daar zit het geld. Ik wilde een boek schrijven voor de Oegandezen. Ik weet dat ze niet veel geld aan boeken uitgeven, maar ik wilde een verhaal schrijven over Kampala; over de mensen, de sloppenwijken en de verschillende buurten. Westerse literatuur vindt haar wortels bij Dante en Shakespeare. Mijn literatuur kent een andere traditie, een orale traditie.”

Voor Kintu heeft u rijkelijk uit die orale traditie van Oeganda geput. Hoe belangrijk is het waarheidsgehalte van deze geschiedenis?

“Op school leerde ik dat geschiedenis uit harde feiten bestaat. Dat is onzin. Geschiedenis is subjectief: het maakt een groot verschil wie wanneer en met welke belangen een verhaal vertelt. In Engeland geloven mensen meer in de verhalen van Shakespeare dan in de harde feiten. Omdat hij de personages tot leven brengt en ze op die manier dichtbij komen. Dat heb ik ook geprobeerd te doen. Ik ben daarbij zo dicht mogelijk bij de geschiedenis gebleven. En ja, ik heb delen, zoals het kolonialisme en de dictatuur van Idi Amin, grotendeels buiten beschouwing gelaten. Daar is al zoveel over verteld.”

Waarom is ‘waanzin’ het leidende thema van uw geschiedenis geworden?

“Toen ik opgroeide waren er oorlogen; er gebeurden verschrikkelijke dingen. Voor mij was dat gewoon onderdeel van het leven. Maar toen ik hier in het Westen kwam, zag ik het eenzijdige beeld dat de media gaven van Afrika: een bevolking die passief zat te wachten tot het Westen te hulp zou schieten. Ik dacht: welk Oeganda is dat? Tegelijkertijd zocht ik naar een manier om om te gaan met mijn vaders waanzin. Nadat hij een tijd vast had gezeten onder Idi Amin werd hij gek. Wat voor ziekte? Ik weet het niet. Misschien was hij schizofreen, in Afrika noemen we het gewoon ‘waanzin’. Ik was altijd bang dat dit in de familie werd doorgeven. Waanzin speelt op drie niveaus een rol in Kintu: de waanzin die rondgaat in families, de nationale waanzin die tot oorlogen leidt en de raciale waanzin die het Westen Afrika toedicht: zwartheid is slecht.”

Mannen spelen de hoofdrol in Kintu. Maar u had eigenlijk het voornemen een feministische roman schrijven.

“Feminisme stuit op veel weerstand in Oeganda. Daarom wilde ik eerst de masculiniteit van de Oegandese samenleving ontmantelen. Ik dacht: laat ik daar beginnen en tonen hoe mannen de druk voelen zich voor te doen als fysiek sterk met een mateloos libido.” Gromt. “Ik denk dat ze net zo lief in de keuken staan om een geweldig maal te bereiden, maar masculiniteit zit dat in de weg. Als het gewicht van masculiniteit afneemt, is er ruimte voor feminisme. Mijn tweede roman is feministisch.”

Toch was ik verrast over ruimdenkendheid van Kintu en zijn volk in de achttiende eeuw. Neem bijvoorbeeld het verhaal over Ssentalo, wiens homoseksuele activiteiten werden uitgelegd als toppunt van mannelijkheid: deze man is zo mannelijk dat vrouwen niet genoeg zijn om hem te bevredigen. Hoe komt het dat homoseksualiteit vandaag de dag zo’n groot taboe is in Oeganda?

“In het verleden waren mensen zichzelf. Niemand hield zich bezig met seksualiteit, want we wisten toch al dat we anders waren. Toen de missionarissen arriveerden, gruwelden zij van de vrije seksuele moraal. Een van de koningen was homoseksueel; hij werd van de troon verwijderd. Met het verstrijken van de tijd nam de schaamte van de Oegandezen toe samen met het nationale geheugenverlies: we zijn vergeten wie we waren. In Kintu oordeel ik niet, ik laat gewoon zien hoe het was. Nu de Oegandezen dit hebben gelezen, zijn ze stil en geschokt. Soms komt er iemand naar me toe, die zegt: ‘Je verhaal klopt, maar waarom graaf je het verleden op? We hebben ons ontwikkeld, we zijn niet meer zo.’ Door Kintu beginnen de Oegandezen zich weer dingen te herinneren.”

Wat is het grootste verschil in hoe Oegandese en Britse lezers reageren op Kintu?

“Oegandezen zijn opgewonden: ‘O mijn God, dit boek gaat over ons. Ik ken deze plekken, deze verhalen.’ Westerse lezers zijn meer gefocust op zaken rondom erfelijkheid, zoals: hoe geestelijke gezondheidsproblemen in families worden overgedragen, hoeveel tweelingen er in families voorkomen. Kortom: onderdelen van de Oegandese cultuur die nieuw zijn voor hen.”

IN TEKEN VAN DE TOEKOMST

De 24ste editie van festival Winternachten Writers Unlimited (donderdag 17 tot en met zondag 20 januari in Den Haag) staat met het motto Who wants to live forever in het teken van de toekomst. Het festival verwelkomt ruim 90 schrijvers, dichters, denkers en musici, voor meer informatie zie www.writersunlimited.nl.

 

 

Een nog groter mysterie

Een nog groter mysterie

Het Parool, zaterdag 12 januari, Boeken Romanschrijver van beroep Door Dieuwertje Mertens Hoe komt het dat de Japanse auteur Haruki Murakami wereldwijd zoveel hartstochtelijke bewondering oogst onder lezers? En dan heb ik het niet over het gedegen soort literaire waardering dat wel meer wereldberoemde auteurs […]

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, 5 januari 2019 Woede als een oud motorblok, ontleden Door Dieuwertje Mertens Wat doe je als je geen kant op kunt met je woede? ‘Een woede als een oud motorblok/ ontleden, met je handen verspreiden over een […]

Mooi, mooier, mooist

Mooi, mooier, mooist

Het Parool, PS Magazine, 15 december 2018

De mooiste boeken van 2018

  1. De polyglotte geliefden, Lina Wolff

In dit diepgravende, gelaagde literaire meesterwerk draait alles om hoe geliefden naar elkaar kijken. Je kunt het lezen vanuit een feministisch perspectief en dan gaat het over the male gaze, maar dat is bijzaak in deze roman die drie levensverhalen aan elkaar verbindt en waarvan iedere zin de moeite waard is om uit te lichten en te onthouden.

 

  1. Habitus, Radna Fabias

Het poëziedebuut van de Antilliaanse Fabias laat zich met geen andere Nederlandse dichtbundel vergelijken. Haar gedichten zijn zowel wild en manisch als beheerst en bezwerend. Dat maakt de bundel ook zo’n verademing om te lezen, afgezet tegen veel dertien-in-een-dozijn navelstaarderige prozapoëziedebuten.

 

  1. De rode klok, Leni Zumas

In haar dystopische roman laat Zumas zien hoe in een toekomstig Amerika de levens van vrouwen ernstig worden beperkt. De roman is niet alleen actueel, maar ook nog bijzonder origineel geschreven; zowel stijl en opbouw zijn complex en gelaagd.

 

  1. De porseleinkast, Nicolien Mizee

Wat een geluksvogel is Ger Beukenkamp die jarenlang bijna dagelijks een fax van Mizee mocht ontvangen. De (tragi-)komische dagboekachtige prozakunstwerkjes hebben een verslavende uitwerking en nodigen uit om hardop voor te lezen aan wie er ook in de buurt is.

 

  1. Hemelse mevrouw Frederike, Maaike Meijer

Meijer werpt zich in deze vuistdikke biografie soms teveel op als de beste vriendin van Harmsen van Beek die postuum de reputatie van feestbeest ‘Fritzi’ moet redden. Maar de combinatie van Fritzi’s leven en werk en de interpretatie van Meijer maken van de biografie een feest om te lezen.

 

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Het Parool, Boeken, zaterdag 1 december 2018 ‘De apathie van de vrouwen wordt bestraft’ Dieuwertje Mertens In het Amerika van de toekomst worden ‘Persoonswetten’ uitgevaardigd die de levens van vrouwen ernstig inperken. Haar roman Rode klok, waarschuwt Leni Zumas, kan zomaar werkelijkheid worden. Dus we […]

Met feminisme kom je niet ver

Met feminisme kom je niet ver

Het Parool, Boeken, zaterdag 24 november 2018 Machismo-mores: Man-vrouwverhoudingen in Colombia De literaire misdaadroman De schoonheidssalon van Melba Escobar wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van feminisme in een machismocultuur. Door Dieuwertje Mertens ‘Patricia stopte in de favela. […]

Onder klamme lakens

Onder klamme lakens

Het parool, Boeken, zaterdag 17 november 2018

De Cambertbertmethode van Frouke Arns

De Camembertmethode, de derde bundel van Frouke Arns, heeft een vreemde en fascinerende titel, want ‘een methode’ verwijst naar een vaste en doordachte handelswijze.

Arns verwijst echter niet naar de bereidingswijze van het zachte Franse kaasje, maar naar het handelen van de kaas zelf, of preciezer gezegd: Of vermoeden dat je camembert bent./ Zachtrond en melkwit op temperatuur ligt te komen tussen de/ lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.

Dat langzaam uitlopen roept allerhande associaties op die niet correct zijn: namelijk een behoedzaam en voorzichtig uitlopen, eigenschappen die je aan personen kunt toedichten, maar zeker niet aan voedingsmiddelen. De handelswijze van de camembert is niet doordacht, die reageert op de temperatuur in de ruimte. Je kunt je echter afvragen in hoeverre het handelen van personen altijd even doordacht is, of doen we ook maar wat in reactie op de situaties waarin we belanden?

Relaties en alledaagse situaties staan centraal in deze zeer geslaagde bundel, om het maar onder een brede noemer samen te vatten. Arns tast met haar taalgebruik poëticale ruimtes af. Ze gaat daarbij beeldend en associatief te werk, zoals bij ‘de camembert’: die korst heeft inderdaad wel wat weg van klamme lakens.

In het beste geval drukt een dichter zich niet letterlijk uit, maar laat hij precies een juiste hoeveelheid in het ongewisse, waardoor hij meerdere lagen aanboort en een breder spectrum aan associaties en gevoelens oproept. Dat is precies wat Arns doet in deze bundel.

En dat levert prachtige dichtregels op: Hoeveel taal is er nodig/ om te zeggen dat er iets gevonden is,/ dat de dagen smaller worden,/ dat je balancerend naar een overkant// misschien je evenwicht verliest? dicht Frouke Arns in de openingscyclus van de bundel.

Ze laat zien wat onder de oppervlakte verborgen blijft. Ze laat zien wat onder de oppervlakte verborgen blijft. In een cyclus van vier gedichten Nazomer, klapstuk laat ze zien hoe ‘een vader’ zijn laatste dagen beleeft en sterft. Haar rake beelden maken de emoties van de verteller die achterblijft zichtbaar, zonder de wanhoop en het verdriet te benoemen: *Je zit op de rand van je slaap en wacht tot de dag je komt halen,/je gebit een schreeuw onder water in het glas naast je bed.*

 

In Onder bomen vat ze de kern van de bundel samen: Nu ik naast je wakker lig denk ik aan/ hun eenzaamheid. Hoe zij zo dicht bijeen toch elkaar/ nooit raken. Wellicht dat hun wortels innig verstrengeld zijn/ Ondergronds, onttrokken aan ons zicht.