Recent Posts

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

Het Parool,  PS Kunst en Media, vrijdag 16 maart 2019 Manon Uphoff schrijft openhartig over misbruik De vormenrijkdom van een traumatische jeugd Dieuwertje Mertens In de roman Vallen is als Vliegen beschrijft Manon Uphoff haar jeugd; een labyrintische wereld waarvan misbruik en geweld vaste onderdelen […]

Woorden als diva’s op de bühne

Woorden als diva’s op de bühne

Het Parool, Boeken, zaterdag 2 februari 2019 Tom Lanoye: Dichter is weer even terug Door Dieuwertje Mertens Tijdens een interview vertelde dichter en (theater)schrijver Tom Lanoye me eens dat hij zich meer romancier voelt dan dichter. Hij bracht de laatste jaren ook meer romans (en […]

De magie van een gedicht

De magie van een gedicht

Het Parool, PS Kunst en media, donderdag 31 januari 2019

Poëzieweek: Spoken word en poetry slam groeien naar elkaar toe

Dieuwertje Mertens

Tijdens de Poëzieweek wordt de Nederlandse poëzie gepromoot met activiteiten door het hele land. Om de verkoop van dichtbundels te stimuleren is er het Poëziegeschenk Vrij – wij? van Tom Lanoye. Bundels worden over het algemeen in kleine oplages gedrukt, omdat ze slecht verkopen – terwijl poëzie op het podium wel leeft. Toch ambiëren veel jonge dichters een bundel. De literaire infrastructuur is zo ingericht dat zoiets bijna een vereiste is voor een professionele dichterspraktijk. Wie werk heeft uitgebracht, wordt uitgenodigd voor optredens en kan daar een (groter) honorarium voor vragen. Voor performancedichters zonder bundel lag dit altijd moeilijker, maar met de opkomst van spoken word lijkt dit te veranderen.

Spoken word is in Nederland een relatief nieuwe discipline, die zich snel ontwikkelt. Hier bestaat in tegenstelling tot landen als Duitsland een onderscheid tussen spoken word en poetry slam. Bij spoken word vertelt de dichter/spreker een persoonlijk verhaal rond een maatschappelijk thema: het maken van een politiek statement en de emanciperende werking van het uitspreken van een tekst voor een publiek staan centraal.

Poetry slams worden altijd in wedstrijdverband georganiseerd; er is naast een publieksjury een vakjury, die de dichter niet alleen afrekent op performance, maar ook op literaire kwaliteit. Sinds een paar jaar doet Het Literatuurhuis, organisator van het NK Poetry Slam, zijn best om ook juryleden uit andere gelederen aan te trekken; onder andere uit de spokenword- en hip-hopscene.

“De scheidslijn tussen spoken word en poetry slam wordt kleiner; er is steeds meer overlap. In België is het onderscheid al helemaal klein,” zegt Sophie Kok van Het Literatuurhuis. Neem de winnaar van het Belgische Kampioenschap Poetry Slam, de Rwandese Lisette Ma Neza: haar teksten zijn verhalend en programmatisch en gaan bijvoorbeeld over haar afkomst en over haar ervaringen met seksueel misbruik (#MeToo).

In Nederland zijn bij de poetry slams ook steeds meer deelnemers uit de spokenwordscene. Het resultaat is meer diversiteit: de deelnemers hebben verschillende culturele achtergronden, de thema’s veranderen en er ontstaat een soort kruisbestuiving in thema’s, stijl en vorm. Maar wat deelnemers uit beide disciplines volgens Kok met elkaar gemeen hebben: “De meesten willen graag een bundel uitgeven.”

Nieuwe mogelijkheden

‘Er is wel duidelijk een trend waarbij spoken word dichters steeds meer bundels de wereld in helpen, maar ik weet dat er ook mensen zijn die dit helemaal niet ambiëren,’ zegt dichter Dean Bowen, die vorig jaar met de bundel Bokman debuteerde. Hij heeft naar eigen zeggen een relatief unieke positie in de poëzie; hij komt uit de spoken word scene, nam in een grijs verleden deel aan poetry slams, maar is ook geworteld in de klassieke poëzie. Hij houdt zich al van jongs af aan bezig met dichten en is heel bewust gaan deelnemen aan slams en spoken word avonden om andere dichters te ontmoeten en een publiek te vinden. ‘Het was altijd al een droom van mij om een bundel uit te geven, maar dit leek jaren onhaalbaar. Op het podium beleeft een gedicht een kortstondig magisch moment, een bundel is tijdloos.’ Nu Bokman er eindelijk is, ziet hij ook andere voordelen: ‘Mijn bundel is goed besproken en genomineerd voor o.a. De C. Buddinghprijs. Ik word nu ook uitgenodigd door literaire festivals: ik trad bijvoorbeeld op bij Crossing Border en ik heb mij kunnen inschrijven bij de Schrijverscentrale, wat nieuwe mogelijkheden biedt.’

Op het podium

“Het was altijd al een droom van mij om een bundel uit te geven, maar dit leek jaren onhaalbaar. Op het podium beleeft een gedicht een kortstondig magisch moment, een bundel is tijdloos.” Nu Bokman er eindelijk is, ziet hij ook andere voordelen: ‘Mijn bundel is goed besproken en genomineerd voor onder meer De C. Buddinghprijs. Ik word nu ook uitgenodigd door literaire festivals: ik trad bijvoorbeeld op bij Crossing Border en ik heb mij kunnen inschrijven bij de Schrijverscentrale, wat nieuwe mogelijkheden biedt.”

“Spoken word kan zich op het podium ook goed manifesteren, zonder dat daar een bundel voor nodig is,” zegt Greetje Heemskerk, afdelingshoofd binnenland bij het Nederlands Letterenfonds.  Maar als een dichter aan een werkbeurs wil komen bij het Nederlands Letterenfonds, zal hij toch minimaal één bundel moeten hebben gepubliceerd. “We zien de uitgever als de eerste zeef.”

Literaire festivals

Maar het fonds ziet ook dat performance steeds belangrijker wordt. Daarom heeft het ook extra budget vrijgemaakt voor literaire festivals, initieert het in samenwerking met de Schrijverscentrale projecten als ‘Spoken voor de klas’ en geeft het werkbeurzen aan audioprojecten. En: er wordt gesproken over de mogelijkheid dat dichters en performers die nog ní­et hebben gedebuteerd bij een uitgeverij, in de toekomst toch een werkbeurs kunnen aanvragen – in 2021, als het nieuwe beleidsplan van kracht wordt.

Bowen: “Het ontbreekt instellingen die zich normaal tot klassieke poëzie verhouden aan de tools om kwaliteit te herkennen. Spoken word neemt de eerste stappen op de weg naar volwassenheid, maar de discipline is nog jong. Er is nog geen discours ontwikkeld, dat zou ik graag zien gebeuren. Poetry slam is in dit licht een instrument om dichters uit beide scenes naar elkaar toe te brengen.”

NEDERLANDSE POËZIE 2018 IN CIJFERS

Er zijn 150 Nederlandstalige dichtbundels uit 2018 ingezonden voor De Grote Poëzieprijs 2019 (opvolger VSB Poëzieprijs). Ter vergelijking: in 2017 waren er 79 inzendingen voor de VSB Poëzieprijs. Voor een klein taalgebied is 150 titels een flinke hoeveelheid, zeker als je weet dat poëzie in het algemeen slecht verkoopt.

De afzet van Nederlandstalige poëzie groeide dit jaar echter 26 procent (!). Volgens CPNB en KvB Boekwerk is die toename deels te danken aan de bloemlezing van Levi Weemoedts poëzie, Pessimisme kun je leren, samengesteld door Özcan Akyol. De bloemlezing staat op de 20ste plek in de CPNB Top 100, de lijst met de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. Niet eerder kwam een poëzietitel zo hoog op de lijst: in 2018 zijn er tussen de 60.000 en 75.000 exemplaren verkocht.

Om een idee te geven: het veelgeprezen debuut Habitus van Radna Fabias, dat de C. Buddinghprijs won, heeft in zes drukken een oplage van ‘om en nabij de 2000’. Hoeveel er verkocht zijn, wil de Arbeiderspers niet kwijt. Kortom: behalve Weemoedt zullen er weinig dichters van die stijging in verkoop hebben geprofiteerd.

*NK Poetry Slam, zaterdag 2 februari om 20.00 in Tivoli Vredenburg; poezieweek.com

 

Van Afrika en voor Afrika

Van Afrika en voor Afrika

Het Parool, Boeken, 12 januari 2019 Winternachten: Literatuur vanuit Oegandese orale traditie Jennifer Nansubuga Makumbi is komende week te gast op het Haagse literatuurfestival Winternachten Writers Unlimited. Een gesprek over Afrikaanse literatuur. ‘Afrikaanse auteurs schrijven vaak voor de witte markt.’ Door Dieuwertje Mertens ‘For God’s […]

Een nog groter mysterie

Een nog groter mysterie

Het Parool, zaterdag 12 januari, Boeken Romanschrijver van beroep Door Dieuwertje Mertens Hoe komt het dat de Japanse auteur Haruki Murakami wereldwijd zoveel hartstochtelijke bewondering oogst onder lezers? En dan heb ik het niet over het gedegen soort literaire waardering dat wel meer wereldberoemde auteurs […]

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, 5 januari 2019

Woede als een oud motorblok, ontleden

Door Dieuwertje Mertens

Wat doe je als je geen kant op kunt met je woede? ‘Een woede als een oud motorblok/ ontleden, met je handen verspreiden over een kleed/ op tafel, en opeens alle onderdelen/ zien liggen, een woede zien liggen/ zonder dat hij nog bevestigd is‘ dicht Roelof ten Napel (1993) in zijn openingsgedicht Vuur. In zijn poëziedebuut Het woedeboek worstelt de verteller met zijn christelijke achtergrond en zijn homoseksualiteit.

In hoofdlijnen kent de bundel een voorspelbaar verloop: de verteller maakt stadia van onbegrip, afwijzing, twijfel, wanhoop (gebed) door – dan volgt verlossing in de vorm van zelfacceptatie. Daaronder heeft de bundel een bijzondere en grillige structuur doordat hij in ongelijkmatige onderdelen uiteenvalt: gedichten hebben terugkerende titels, zoals Vuur, Wolf, Machine, Magnolia en Psalm. De titels lijken een soort categorisering waarin ‘wolf’ bijvoorbeeld verwijst naar de verbinding met de voorouders (wolf, jij doodskop,/ wat wil je dat ik zeg? van voorouders vervulde blik waar ga je heen?’) en ‘machine’ naar de maakbaarheid en het defect van de dingen (‘Mijn na jaren wrijving versleten tuig,/ er huist nog een geest in – je weet toch nog/ hoe ik door je bewogen werd?‘) De dichter hanteert een vocabulaire van oude woorden (vuur, wolf etc.) en vermijdt al te hedendaagse begrippen.

De meeste gedichten zijn geschreven vanuit de tweede persoon: er is een ‘je’ die zijn plek in de voorouderlijke lijn probeert te doorgronden en die zichzelf toespreekt. De worsteling van de verteller zit in het bewustzijn dat het lichaam de drager is van ons wezen, ons ‘zijn’. Dat lichaam kent zondige verlangens en is niet geheel te sturen door de geest. Het komt voort uit een gelovig geslacht dat alles afwijst waar hij naar verlangt: ‘Het nageslacht staat hijgend op de drempel (..) je zonde is dat jij in leven blijft ten koste van/ alles, en jij jezelf/maar niet weet weg te nemen.

In dit soort gedichten toont de verteller zich kwetsbaar en wanhopig. Toch wordt hij nergens pathetisch. Hij geeft voldoende tegengas in gedichten vol (Bijbelse) verwijzingen en sterke, oude metaforen, zoals in het gedicht dat de titel Woede draagt waarin de verteller zich tot zijn schepper verhoudt: ‘Mijn lichaam getuigt van een oeroud/ woedend vuur, dat aan mij likt,/ en van mij brandt, hoewel er niks verteert -// en daarin ergens leeft een hitte/die mij begeert, die ik begeer, waarin ik/opga, met ontzagwekkende dorst.‘ Wat een krachtig en emanciperend poëziedebuut.

 

 

Mooi, mooier, mooist

Mooi, mooier, mooist

Het Parool, PS Magazine, 15 december 2018 De mooiste boeken van 2018 De polyglotte geliefden, Lina Wolff In dit diepgravende, gelaagde literaire meesterwerk draait alles om hoe geliefden naar elkaar kijken. Je kunt het lezen vanuit een feministisch perspectief en dan gaat het over the […]

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Het Parool, Boeken, zaterdag 1 december 2018 ‘De apathie van de vrouwen wordt bestraft’ Dieuwertje Mertens In het Amerika van de toekomst worden ‘Persoonswetten’ uitgevaardigd die de levens van vrouwen ernstig inperken. Haar roman Rode klok, waarschuwt Leni Zumas, kan zomaar werkelijkheid worden. Dus we […]

Met feminisme kom je niet ver

Met feminisme kom je niet ver

Het Parool, Boeken, zaterdag 24 november 2018

Machismo-mores: Man-vrouwverhoudingen in Colombia

De literaire misdaadroman De schoonheidssalon van Melba Escobar wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van feminisme in een machismocultuur.

Door Dieuwertje Mertens

‘Patricia stopte in de favela. Reken maar dat ik haar ga ontmaagden. Laat haar los, laat haar opwarmen, want straks gaat ze ongetwijfeld rond. Je zoekt romantiek, maar je hebt pech,’ zingt de populaire Braziliaanse funkartiest MC Fael Sant in het BNN-programma Trippers. Het antwoord van funkartiest Vanessa Apanisset op dit soort vrouwonvriendelijke ‘Favela Funk’ is het nummer ‘Bereid je lul maar voor’, want om mannen aan te spreken ‘moet je hun obscene taal spreken’. “Als ze ons beledigen doen wij het terug.” Ze treedt op in een afgeladen club, waar ze samen met de overige drie bandleden gekleed in een minuscuul glitterpakje, diep voorovergebogen danst, schuddend met borsten en billen. Ze houdt de microfoon bij haar billen: “Duik er maar in.”

Het is vanuit een westers perspectief een wonderlijke respons, die te seksueel beladen en te weinig parodiërend lijkt te zijn om als doeltreffend feministisch weerwoord te dienen, maar hij past in de Latijns-Amerikaanse context. Bij het lezen van De schoonheidssalon van de Colombiaanse schrijver Melba Escobar moest ik aan de performance van Apanisset denken. Deze literaire misdaadroman wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van het feminisme binnen een machosamenleving waarin de grootste macht van vrouwen zonder geld ‘schoonheid’ is, een bedenkelijke vorm van macht. Niet alleen vanwege het vergankelijke karakter, maar ook omdat het een knappe vrouw in een hevig geseksualiseerde en door mannen gedomineerde samenleving makkelijk tot prooi maakt. Laat staan hoe andere vrouwen haar in deze pikorde het leven zuur zullen maken.

Urgenter dan ooit

Latinafeminisme is geen heterogene vorm van feminisme. De grootste gemene deler is een Latijns-Amerikaanse achtergrond, maar feministen met uiteenlopende achtergronden leggen hun accenten anders. Naast onderdrukking, uitsluiting en marginalisering binnen de witte Amerikaanse context – onder president Trump actueler en urgenter dan ooit – is de strijd tegen machogedrag (machismo) een belangrijk thema (Mariana Ortega, Latina Feminism, Experience and the Self).

Machismo (het tonen van overdreven mannelijk gedrag waarbij het mannelijk fysiek, een goede smaak voor vrouwen en agressie als de grootste deugden dienen) is onderdeel van Latijn-Amerikaanse cultuur, en een groot probleem. Tegenover die extreme mannelijkheid, gedragen vrouwen zich geëxalteerd vrouwelijk. Voor het gemak chargeer ik, net als Escobar.

In De schoonheidssalon komen vrouwen uit alle lagen van de bevolking samen in hun radeloze pogingen het verval tegen te gaan en er aantrekkelijk uit te (blijven) zien. Zo ook de 59-jarige psychologe Claire Dalvard, een Franse immigrant en daarmee een relatieve buitenstaander in Bogotá: ‘Ik haat kunstnagels in extravagante kleuren, geblondeerde haren, kunstzijden blouses en glimmende oorbellen, en zeker om vier uur ‘s middags. Nog nooit leken zoveel vrouwen travestieten of prostituees, vermomd als keurige echtgenotes. (..) deze machokindvrouwtjes (..) doen me denken aan alles wat verpest en kapot is in een land als dit, waar de waarde van een vrouw wordt afgemeten aan de omvang van haar kont, hoe rond haar borsten zijn en hoe dun haar taille is. Ik haat ook de kinderachtige mannen, gereduceerd tot de primitiefste versie van zichzelf, altijd op zoek naar een vrouw om te neuken, om als een trofee mee te pronken, om in te ruilen voor een ander of om zich een status te verwerven tussen zijn medeneanderthalers.’

The male gaze

Toch blijkt het ook voor Claire onmogelijk om haar eigen mannelijke, (af)keurende blik (the male gaze) naast zich neer te leggen: alle vrouwen worden aan de hand van hun uiterlijk uitvoerig beschreven en daarmee van een waardeoordeel voorzien. In De schoonheidssalon ontmoet ze de bloedmooie schoonheidsspecialiste Karen. Ze raakt door haar geobsedeerd en wordt een vaste bezoeker. Karen vindt in Claire een vertrouwenspersoon. Ze vertelt hoe een jong meisje, een dag na haar waxbehandeling, met een overdosis antidepressivum in haar bloed door een taxichauffeur dood werd afgeleverd bij het ziekenhuis, zogenaamd zelfmoord. Hoewel het oplossen van deze misdaad centraal staat in de roman, is het geen whodunit. De zoektocht naar het ‘hoe’ en ‘waarom’ geeft voornamelijk inzicht in de man-vrouwverhoudingen in Colombia.

Claire, die dit verhaal zogenaamd optekent besluit het verhaal van Karen te vertellen. Zo nu en dan breekt ze nadrukkelijk in het verhaal in, zodat we weten dat zij eigenlijk degene is die aan het woord is: een vervelende, modernistische ingreep die onnodig afleidt. Maar ook andere vrouwen die verbonden zijn met de (machtige) mannen die er criminele activiteiten op nahouden, krijgen een stem. Via Karen krijgt de lezer een overtuigend inkijkje in het leven van een arme Colombiaanse die zich staande moet houden in een corrupt land.

Via Karen krijgt de lezer een overtuigend inkijkje in het leven van een arme Colombiaanse die zich staande moet houden in een corrupt land. Toen ze 19 was, studeerde en haar haar nog niet ontkroeste (en nog niet aan het heersend schoonheidsideaal voldeed), hield ze er kortstondig feministische ideeën op na: “Ik ben niet op deze wereld om mannen te behagen,” zei ze tegen haar moeder in antwoord op de vraag waarom ze haar oksels niet onthaarde. Maar haar prille feminisme werd in de kiem gesmoord. Met de levensles van moeder in het achterhoofd: ‘Waar liefde is, is geen condoom’, raakte ze zwanger van een veel oudere zwarte docent, het einde van haar studie.

Pragmatisch perspectief

Vrouw zijn, is lijden. Dus wordt Karen na een lange, slechtbetaalde werkdag bestolen en wordt ze verkracht door haar huisbaas. Zijn vrouw verschijnt in de deuropening. Tegen haar man: “(..) het arme kind, wat zonde!” Tegen Karen: “Ga je douchen en was die schande uit je weg. Smerige meid. (..) Waarom woon je dan ook zo alleen, als een slet?”

De verkrachtingsscène is niet alleen de naarste, maar ook de sterkste scène uit het boek. Het laat zien hoe er onder de machismomores (je mag je aan een knappe vrouw vergrijpen) en de vrouwelijke afgunst een soort hardvochtige loyaliteit tussen vrouwen onderling schuilgaat. Ook laat Escobar zien hoe in twee minuten een persoon/een leven voorgoed kan veranderen.

Germaine Greer beweerde in het essay On Rape dat verkrachting niet meer dan slechte seks is: een zeer pragmatisch perspectief dat Karen vanuit haar posttraumatische stresssyndroom lijkt te omarmen. Ze gaat de prostitutie in en is succesvol bij de criminelen die verantwoordelijk zijn voor de dood van het jonge meisje.

Haar kortstondige carrière eindigt in de gevangenis, omdat haar allerlei misdaden in de schoenen worden geschoven. Claire speelt hier een belangrijke rol in, om maar weer aan te tonen dat loyaliteit tussen vrouwen een kwetsbaar goed is. Het kan en zal slecht lopen in het leven van een latinameisje wier grootste kapitaal haar schoonheid is. Ze was een blauwe maandag feminist, maar binnen die machismo-cultuur kan het feminisme onmogelijk standhouden, lijkt Escobar te willen vertellen. En dat is een bittere constatering.

 

Onder klamme lakens

Onder klamme lakens

Het parool, Boeken, zaterdag 17 november 2018 De Cambertbertmethode van Frouke Arns De Camembertmethode, de derde bundel van Frouke Arns, heeft een vreemde en fascinerende titel, want ‘een methode’ verwijst naar een vaste en doordachte handelswijze. Arns verwijst echter niet naar de bereidingswijze van het […]

Fritzi, koningin van de bohème

Fritzi, koningin van de bohème

Het Parool, Boeken, zaterdag 12 november 2018 Jagtlust: Ontmanteling van de mythe Dieuwertje Mertens Dichter, schrijver en kunstenaar F. Harmsen van Beek, beter bekend als Fritzi, genoot de reputatie ‘de koningin van de bohème te zijn, een icoon van de in de jaren zestig alom […]

Verloofden, lees dit niet/wel

Verloofden, lees dit niet/wel

Analyse: Echtelijke verbintenis in de literatuur

Geluk vormt de aanloop, de trouwerij is de prelude op de hel die zal volgen. Echtscheidingsliteratuur is een genre op zich, schrijft Dieuwertje Mertens naar aanleiding van de nu verschenen bundeling Huwelijksverhalen van Mensje van Keulen.

‘Philip moet toegeven dat ze een mooie naam heeft: Isabel. Maar na amper een maand met haar getrouwd te zijn, zegt hij bij zichzelf dat een naam met de klank van het ratelen van een keukenmachine haar beter zou passen. Hij is zo verliefd als een schooljongen geweest (…) En nu ontdekt hij steeds vaker wat een onaangenaam mens ze is. Ze is plat, ze is kil, en wanneer zich het beeld aan hem opdringt dat ze niet als een kuikentje, maar als een reptiel uit haar ei komt gekropen, ziet hij ook meteen haar neus spitser worden, haar mond dunner, haar ogen flets als dode stekelbaarsjes,’ schrijft Mensje van Keulen in De plankenvloer.

Eenmaal getrouwd is de sjeu er zo vanaf. Nee, een aanbeveling voor het huwelijk, een terugkerend thema binnen haar oeuvre, is de bloemlezing Huwelijksverhalen (1970-2009) van Van Keulen bepaald niet. Maar dat lijkt een echtelijke verbintenis in de literatuur nooit te zijn. Ook in klassieke huwelijksromans zoals Jane Eyre (Charlotte Brönte), Pride and Prejudice (Jane Austen), Madame Bovary (Gustave Flaubert), Anna Karenina (Leo Tolstoj) en Huwelijksleven (David Vogel) wordt het huwelijk geproblematiseerd. Spelen in deze achttiende-, negentiende- en begin twintigste-eeuwse romans standenverschillen nog een grote rol, ook later blijft ongelijkheid tussen man en vrouw een belangrijk thema. Naast verveling, jaloezie, gebrek aan vrijheid, ruzie en bedrog: het huwelijk vormt het ideale conflictmodel en verhalen drijven nu eenmaal op conflicten en problemen. Romantiek is ver te zoeken in het huwelijkse leven en bestaat hooguit kortstondig. Geluk vormt de aanloop, de trouwerij is een prelude op de hel die zal volgen. Waarom denk je dat romantische Hollywoodfilms steevast stoppen bij het huwelijk?

Spruitjeslucht

Samen met Heere Heeresma en een aantal andere jonge auteurs stelde Van Keulen zichzelf aan het begin van haar schrijverscarrière in de jaren zeventig ten doel de (grauwe) werkelijkheid af te beelden zoals deze is. Haar wereld is plastisch, een beetje ranzig (personages hebben vet haar en kloven) en vreugdeloos. De realiteit van een huwelijksleven wordt gekenmerkt door afgematte en argwanende (zeurende) vrouwen die met de hand op de knip het huishouden bestieren, en vermoeide mannen die schitteren door afwezigheid. (Denk aan het Sire-spotje ‘Mama, wie is toch die man die op zondag het vlees snijdt?’) De waslijn hangt vol en er stijgt een spruitjeslucht op uit de verhalen. In Bleekers zomer, haar debuut, is het de geur van bloemkool en een leverworst die zijn vrouw Adrie net iets te lang besnuffelt alvorens deze weer terug te leggen in de koelkast. Bleeker slaat op de vlucht voor de gruwelen thuis en op kantoor, maar het avontuur met een oude hoer, een gekke ‘nicht’ en een paar onbetrouwbare vrienden is al net zo ellendig.

Tegen de achtergrond van de jaren zeventig, zijn veel van de vroege huwelijksverhalen van Van Keulen met een hedendaagse blik te lezen als kritiek op de onontkoombare burgerlijkheid en de vastliggende rolpatronen die het huwelijk met zich meebrengt. De personages lijken echter minder ongemak te ervaren van hun burgerlijke gevangenis dan de lezer.

Vrije seksuele moraal

Hoewel hun emoties tijdloos zijn, ademen de sfeer en entourage de tijdsgeest. Dit zijn ook de jaren van de tweede feministische golf, in de literatuur aangevoerd door schrijvers Betty Friedan in Amerika en Anja Meulenbelt in Nederland. Van Keulen geeft in interviews te kennen zich niet op haar gemak te voelen bij het feminisme van de jaren zeventig. Een boodschap lijkt ze ook niet te willen uitdragen, behalve dan: het is ingewikkeld zo’n verbintenis. Haar eigen huwelijk ging kapot door de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig die haar ex-man fotograaf Lon van Keulen aangreep om stelselmatig vreemd te gaan (Neerslag van een huwelijk, dagboek 1977-1979).

Ook in de verhalen die Van Keulen na 2000 schreef, blijft de stereotype rolverdeling overeind. ‘Je ontrouw. Ik denk dat ik dat toch het ergste blijf vinden, je ontrouw,’ zegt Gemma in het verhaal met de droge titel Zand. Het zijn dit soort zinnetjes waarmee Van Keulen zo’n vrouw meteen neerzet. Dat is haar specialiteit, met het bijbehorende gehakketak tussen man en vrouw. Gemma drinkt haar rode wijn gulzig en morst theatraal een bloedvlek ter hoogte van haar hart.

Het wordt nergens uitgesproken, maar de lezer weet: daar gaan we weer. Theo denk het waarschijnlijk ook en besluit escalatie van het conflict uit de weg te gaan. Hij rijdt naar zee. Daar treft hij een man die hem vraagt te helpen om zijn hond te zoeken, die is er zojuist vandoor gegaan. ‘Jij bent een goeie gast, Theo,’ zegt de man. Niet veel later wordt de ‘goeie gast’ met veel gevoel voor de voor Van Keulen zo kenmerkende realiteitszin, verkracht. Thuis kruipt hij met pijn in zijn lijf in bed. Hij zwijgt, zegt niets tegen Gemma, die tegen hem aanschurkt.

Als het erop aankomt weten we niets van onze wederhelft. Ook de knappe, innemende, perfecte huisvrouw Pippa Lee, gemodelleerd naar Martha Stewart (vóór ze in de gevangenis belandde voor oplichting), heeft nog wel wat voor haar man, de succesvolle uitgever Herb Lee, te verbergen. In The private lives van Pippa Lee (2009) van Rebecca Miller beginnen er kleine haarscheurtjes in de zorgvuldig gestileerde werkelijkheid van Pippa te ontstaan. Langzaam openbaart zich een leven vol drank, drugs en hoererij. Hoe meer Pippa de lezer toevertrouwt, hoe onechter haar huwelijk wordt, tot het uiteindelijk onder de neerwaartse kracht bezwijkt met een echtscheiding tot gevolg.

Benijdenswaardig

Echtscheidingsliteratuur is een genre op zich en vandaag de dag een populairder thema dan het huwelijk. Denk aan: Aftermath: Marriage and Divorce van Rachel Cusk, Ik nog wel van jou van Elke Geurts, Huidpijn van Saskia Noort, Berichten uit het tussenhuisje van Henk van Straten. Het is de niet-allesvernietigende huwelijksliteratuur waarnaar je moet zoeken. Van de Vlaamse Fien de Meulder, huisvrouw en expatmoeder, verscheen vorig jaar de roman Een redelijk gelukkig huwelijk. Daarin reflecteert ze met de nodige zelfspot op de teleurstellingen en het onderliggende geluk die het huwelijkse leven en een gezin met zich meebrengen.

Dichter Ester Naomi Perquin vatte het huwelijk (voor zij haar scheiding verdichtte in de bundel Meervoudig afwezig), in misschien wel de meest benijdenswaardige vorm samen in Een huwelijksdicht (Celinspecties): ‘En op een dag komt zij thuis, hij kijkt op uit de krant./ Zij zien elkaar. Het valt ze mee. Hun kind/ zelfs, het huis, de gordijnen-// alles zal er aardig zijn. De liefde/lastig te vermijden.

Misschien is het gewoon een kwestie van lang genoeg blijven hangen.