Recent Posts

Mooi, mooier, mooist

Mooi, mooier, mooist

Het Parool, PS Magazine, 15 december 2018 De mooiste boeken van 2018 De polyglotte geliefden, Lina Wolff In dit diepgravende, gelaagde literaire meesterwerk draait alles om hoe geliefden naar elkaar kijken. Je kunt het lezen vanuit een feministisch perspectief en dan gaat het over the […]

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Het Parool, Boeken, zaterdag 1 december 2018 ‘De apathie van de vrouwen wordt bestraft’ Dieuwertje Mertens In het Amerika van de toekomst worden ‘Persoonswetten’ uitgevaardigd die de levens van vrouwen ernstig inperken. Haar roman Rode klok, waarschuwt Leni Zumas, kan zomaar werkelijkheid worden. Dus we […]

Met feminisme kom je niet ver

Met feminisme kom je niet ver

Het Parool, Boeken, zaterdag 24 november 2018

Machismo-mores: Man-vrouwverhoudingen in Colombia

De literaire misdaadroman De schoonheidssalon van Melba Escobar wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van feminisme in een machismocultuur.

Door Dieuwertje Mertens

‘Patricia stopte in de favela. Reken maar dat ik haar ga ontmaagden. Laat haar los, laat haar opwarmen, want straks gaat ze ongetwijfeld rond. Je zoekt romantiek, maar je hebt pech,’ zingt de populaire Braziliaanse funkartiest MC Fael Sant in het BNN-programma Trippers. Het antwoord van funkartiest Vanessa Apanisset op dit soort vrouwonvriendelijke ‘Favela Funk’ is het nummer ‘Bereid je lul maar voor’, want om mannen aan te spreken ‘moet je hun obscene taal spreken’. “Als ze ons beledigen doen wij het terug.” Ze treedt op in een afgeladen club, waar ze samen met de overige drie bandleden gekleed in een minuscuul glitterpakje, diep voorovergebogen danst, schuddend met borsten en billen. Ze houdt de microfoon bij haar billen: “Duik er maar in.”

Het is vanuit een westers perspectief een wonderlijke respons, die te seksueel beladen en te weinig parodiërend lijkt te zijn om als doeltreffend feministisch weerwoord te dienen, maar hij past in de Latijns-Amerikaanse context. Bij het lezen van De schoonheidssalon van de Colombiaanse schrijver Melba Escobar moest ik aan de performance van Apanisset denken. Deze literaire misdaadroman wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van het feminisme binnen een machosamenleving waarin de grootste macht van vrouwen zonder geld ‘schoonheid’ is, een bedenkelijke vorm van macht. Niet alleen vanwege het vergankelijke karakter, maar ook omdat het een knappe vrouw in een hevig geseksualiseerde en door mannen gedomineerde samenleving makkelijk tot prooi maakt. Laat staan hoe andere vrouwen haar in deze pikorde het leven zuur zullen maken.

Urgenter dan ooit

Latinafeminisme is geen heterogene vorm van feminisme. De grootste gemene deler is een Latijns-Amerikaanse achtergrond, maar feministen met uiteenlopende achtergronden leggen hun accenten anders. Naast onderdrukking, uitsluiting en marginalisering binnen de witte Amerikaanse context – onder president Trump actueler en urgenter dan ooit – is de strijd tegen machogedrag (machismo) een belangrijk thema (Mariana Ortega, Latina Feminism, Experience and the Self).

Machismo (het tonen van overdreven mannelijk gedrag waarbij het mannelijk fysiek, een goede smaak voor vrouwen en agressie als de grootste deugden dienen) is onderdeel van Latijn-Amerikaanse cultuur, en een groot probleem. Tegenover die extreme mannelijkheid, gedragen vrouwen zich geëxalteerd vrouwelijk. Voor het gemak chargeer ik, net als Escobar.

In De schoonheidssalon komen vrouwen uit alle lagen van de bevolking samen in hun radeloze pogingen het verval tegen te gaan en er aantrekkelijk uit te (blijven) zien. Zo ook de 59-jarige psychologe Claire Dalvard, een Franse immigrant en daarmee een relatieve buitenstaander in Bogotá: ‘Ik haat kunstnagels in extravagante kleuren, geblondeerde haren, kunstzijden blouses en glimmende oorbellen, en zeker om vier uur ‘s middags. Nog nooit leken zoveel vrouwen travestieten of prostituees, vermomd als keurige echtgenotes. (..) deze machokindvrouwtjes (..) doen me denken aan alles wat verpest en kapot is in een land als dit, waar de waarde van een vrouw wordt afgemeten aan de omvang van haar kont, hoe rond haar borsten zijn en hoe dun haar taille is. Ik haat ook de kinderachtige mannen, gereduceerd tot de primitiefste versie van zichzelf, altijd op zoek naar een vrouw om te neuken, om als een trofee mee te pronken, om in te ruilen voor een ander of om zich een status te verwerven tussen zijn medeneanderthalers.’

The male gaze

Toch blijkt het ook voor Claire onmogelijk om haar eigen mannelijke, (af)keurende blik (the male gaze) naast zich neer te leggen: alle vrouwen worden aan de hand van hun uiterlijk uitvoerig beschreven en daarmee van een waardeoordeel voorzien. In De schoonheidssalon ontmoet ze de bloedmooie schoonheidsspecialiste Karen. Ze raakt door haar geobsedeerd en wordt een vaste bezoeker. Karen vindt in Claire een vertrouwenspersoon. Ze vertelt hoe een jong meisje, een dag na haar waxbehandeling, met een overdosis antidepressivum in haar bloed door een taxichauffeur dood werd afgeleverd bij het ziekenhuis, zogenaamd zelfmoord. Hoewel het oplossen van deze misdaad centraal staat in de roman, is het geen whodunit. De zoektocht naar het ‘hoe’ en ‘waarom’ geeft voornamelijk inzicht in de man-vrouwverhoudingen in Colombia.

Claire, die dit verhaal zogenaamd optekent besluit het verhaal van Karen te vertellen. Zo nu en dan breekt ze nadrukkelijk in het verhaal in, zodat we weten dat zij eigenlijk degene is die aan het woord is: een vervelende, modernistische ingreep die onnodig afleidt. Maar ook andere vrouwen die verbonden zijn met de (machtige) mannen die er criminele activiteiten op nahouden, krijgen een stem. Via Karen krijgt de lezer een overtuigend inkijkje in het leven van een arme Colombiaanse die zich staande moet houden in een corrupt land.

Via Karen krijgt de lezer een overtuigend inkijkje in het leven van een arme Colombiaanse die zich staande moet houden in een corrupt land. Toen ze 19 was, studeerde en haar haar nog niet ontkroeste (en nog niet aan het heersend schoonheidsideaal voldeed), hield ze er kortstondig feministische ideeën op na: “Ik ben niet op deze wereld om mannen te behagen,” zei ze tegen haar moeder in antwoord op de vraag waarom ze haar oksels niet onthaarde. Maar haar prille feminisme werd in de kiem gesmoord. Met de levensles van moeder in het achterhoofd: ‘Waar liefde is, is geen condoom’, raakte ze zwanger van een veel oudere zwarte docent, het einde van haar studie.

Pragmatisch perspectief

Vrouw zijn, is lijden. Dus wordt Karen na een lange, slechtbetaalde werkdag bestolen en wordt ze verkracht door haar huisbaas. Zijn vrouw verschijnt in de deuropening. Tegen haar man: “(..) het arme kind, wat zonde!” Tegen Karen: “Ga je douchen en was die schande uit je weg. Smerige meid. (..) Waarom woon je dan ook zo alleen, als een slet?”

De verkrachtingsscène is niet alleen de naarste, maar ook de sterkste scène uit het boek. Het laat zien hoe er onder de machismomores (je mag je aan een knappe vrouw vergrijpen) en de vrouwelijke afgunst een soort hardvochtige loyaliteit tussen vrouwen onderling schuilgaat. Ook laat Escobar zien hoe in twee minuten een persoon/een leven voorgoed kan veranderen.

Germaine Greer beweerde in het essay On Rape dat verkrachting niet meer dan slechte seks is: een zeer pragmatisch perspectief dat Karen vanuit haar posttraumatische stresssyndroom lijkt te omarmen. Ze gaat de prostitutie in en is succesvol bij de criminelen die verantwoordelijk zijn voor de dood van het jonge meisje.

Haar kortstondige carrière eindigt in de gevangenis, omdat haar allerlei misdaden in de schoenen worden geschoven. Claire speelt hier een belangrijke rol in, om maar weer aan te tonen dat loyaliteit tussen vrouwen een kwetsbaar goed is. Het kan en zal slecht lopen in het leven van een latinameisje wier grootste kapitaal haar schoonheid is. Ze was een blauwe maandag feminist, maar binnen die machismo-cultuur kan het feminisme onmogelijk standhouden, lijkt Escobar te willen vertellen. En dat is een bittere constatering.

 

Onder klamme lakens

Onder klamme lakens

Het parool, Boeken, zaterdag 17 november 2018 De Cambertbertmethode van Frouke Arns De Camembertmethode, de derde bundel van Frouke Arns, heeft een vreemde en fascinerende titel, want ‘een methode’ verwijst naar een vaste en doordachte handelswijze. Arns verwijst echter niet naar de bereidingswijze van het […]

Fritzi, koningin van de bohème

Fritzi, koningin van de bohème

Het Parool, Boeken, zaterdag 12 november 2018 Jagtlust: Ontmanteling van de mythe Dieuwertje Mertens Dichter, schrijver en kunstenaar F. Harmsen van Beek, beter bekend als Fritzi, genoot de reputatie ‘de koningin van de bohème te zijn, een icoon van de in de jaren zestig alom […]

Verloofden, lees dit niet/wel

Verloofden, lees dit niet/wel

Analyse: Echtelijke verbintenis in de literatuur

Geluk vormt de aanloop, de trouwerij is de prelude op de hel die zal volgen. Echtscheidingsliteratuur is een genre op zich, schrijft Dieuwertje Mertens naar aanleiding van de nu verschenen bundeling Huwelijksverhalen van Mensje van Keulen.

‘Philip moet toegeven dat ze een mooie naam heeft: Isabel. Maar na amper een maand met haar getrouwd te zijn, zegt hij bij zichzelf dat een naam met de klank van het ratelen van een keukenmachine haar beter zou passen. Hij is zo verliefd als een schooljongen geweest (…) En nu ontdekt hij steeds vaker wat een onaangenaam mens ze is. Ze is plat, ze is kil, en wanneer zich het beeld aan hem opdringt dat ze niet als een kuikentje, maar als een reptiel uit haar ei komt gekropen, ziet hij ook meteen haar neus spitser worden, haar mond dunner, haar ogen flets als dode stekelbaarsjes,’ schrijft Mensje van Keulen in De plankenvloer.

Eenmaal getrouwd is de sjeu er zo vanaf. Nee, een aanbeveling voor het huwelijk, een terugkerend thema binnen haar oeuvre, is de bloemlezing Huwelijksverhalen (1970-2009) van Van Keulen bepaald niet. Maar dat lijkt een echtelijke verbintenis in de literatuur nooit te zijn. Ook in klassieke huwelijksromans zoals Jane Eyre (Charlotte Brönte), Pride and Prejudice (Jane Austen), Madame Bovary (Gustave Flaubert), Anna Karenina (Leo Tolstoj) en Huwelijksleven (David Vogel) wordt het huwelijk geproblematiseerd. Spelen in deze achttiende-, negentiende- en begin twintigste-eeuwse romans standenverschillen nog een grote rol, ook later blijft ongelijkheid tussen man en vrouw een belangrijk thema. Naast verveling, jaloezie, gebrek aan vrijheid, ruzie en bedrog: het huwelijk vormt het ideale conflictmodel en verhalen drijven nu eenmaal op conflicten en problemen. Romantiek is ver te zoeken in het huwelijkse leven en bestaat hooguit kortstondig. Geluk vormt de aanloop, de trouwerij is een prelude op de hel die zal volgen. Waarom denk je dat romantische Hollywoodfilms steevast stoppen bij het huwelijk?

Spruitjeslucht

Samen met Heere Heeresma en een aantal andere jonge auteurs stelde Van Keulen zichzelf aan het begin van haar schrijverscarrière in de jaren zeventig ten doel de (grauwe) werkelijkheid af te beelden zoals deze is. Haar wereld is plastisch, een beetje ranzig (personages hebben vet haar en kloven) en vreugdeloos. De realiteit van een huwelijksleven wordt gekenmerkt door afgematte en argwanende (zeurende) vrouwen die met de hand op de knip het huishouden bestieren, en vermoeide mannen die schitteren door afwezigheid. (Denk aan het Sire-spotje ‘Mama, wie is toch die man die op zondag het vlees snijdt?’) De waslijn hangt vol en er stijgt een spruitjeslucht op uit de verhalen. In Bleekers zomer, haar debuut, is het de geur van bloemkool en een leverworst die zijn vrouw Adrie net iets te lang besnuffelt alvorens deze weer terug te leggen in de koelkast. Bleeker slaat op de vlucht voor de gruwelen thuis en op kantoor, maar het avontuur met een oude hoer, een gekke ‘nicht’ en een paar onbetrouwbare vrienden is al net zo ellendig.

Tegen de achtergrond van de jaren zeventig, zijn veel van de vroege huwelijksverhalen van Van Keulen met een hedendaagse blik te lezen als kritiek op de onontkoombare burgerlijkheid en de vastliggende rolpatronen die het huwelijk met zich meebrengt. De personages lijken echter minder ongemak te ervaren van hun burgerlijke gevangenis dan de lezer.

Vrije seksuele moraal

Hoewel hun emoties tijdloos zijn, ademen de sfeer en entourage de tijdsgeest. Dit zijn ook de jaren van de tweede feministische golf, in de literatuur aangevoerd door schrijvers Betty Friedan in Amerika en Anja Meulenbelt in Nederland. Van Keulen geeft in interviews te kennen zich niet op haar gemak te voelen bij het feminisme van de jaren zeventig. Een boodschap lijkt ze ook niet te willen uitdragen, behalve dan: het is ingewikkeld zo’n verbintenis. Haar eigen huwelijk ging kapot door de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig die haar ex-man fotograaf Lon van Keulen aangreep om stelselmatig vreemd te gaan (Neerslag van een huwelijk, dagboek 1977-1979).

Ook in de verhalen die Van Keulen na 2000 schreef, blijft de stereotype rolverdeling overeind. ‘Je ontrouw. Ik denk dat ik dat toch het ergste blijf vinden, je ontrouw,’ zegt Gemma in het verhaal met de droge titel Zand. Het zijn dit soort zinnetjes waarmee Van Keulen zo’n vrouw meteen neerzet. Dat is haar specialiteit, met het bijbehorende gehakketak tussen man en vrouw. Gemma drinkt haar rode wijn gulzig en morst theatraal een bloedvlek ter hoogte van haar hart.

Het wordt nergens uitgesproken, maar de lezer weet: daar gaan we weer. Theo denk het waarschijnlijk ook en besluit escalatie van het conflict uit de weg te gaan. Hij rijdt naar zee. Daar treft hij een man die hem vraagt te helpen om zijn hond te zoeken, die is er zojuist vandoor gegaan. ‘Jij bent een goeie gast, Theo,’ zegt de man. Niet veel later wordt de ‘goeie gast’ met veel gevoel voor de voor Van Keulen zo kenmerkende realiteitszin, verkracht. Thuis kruipt hij met pijn in zijn lijf in bed. Hij zwijgt, zegt niets tegen Gemma, die tegen hem aanschurkt.

Als het erop aankomt weten we niets van onze wederhelft. Ook de knappe, innemende, perfecte huisvrouw Pippa Lee, gemodelleerd naar Martha Stewart (vóór ze in de gevangenis belandde voor oplichting), heeft nog wel wat voor haar man, de succesvolle uitgever Herb Lee, te verbergen. In The private lives van Pippa Lee (2009) van Rebecca Miller beginnen er kleine haarscheurtjes in de zorgvuldig gestileerde werkelijkheid van Pippa te ontstaan. Langzaam openbaart zich een leven vol drank, drugs en hoererij. Hoe meer Pippa de lezer toevertrouwt, hoe onechter haar huwelijk wordt, tot het uiteindelijk onder de neerwaartse kracht bezwijkt met een echtscheiding tot gevolg.

Benijdenswaardig

Echtscheidingsliteratuur is een genre op zich en vandaag de dag een populairder thema dan het huwelijk. Denk aan: Aftermath: Marriage and Divorce van Rachel Cusk, Ik nog wel van jou van Elke Geurts, Huidpijn van Saskia Noort, Berichten uit het tussenhuisje van Henk van Straten. Het is de niet-allesvernietigende huwelijksliteratuur waarnaar je moet zoeken. Van de Vlaamse Fien de Meulder, huisvrouw en expatmoeder, verscheen vorig jaar de roman Een redelijk gelukkig huwelijk. Daarin reflecteert ze met de nodige zelfspot op de teleurstellingen en het onderliggende geluk die het huwelijkse leven en een gezin met zich meebrengen.

Dichter Ester Naomi Perquin vatte het huwelijk (voor zij haar scheiding verdichtte in de bundel Meervoudig afwezig), in misschien wel de meest benijdenswaardige vorm samen in Een huwelijksdicht (Celinspecties): ‘En op een dag komt zij thuis, hij kijkt op uit de krant./ Zij zien elkaar. Het valt ze mee. Hun kind/ zelfs, het huis, de gordijnen-// alles zal er aardig zijn. De liefde/lastig te vermijden.

Misschien is het gewoon een kwestie van lang genoeg blijven hangen.

 

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Het Parool, Boeken, zaterdag 13 oktober ‘Ze zag zichzelf meer en meer als een uitgespaarde vorm, een contour’ Dieuwertje Mertens Wat gebeurt er als je het ego van de verteller van een roman weglaat en haar omgeving leidend maakt? De Brits- Canadese schrijver Rachel Cusk […]

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

Het Parool, Boeken, 13 oktober 2018 Debuut: Jonge redacteur en beroemde schrijver Dieuwertje Mertens Als ghostwriter schreef ze ‘met een masker op’. Dat werkte bevrijdend, merkte Lisa Halliday toen ze een boek schreef over een onderwerp waarvan ze wist dat het tot roddels zou leiden. […]

#MeToo dringt door tot in het boek

#MeToo dringt door tot in het boek

INTERNATIONAAL  LITERATUURFESTIVAL  UTRECHT

Schrijven volgens de eisen van deze tijd

In een ideale wereld moet een roman niets. Maar in de uitgeefwereld van nu moet een roman van alles, schrijft Dieuwertje Mertens. Op het Internationaal Literatuur Festival Utrecht staat de roman een avond lang in vele facetten centraal.

‘Schrijf je hierover? Over ons?’ vraagt wereldberoemd, Nobelprijs winnend auteur Ezra aan Alice, zijn jonge minnares; een redacteur met schrijfambities.

‘Nee.’

‘Waar schrijf je dan over?’

‘Andere mensen. Interessantere mensen dan ik. (..) over mezelf schrijven is voor mijn gevoel niet belangrijk genoeg.’

‘In tegenstelling tot wat?’

‘Oorlog. Dictaturen. Wereldse zaken.’

(..)

‘Niet nadenken over of iets van belang is. Van belang wordt iets vanzelf als je het goed genoeg doet (..)’ is Ezra’s devies.

 

Deze scene uit het veelgeprezen debuut Asymmetrie van Lisa Halliday laat het verschil tussen twee generaties schrijvers zien. Ezra, gebaseerd op Philip Roth (1933-2018), met wie Halliday in het echte leven een tijdje een verhouding had, schrijft wat hij wil schrijven. Hij bekommert zich vooral om het hoe. Alice bekommert zich om het wat: is het actueel, is het urgent? En dat is precies waar in het de hedendaagse roman om draait. De grote thema’s van nu zijn migratie, racisme en feminisme.

 

“Vind je dat een roman vandaag de dag geëngageerd moet zijn?”, vroeg ik de Amerikaanse feministische auteur Leni Zumas, van wie in november de vertaling van Red Clocks verschijnt. In deze dystopische roman laat ze zien wat het betekent voor vrouwen als hun onder andere het recht op abortus en ivf-behandelingen wordt ontnomen. “Een roman moét niets”, antwoordde Zumas. “Liever leef ik in een wereld waarin een miljoen verschillende soorten romans worden geschreven en gelezen. Politiek engagement kan veel verschillende gedaanten aannemen. Een roman die zich afspeelt in een appartement buiten Cincinnati kan net zozeer begaan zijn met verontrustende dynamiek aangaande macht, klasse, ras, gender, geweld en kapitalisme – en net zo politiek zijn als een roman zich afspeelt in Bagdad.”

 

Zumas heeft gelijk. In een ideale wereld moét een roman inderdaad niets, maar in de uitgeefwereld moet een roman van alles. En dat ‘van alles’ is in te vullen als: in potentie commercieel succesvol zijn, media-aandacht genereren en aan de eisen van deze tijd voldoen. Die zijn aan verandering onderhevig. In de jaren tachtig riep hoogleraar Nederlands Ton Anbeek vergeefs op tot ‘meer straatrumoer’ in de Nederlandse literatuur, waarin het maatschappelijk leven volgens hem te weinig een rol speelde. In de jaren 2000 kwam het fenomeen ‘literaire thriller’ op onder aanvoering van schrijvers als Nicci French en Saskia Noort en daar konden en kunnen er niet genoeg van geschreven worden. Net zoals van de historische roman (Stefan Hertmans, Éric Vuillard, Hillary Mantel).

‘Waargebeurd’

En met de toenemende macht van de boekhandelaar, moeten romans het afgelopen decennium vooral een ‘haakje’ hebben (een slechte jeugd, een traumatische ervaring, een schokkende bekentenis) zodat de uitgever het aan de boekverkoper en de boekverkoper het aan de lezer kan ‘ophangen’. Het beste haakje is ‘waargebeurd’.  Zoals het haakje bij Halliday haar affaire met Philip Roth was. Maar dat is niet langer genoeg, lijkt de auteur te willen zeggen en daarom gaat haar roman niet alleen over de affaire van Alice en Ezra, maar ook over de Koerdische Amar, die zijn ontvoerde broer in Syrië wil zoeken en eindeloos wordt ondervraagd op het vliegveld in Londen. Daarmee heeft de auteur aan haar plicht voldaan en betrokkenheid getoond bij de wereld waarin ze leeft.

 

Uit de meeste geëngageerde literatuur kan een correcte boodschap gedestilleerd worden. Een goede roman heeft natuurlijk geen opzichtige moraal, maar toont de weldenkende lezer een situatie waarover zij zich kan opwinden: een jong vluchtelingenstel dat nergens welkom is (Mohsin Hamid, Exit West), een Amerika waarin het recht op abortus is komen te vervallen (Red Clocks), of een wereld waarin de segregatie weer wordt ingevoerd (Paul Beatty, De verrader). In het beste geval wordt de lezer geconfronteerd met zijn minimaal of maximaal gepigmenteerde huid, of cis- of transgender identiteit, met alle bijbehorende complexiteit. Het verhaal moet hem op zo’n manier maatschappelijk verontrusten en verwarren dat het een ander perspectief biedt of het (moreel) juiste perspectief (van de lezer) bevestigt.

Niet tegen de borst stuiten

Criticus Persis Bekkering schreef vorig jaar in de Volkskrant hoe ze opgroeide: ‘met de postmoderne idee dat goede kunst los staat van moraal. (..) Een boek kan vlammend geschreven zijn, maar als het vrouwen wegzet als domme sletjes, geef ik geen vijf sterren.’. Dit lijkt een steeds breder gedeeld uitgangspunt. Een roman moet maatschappelijk geëngageerd zijn, maar moreel niet tegen de borst stuiten.

Dat heeft te maken met de opleving van het feminisme na de #MeToo discussie, met het racismedebat en met de politieke roep om inclusiviteit. Het wekt dan ook geen verbazing dat er kort na de dood van Philip Roth, die in 1970 met Mijn leven als man al de woede van de feministen over zich uitriep, opnieuw een discussie oplaaide over de vraag of Roth een vrouwenhater was. Zijn belangrijkste personages zijn dat vaak, maar daaruit mogen geen conclusies over de schrijver zelf worden getrokken. Zijn romans tonen vooral dat hij van een andere generatie was, die zich met andere dingen engageerde. En omdat Roth goed schreef, waren zijn romans vanzelf belangwekkend.

De Avond van de roman, Internationaal Literatuur Festival Utrecht (ILFU) staat in het teken van de kracht van fictie en thema’s als feminisme en racisme in de literatuur met internationale auteurs zoals Lisa Halliday, Éric Vuillard, Alejandro Zambra e.v.a. Vrijdag 21 september, 19.00, Tivoli Vredenburg Utrecht.

 

 

Het stokje van den magiër

Het stokje van den magiër

Het Parool, zaterdag 15 september 2018, Boeken Slauerhoff nog steeds urgent Dieuwertje Mertens Dichter-scheepsarts Jan Slauerhoff (1898-1936) zou vandaag zijn verjaardag gevierd hebben. Nu, 82 jaar na zijn dood, verschenen eveneens de herziene Verzamelde gedichten met nooit eerder verschenen gedichten, bezorgd door Hein Aalders en […]

Beheersing vereist bij liefdesverdriet

Beheersing vereist bij liefdesverdriet

Analyse: Hoe transformeer je misère tot literatuur? Hoe groter het liefdesverdriet, hoe meer afstand en beheersing nodig zijn om daar een literaire vertelling van te maken. Met het uitgesproken hartenzeer van Petrarca hoef je tegenwoordig niet meer aan te komen. Door Dieuwertje Mertens ‘Voor iedereen […]

Zon, zee en een stapel boeken

Zon, zee en een stapel boeken

De zomer is voor velen hét moment om te lezen, blijkt uit onderzoek en koopgedrag. Vooral thrillers doen het goed, maar ook is er tijd voor dat ene boek dat je altijd al had willen lezen.

 

Er was een zomer dat ik met Anna Karenina in een trein door Oost-Europa reisde. Het landschap was vergeven van vervallen en verlaten landhuizen, stille getuigen van de tijd dat de adel er nog toe deed. Middenin de heuvels remde de trein heel hard, piepend kwam hij tot stilstand. Graaf Vronski, die later Anna’s minnaar zou worden, snelde zich naar onze coupé om te vertellen over de man die zojuist onder de trein was gekomen.

Er was een zomer dat ik door een raam van Musée Picasso in Antibes uitkeek op de azuurblauwe zee. Uit datzelfde raam van wat toen nog Chateau Grimaldi heette, had Picasso’s geliefde Françoise Gilot vaak gekeken, terwijl de kunstenaar achter haar aan het werk was in hun tijdelijke atelier en woonruimte. Ik vroeg me met haar – ik las op dat moment haar memoires Life with Picasso –  af hoe lang de relatie met deze manipulatieve en opvliegende kunstenaar nog stand zou houden.

Er was een zomer dat ik me verloren voelde in een bloedheet, uitgestorven New York. Onder een boom in Central Park las ik A field guide to getting lost van Rebecca Solnit.  ‘Nooit verdwaald raken is gelijk aan niet leven’, sprak Solnit me toe.

 

Dat is een kleine greep aan de boeken die me te binnen schieten als ik aan lezen in de zomer denk. In veel boeken schijnt de zon (Opwaaiende zomerjurken, Oek de Jong) of zindert de hitte boven het asfalt (de Nevada-verhalen in Battleborn van Claire Vaye Watkins). Het aanzicht van heel lijvige boeken vind ik in het dagelijks leven eerder ontmoedigend, dan uitnodigend – een vooraankondiging van breedsprakigheid, kon de schrijver soms geen maat houden? Maar in de zomer lees ik (ook) bakstenen, zoals die zomer dat ik aan het strand in Italië een begin maakte aan Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust en Robert Musils Man zonder eigenschappen. Het consumenten- en leesgedrag van lezers verandert in de zomer: We hebben tijd, we lezen meer en we voelen de behoefte om kopje onder te gaan in het boek.

Stapels boeken

In juni en juli stijgt de boekverkoop flink. Vorig jaar werden er op het piekmoment in de eerste week van juli 27 procent meer boeken verkocht dan in een gemiddelde week (Bron: KVB). “Klanten komen met het hele gezin naar de winkel om boeken voor de zomervakantie uit te zoeken,” zegt Anja Duitsmann van Linnaeus Boekhandel. “In de aanloop naar de zomervakantie kopen klanten stapels boeken,” ziet ook Sharon Perlee van Java Bookshop. “De zomer is hét moment om te lezen. Veel mensen komen mensen er alleen in de zomer aan toe,” denkt Monique Burger van De Nieuwe Boekhandel.

 

Want al die boeken worden niet alleen gekocht, maar ook nog eens grotendeels gelezen, blijkt uit De Boekenbranche meting 41 (2017): Driekwart van de consumenten neemt boeken mee tijdens de vakantie. Meer dan de helft van de vakantiegangers neemt papieren boeken mee, terwijl een kwart e-books meeneemt. Het aantal boeken dat men meeneemt verschilt sterk per boektype: gemiddeld neemt men negentien e-books mee tegen twee papieren boeken. Daar zal het gewichtsvoordeel en de opslagcapaciteit van een e-reade. Verder is opvallend is dat van de papieren boeken het grootste aandeel gelezen wordt en van de e-books slechts een fractie r waarschijnlijk sterk mee te maken hebben. De (vakantie)lezer wordt steeds meer een hybride lezer. Mensen die e-books meenemen, nemen relatief vaak ook papieren boeken mee. Want; je zou op vakantie maar zonder boeken zitten. Of: de boeken die je hebt meegenomen zouden maar eens tegenvallen. Het is fijn om een ruime keuze te hebben. De groep die beide boekvormen meenemen, leest ook gemiddeld: 5,3 boeken per vakantie, wat relatief veel is.

Twee typen lezers

De helft van de vakantielezers neemt ‘spannende fictie’ mee op vakantie vanuit de behoefte om helemaal te kunnen verdwijnen in een boek. Op de tweede en derde plek staan ‘literaire fictie’ (negentien procent) en ‘waargebeurde verhalen’ (dertien procent) (De Boekenbranche meting 41, 2017). Boekhandelaar Duitsmann: “Ik zie grofweg twee typen lezers: Mensen die op vakantie voor hun plezier willen lezen, zij kiezen eerder voor spannende boeken, zoals thrillers van Karin Slaughter (Gespleten, staat al weken in de top vijf) of Nicci French (De dag van de doden) en je hebt mensen die zich juist in de vakantie storten op de klassiekers, van die boeken die je altijd al wilde lezen, maar waar je nooit aan toe bent gekomen, zoals Anna Karenina.” Bij boekhandelaar Burger vragen klanten regelmatig specifiek om boeken voor aan het strand of zwembad. “Ze willen lezen ter ontspanning en zoeken naar de zogenaamde ‘goodreads’; boeken die je even weg kunt leggen voor een duik om vervolgens zonder al te veel moeite weer in het verhaal te komen. De meeste vraag is in de zomer inderdaad naar thrillers. Uitgevers spelen daar ook op in: in de zomermaanden verschijnen nieuwe thrillers van bekende auteurs. Maar ik zie ook dat mensen juist hele dikke literaire romans kopen, zoals Het achtste leven van Brilka van Nino Haratischwili dat al maanden populair is en nu weer een opleving in verkoop beleeft; een boek van 1200 pagina’s.”

 

De vakantiebestemming heeft niet zoveel invloed op wat we kopen, denken de boekhandelaren. “Als mensen naar een exotische bestemming, zoals bijvoorbeeld Cuba, reizen, dan willen ze graag een boek lezen dat betrekking heeft op het land. Binnen Europa zie ik dat niet zo snel,” zegt Perlee. Burger: “Toch vraag ik altijd waar mensen naartoe gaan. Niets is zo leuk als een boek lezen dat in de context past, dat maakt de reiservaring helemaal compleet. Ook als je dichtbij huis blijft.” Ik vertel haar over mijn vakantieplannen. Burger, enthousiast: “Naar Florence? Dan is dit je boek: The agony and the ecstasy, van Irving Stone, over Michelangelo. Dát lezen, op díe plek, levert een vakantie op waar je je hele leven plezier van hebt.”