Recent Posts

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Het Parool, Boeken, zaterdag 13 oktober ‘Ze zag zichzelf meer en meer als een uitgespaarde vorm, een contour’ Dieuwertje Mertens Wat gebeurt er als je het ego van de verteller van een roman weglaat en haar omgeving leidend maakt? De Brits- Canadese schrijver Rachel Cusk […]

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

Het Parool, Boeken, 13 oktober 2018 Debuut: Jonge redacteur en beroemde schrijver Dieuwertje Mertens Als ghostwriter schreef ze ‘met een masker op’. Dat werkte bevrijdend, merkte Lisa Halliday toen ze een boek schreef over een onderwerp waarvan ze wist dat het tot roddels zou leiden. […]

#MeToo dringt door tot in het boek

#MeToo dringt door tot in het boek

INTERNATIONAAL  LITERATUURFESTIVAL  UTRECHT

Schrijven volgens de eisen van deze tijd

In een ideale wereld moet een roman niets. Maar in de uitgeefwereld van nu moet een roman van alles, schrijft Dieuwertje Mertens. Op het Internationaal Literatuur Festival Utrecht staat de roman een avond lang in vele facetten centraal.

‘Schrijf je hierover? Over ons?’ vraagt wereldberoemd, Nobelprijs winnend auteur Ezra aan Alice, zijn jonge minnares; een redacteur met schrijfambities.

‘Nee.’

‘Waar schrijf je dan over?’

‘Andere mensen. Interessantere mensen dan ik. (..) over mezelf schrijven is voor mijn gevoel niet belangrijk genoeg.’

‘In tegenstelling tot wat?’

‘Oorlog. Dictaturen. Wereldse zaken.’

(..)

‘Niet nadenken over of iets van belang is. Van belang wordt iets vanzelf als je het goed genoeg doet (..)’ is Ezra’s devies.

 

Deze scene uit het veelgeprezen debuut Asymmetrie van Lisa Halliday laat het verschil tussen twee generaties schrijvers zien. Ezra, gebaseerd op Philip Roth (1933-2018), met wie Halliday in het echte leven een tijdje een verhouding had, schrijft wat hij wil schrijven. Hij bekommert zich vooral om het hoe. Alice bekommert zich om het wat: is het actueel, is het urgent? En dat is precies waar in het de hedendaagse roman om draait. De grote thema’s van nu zijn migratie, racisme en feminisme.

 

“Vind je dat een roman vandaag de dag geëngageerd moet zijn?”, vroeg ik de Amerikaanse feministische auteur Leni Zumas, van wie in november de vertaling van Red Clocks verschijnt. In deze dystopische roman laat ze zien wat het betekent voor vrouwen als hun onder andere het recht op abortus en ivf-behandelingen wordt ontnomen. “Een roman moét niets”, antwoordde Zumas. “Liever leef ik in een wereld waarin een miljoen verschillende soorten romans worden geschreven en gelezen. Politiek engagement kan veel verschillende gedaanten aannemen. Een roman die zich afspeelt in een appartement buiten Cincinnati kan net zozeer begaan zijn met verontrustende dynamiek aangaande macht, klasse, ras, gender, geweld en kapitalisme – en net zo politiek zijn als een roman zich afspeelt in Bagdad.”

 

Zumas heeft gelijk. In een ideale wereld moét een roman inderdaad niets, maar in de uitgeefwereld moet een roman van alles. En dat ‘van alles’ is in te vullen als: in potentie commercieel succesvol zijn, media-aandacht genereren en aan de eisen van deze tijd voldoen. Die zijn aan verandering onderhevig. In de jaren tachtig riep hoogleraar Nederlands Ton Anbeek vergeefs op tot ‘meer straatrumoer’ in de Nederlandse literatuur, waarin het maatschappelijk leven volgens hem te weinig een rol speelde. In de jaren 2000 kwam het fenomeen ‘literaire thriller’ op onder aanvoering van schrijvers als Nicci French en Saskia Noort en daar konden en kunnen er niet genoeg van geschreven worden. Net zoals van de historische roman (Stefan Hertmans, Éric Vuillard, Hillary Mantel).

‘Waargebeurd’

En met de toenemende macht van de boekhandelaar, moeten romans het afgelopen decennium vooral een ‘haakje’ hebben (een slechte jeugd, een traumatische ervaring, een schokkende bekentenis) zodat de uitgever het aan de boekverkoper en de boekverkoper het aan de lezer kan ‘ophangen’. Het beste haakje is ‘waargebeurd’.  Zoals het haakje bij Halliday haar affaire met Philip Roth was. Maar dat is niet langer genoeg, lijkt de auteur te willen zeggen en daarom gaat haar roman niet alleen over de affaire van Alice en Ezra, maar ook over de Koerdische Amar, die zijn ontvoerde broer in Syrië wil zoeken en eindeloos wordt ondervraagd op het vliegveld in Londen. Daarmee heeft de auteur aan haar plicht voldaan en betrokkenheid getoond bij de wereld waarin ze leeft.

 

Uit de meeste geëngageerde literatuur kan een correcte boodschap gedestilleerd worden. Een goede roman heeft natuurlijk geen opzichtige moraal, maar toont de weldenkende lezer een situatie waarover zij zich kan opwinden: een jong vluchtelingenstel dat nergens welkom is (Mohsin Hamid, Exit West), een Amerika waarin het recht op abortus is komen te vervallen (Red Clocks), of een wereld waarin de segregatie weer wordt ingevoerd (Paul Beatty, De verrader). In het beste geval wordt de lezer geconfronteerd met zijn minimaal of maximaal gepigmenteerde huid, of cis- of transgender identiteit, met alle bijbehorende complexiteit. Het verhaal moet hem op zo’n manier maatschappelijk verontrusten en verwarren dat het een ander perspectief biedt of het (moreel) juiste perspectief (van de lezer) bevestigt.

Niet tegen de borst stuiten

Criticus Persis Bekkering schreef vorig jaar in de Volkskrant hoe ze opgroeide: ‘met de postmoderne idee dat goede kunst los staat van moraal. (..) Een boek kan vlammend geschreven zijn, maar als het vrouwen wegzet als domme sletjes, geef ik geen vijf sterren.’. Dit lijkt een steeds breder gedeeld uitgangspunt. Een roman moet maatschappelijk geëngageerd zijn, maar moreel niet tegen de borst stuiten.

Dat heeft te maken met de opleving van het feminisme na de #MeToo discussie, met het racismedebat en met de politieke roep om inclusiviteit. Het wekt dan ook geen verbazing dat er kort na de dood van Philip Roth, die in 1970 met Mijn leven als man al de woede van de feministen over zich uitriep, opnieuw een discussie oplaaide over de vraag of Roth een vrouwenhater was. Zijn belangrijkste personages zijn dat vaak, maar daaruit mogen geen conclusies over de schrijver zelf worden getrokken. Zijn romans tonen vooral dat hij van een andere generatie was, die zich met andere dingen engageerde. En omdat Roth goed schreef, waren zijn romans vanzelf belangwekkend.

De Avond van de roman, Internationaal Literatuur Festival Utrecht (ILFU) staat in het teken van de kracht van fictie en thema’s als feminisme en racisme in de literatuur met internationale auteurs zoals Lisa Halliday, Éric Vuillard, Alejandro Zambra e.v.a. Vrijdag 21 september, 19.00, Tivoli Vredenburg Utrecht.

 

 

Het stokje van den magiër

Het stokje van den magiër

Het Parool, zaterdag 15 september 2018, Boeken Slauerhoff nog steeds urgent Dieuwertje Mertens Dichter-scheepsarts Jan Slauerhoff (1898-1936) zou vandaag zijn verjaardag gevierd hebben. Nu, 82 jaar na zijn dood, verschenen eveneens de herziene Verzamelde gedichten met nooit eerder verschenen gedichten, bezorgd door Hein Aalders en […]

Zon, zee en een stapel boeken

Zon, zee en een stapel boeken

De zomer is voor velen hét moment om te lezen, blijkt uit onderzoek en koopgedrag. Vooral thrillers doen het goed, maar ook is er tijd voor dat ene boek dat je altijd al had willen lezen.   Er was een zomer dat ik met Anna […]

Vandaag gaat het gebeuren

Vandaag gaat het gebeuren

Woorden temmen met Kila&Babsie

 

Soms vergeet je – ook als (poëzie)criticus– hoe leuk poëzie is of kan zijn. Het dichterduo Kila&Babsie selecteerde voor haar prachtig vormgegeven Woorden temmen vierentwintig lievelingsgedichten, begeleid door (taaltechnische) wetenswaardigheden en opdrachten voor beginnende poëzie-lezers en –schrijvers. Het plezier spat van de pagina’s.

 

Dat komt in de eerste plaats door de fijne selectie van gedichten. De voorkeur van het duo gaat uit naar verstaanbare, maar toch ook meerduidige gedichten van onder andere Paul van Ostaijen, Eva Gerlach, Hans Faverey, Martijn Teerlinck en Delphine Lecompte. Ieder gedicht is gekoppeld aan een tijdstip en een locatie met het idee dat de lezer zo vierentwintig uur met poëzie bezig kan zijn. Dit is een onnodige en wat geforceerde manier om ordening in de bundel aan te brengen, maar dat mag de pret niet drukken.

 

Aan de hand van verfrissende opdrachten proberen Kila&Babsie de lezer anders naar de gedichten te laten kijken. Neem bijvoorbeeld het volgende gedicht van Tjitske Jansen:

 

Mevrouw Julia doet de ramen open

en ze weet geen woord voor de lucht die haar wangen aanraakt

en de zon heeft de kleur van honing

 

en ze weet

vandaag gaat het gebeuren

en ze denkt

maar eerst blijf ik even staan.

 

(Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen, 2003)

 

Het gedicht heeft precies de juiste verhouding tussen dat wat begrijpelijk is en dat waar men naar moet gissen: Wie is mevrouw Julia? Wat gaat er vandaag gebeuren? De bijbehorende opdracht is om de woorden, die uitvergroot op een apart blad zijn bijgevoegd, uit te knippen en er een nieuw gedicht van te maken. Dat is direct een manier om te onderzoeken hoe dwingend een gedicht is. Hoe beter het gedicht, hoe dwingender de woordvolgorde, omdat het dan – als het goed is – lastig is voor de lezer om de oude vorm los te laten.

 

Omdat Kila&Babsie rasperformers zijn, houden de opdrachten niet op bij het geschuif met letters en het aanwijzen van ritme en rijmschema’s en beeldspraak, nee, een gedicht moet worden gevocaliseerd, dus vragen de dichters: hoe klinkt dat nieuwe gedicht eigenlijk aan het open raam? Ook dat vraagt om de nodige creativiteit van de lezer, want een gedicht klinkt anders aan een open raam, dan aan de tafel of op een podium.

 

De educatieve werkvormen en de uitleg bij de gedichten maken het doe-boek erg geschikt voor het voortgezet (en hoger) onderwijs, maar ook voor wantrouwende/sceptische/enthousiaste en ongeïnteresseerde poëzielezers, is Woorden temmen een aanrader. Ik kan mij slechtere manier indenken om bijvoorbeeld een lange autorit naar het zuiden door te komen. Ook in de auto kun je testen hoe een gedicht aan het open raam klinkt.

Kila&Babsie, Woorden temmen

Grange Fontaine

19,95

Verkrijgbaar via de boekhandel en bol.com

 

Tijd voor een seksuele revolutie

Tijd voor een seksuele revolutie

Het Parool, PS zaterdag 2 juni 2018, Je bent maagd, vrouw-van of hoer Dieuwertje Mertens De Franse pers reageerde verbaasd op In de tuin van het beest van de Frans-Marokkaanse Leïla Slimani. Met haar achtergrond had men een ‘kuiser en meer ingetogen’ boek verwacht. Slimani […]

Lekker fietsen

Lekker fietsen

Gedichten van mensen met een verstandelijke handicap Één van de leukste albums die de afgelopen jaren is verschenen is De speeldoos ( 1 en 2) van Roos Rebergen en Torre Florim, waarop een aantal fantastische nummers staan met liedteksten die afkomstig zijn van mensen met […]

Hebben vrouwen Herman Stevens nodig?

Hebben vrouwen Herman Stevens nodig?

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 12 mei 2018

Essays: 100 jaar vrouwenhaat in de literatuur

‘De beste tijd voor vrouwen komt nog’

In de essaybundel Het sterke geslacht breekt schrijver Herman Stevens een lans voor vrouwen in de literatuur. Maar hij blijft wel erg dicht bij zijn eigen favorieten, constateert recensent Dieuwertje Mertens.

De kwalificatie ‘sterk’ wordt zelden gebruikt om een krachtmeting uit te drukken. Als een vrouw bijvoorbeeld haar partner verliest door dood of echtscheiding, zal er altijd iemand in haar omgeving vertellen dat ze een ‘sterke vrouw’ is; een onhandige, maar goedbedoelde poging om een hart onder de riem te steken. Al die tegenslagen hebben je er niet onder gekregen; je bent er nog. Of: je schrijft nog. In de essaybundel Het sterke geslacht breekt romanschrijver Herman Stevens (1955) een lans voor vrouwen in de literatuur.

‘Honderd jaar geleden begon het. De literatuur werd een maatje kleiner,’ begint Stevens zijn inleidende essay Vrouwen komen van Venus. In 1917 trad namelijk de Amerikaanse schrijver en criticus Ezra Pound toe tot de redactie van The Little Review, een modernistisch tijdschrift dat werd gerund door Margaret Anderson en Jane Heap. Hij wilde het blad gebruiken als podium voor zijn vrienden, onder wie T.S. Elliot en D.H. Lawrence, en beloofde aan hen vrouwen te weren uit het blad, dat ironisch genoeg ook een spreekbuis was voor de eerste generatie van de internationale vrouwenbeweging.

Of hij slaagde in zijn voornemen, laat Stevens in het ongewisse. ‘Toch kreeg Pound later zijn zin. Waar in de twintigste eeuw ook maar serieuze literatuur werd gemaakt, vrouwen hoorden er niet bij,’ vervolgt hij zijn literatuurgeschiedenis in vogelvlucht. Ter illustratie schetst hij hoe Hella Haasse bijvoorbeeld niet tot het mannenclubje van ‘De Grote Drie’ (Hermans, Mulisch, Reve) behoorde. Stevens redenatie lijkt me een voorbeeld van ‘grote stappen, snel thuis’, waarbij hij Pounds misogyne ambities bij The Little Review wel heel makkelijk vertaalt naar een Nederlandse context.

Lichtgewicht en wissewasjes

Hij spreekt in navolging van criticus Hugh Kenner over ‘de eeuw van Pound’, wier modernistische doctrine vrouwen in de literatuur van de twintigste eeuw buitensloot. Met hetzelfde gemak waarmee Stevens een begin aanwijst van het misogyne tijdperk in de literatuur, kondigt hij aan hoe de eeuw in 2006 ten einde liep aan de hand van alle opschudding rond het vrouwonvriendelijke juryrapport van de Libris Literatuurprijs. Slechts één vrouwelijke auteur had – overigens net als dit jaar – de shortlist gehaald. Het rapport repte van de vele ‘lichtgewicht vrouwelijke wissewasjes’ onder de inzendingen. De kwestie beheerste het maatschappelijk debat. Maar ook na 2006 is de positie van vrouwelijke auteurs wankel gebleven, vervolgt Stevens met een trits voorbeelden, dus misschien was het inluiden van het einde van die ‘eeuw van Pound’ wat voorbarig.

One of the guys

Hoewel de titel Het sterke geslacht anders doet vermoeden, gaan de essays niet per se over feministische, onterecht onderschatte, of bijzonder belangwekkende auteurs, maar over vrouwelijke, veelal Nederlandse en een paar Angelsaksische, auteurs die Stevens zelf graag leest en de vrouwelijke personages van een aantal mannelijke auteurs.

Hij bespreekt onder andere Doeschka Meijsing, Margriet de Moor, Lorrie Moore, Mensje van Keulen, Nina Polak en Philip Roth. De ‘disclaimer’ in het nawoord, waarin Stevens aangeeft dat hij niet de pretentie heeft een volledige of rechtvaardige geschiedenis te hebben geschreven, is een zwaktebod.

Aan een goede argumentatie schort het wel vaker in Het sterke geslacht. Het essay Een meisje op een fiets, over Mensje van Keulen, begint bijvoorbeeld met de uitspraak: ‘Schrijvers krijgen geen kinderen. (..) Vrouwen hebben a room of one’s own nodig. Ze kunnen niet zorgen. Van de tien schrijvers die in dit boek worden besproken, is de helft kinderloos, meer dan tweemaal het landelijke gemiddelde.’

Het zou zomaar kunnen dat het klopt dat schrijvers minder vaak kinderen krijgen, maar dat kun je niet op basis van een optelsommetje binnen je eigen vrijblijvende selectie aantonen. Het gemak en de stelligheid waarmee Stevens dingen beweert en onderbouwt, maken hem regelmatig ongeloofwaardig.

Wel is hij overtuigend als hartstochtelijk lezer, die de samenhang binnen oeuvres zoekt. Dit resulteert soms in uitvoerige samenvattingen van romans die hem overduidelijk heel dierbaar zijn, maar ook tot interessante observaties.

Een mooi voorbeeld is de dualiteit binnen de geschriften van Mensje van Keulen, die zo graag one of the guys wil zijn, dat ze in haar begintijd vrouwelijke onderwerpen (‘kinderen, baarmoeders en ander damesperikelen’) in fictie verfoeit, terwijl ze in het echte leven wordt geplaagd door een hartstochtelijke kinderwens, waarover ze veel in haar dagboeken schrijft. Pas vele jaren later krijgt die kinderwens een plek in de roman Hartenvrouw (2016). Stevens concludeert dat de vrouwelijke karakters in haar recente romans zijn gerijpt ten opzichte van de stereotiepe jaren zeventig karakters.

Een sterke man

Ook over de stereotiepe wijze waarop mannen over vrouwen schrijven (moeder, hoer, slachtoffer, feeks) kan Stevens zich verschrikkelijk opwinden. ‘Zelfs als ze de ideale geliefde belichaamt, blijft het vrouwelijke personage een object, zonder innerlijke motivatie. […] er is in de literatuur een seks-doodratio die afdwingt dat een vrouw het verhaal niet overleeft als ze te hevig wordt begeerd. Olga in Turks fruit. Lolita. (..) het is ook gewoon een technische uitweg om te voorkomen dat een literair werk zich verlaagt tot een happy ending. Ze kunnen toch niet banaal trouwen en kinderen krijgen?’

De auteur ontpopt zich als een feminist die vrouwen in de literatuur vanaf de zijlijn bemoedigend toespreekt met montere zinnetjes als: ‘Voor mannen liggen de beste tijden in het verleden. Voor vrouwen gaat de beste tijd nog aanbreken.’
Maar binnen de context van dit boek is het toch vreemd dat Stevens haast als enige een feministisch stemgeluid laat horen. Hij brengt de besproken auteurs niet nadrukkelijk in verband met een feministische boodschap. Bij Bregje Hofstede vermoedt hij zelfs een gebrek aan feminisme. Hij vraagt zich af wat zij met haar debuutroman De Hemel boven Parijs wil uitdrukken: zijn de achterhaalde man-vrouwverhoudingen in het verhaal over een professor die een verhouding met een jonge studente begint een uiting van ‘hipsterconservatisme’?

Een sterke man, zo leert deze essaybundel ons voornamelijk, verzet zich tegen dergelijke vrouwonvriendelijke literatuur.

Herman Stevens; Het sterke geslacht, Prometheus, 224 blz., €19,99.

 

Nog niet moegestreden

Nog niet moegestreden

Het Parool, PS Boeken, 21 april 2018 Ras blijft de grote verdeler Dieuwertje Mertens Donderdag nam Antjie Krog de Gouden Ganzenveer in ontvangst. In de nu verschenen selectie essays Hoe alles verandert reflecteert ze op het complexe, moderne Zuid-Afrika. ‘Nur die Hoffnung kauert’ (alleen de […]

‘Liefde kan pas als je naar elkaar luistert’

‘Liefde kan pas als je naar elkaar luistert’

Het Parool, Boeken, 7 april 2018 Macht: Vrouwen, mannen en relaties Dieuwertje Mertens In De antwoorden van Catherine Lacey legt personage Kurt Sky het aan met verschillende vrouwen om aan al zijn behoeftes te voldoen. ‘Gender speelt een belangrijke rol.’ De Amerikaanse auteur Catherine Lacey […]

Dorrestein doet zelf haar laatste zegje

Dorrestein doet zelf haar laatste zegje

Het Parool, Boeken, zaterdag 31 maart 2018

Zelfportret: Journalist, feminist, romanschrijver, sterfelijk mens

Dieuwertje Mertens

De euforie over het idee voor een nieuwe roman is van korte duur als blijkt dat Renate Dorrestein slokdarmkanker heeft. Met Dagelijks werk is ze potentiële biografen voor.

‘Stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt,” zegt Renate Dorrestein tegen haar assistente, terwijl ze in haar opruimwoede haar persoonlijke aantekeningen en correspondenties vernietigt. Ze beschrijft het in Dagelijks werk, dat komende week verschijnt. Daarin voorziet ze een selectie van haar zogenoemde ‘schaduwoeuvre’ van een inleiding. Dorrestein doet zélf haar laatste zegje.

Het idee voor een nieuwe roman diende zich spontaan aan op een zonovergoten middag in de zomer van 2016 toen Dorrestein net een nieuwe koelkast had aangeschaft en besloot om een wandelingetje te maken door Haarlem-Noord. Daar treft ze een kinderopvang, Noorder Kinderhuis genaamd. ‘Onguurder dan dit ging ik het niet krijgen. (..) ik voelde mijn verbeelding alle kanten op schieten. Misschien was het Noorder Kinderhuis in mijn boek straks helemaal niet een fysiek gebouw. Misschien was het een eufemisme voor de Dood,’ orakelt Dorrestein.

Personages buitelen door haar hoofd. In een paar zinnen schetst ze de contouren van een roman, die hoewel hij nog niet is geschreven, toch al bestaat dankzij Dorresteins verbeeldingskracht, haar scherpe pen. Ze heeft de lezer vanaf de eerste zin bij de kladden.

In de lezer ziet Dorrestein een bondgenoot, want ‘schrijver en lezer brengen samen een onvergetelijke leeservaring tot stand’. Maar: ‘We lezen wat we willen lezen, niet wat de auteur heeft opgeschreven.’ Met deze voorwaarden in het achterhoofd kan de schrijver niet anders dan alles uit de kast trekken om de verbeelding op gang te brengen. Dat is ook de reden dat Dorrestein zo veel belang hecht aan de context van het verhaal: een verhaal ontstaat in zijn omgeving, zoals het Noorder Kinderhuis.

Deze literatuuropvatting schittert door het hele oeuvre van Dorrestein en wat dit precies behelst doet ze ook uitvoerig uit de doeken in Het geheim van de schrijver (2000), een van de leukste handboeken over schrijven. Dagelijks werk is te lezen als een vervolg hierop.

Doortastende kritiek

De euforie over de nieuwe roman, die al in de coulissen op Dorrestein staat te wachten, is van beperkte duur. In het najaar van 2016 krijgt ze te horen dat ze slokdarmkanker heeft. Wat als ze haar laatste roman niet kan voltooien en die arme personages voor altijd in het duister rond moeten zwerven? Ze besluit de roman te laten voor wat die is en stort zich op de selectie van een aantal teksten die weliswaar niet in haar boeken terechtkwamen, maar toch ook onderdeel van haar dagelijks werk waren.

Zoals de Brief aan de aspirant-schrijver, naar aanleiding van een manuscript dat Dorrestein kreeg opgestuurd. Dorrestein laat er geen spaan van heel, maar haar kritiek is zo doortastend dat je haar er niet van kunt betichten dat ze mevrouw K. niet in haar waarde laat. Ze besluit met de woorden: ‘Zo, dat was niet mals. Sterkte ermee.’

In De androgyne aardappel schrijft Dorrestein: ‘(..) het pureren van de aardappel heeft als curieus neveneffect dat hij daardoor letterkundig van geslacht verandert: de aardappel is mannelijk, de aardappelpuree is vrouwelijk. De dingen die in het leven troost en warmte verschaffen, zijn nu eenmaal vrouwelijk (..).’ Ze schreef het stuk ooit bij drie receptvariaties op aardappelpuree voor een literair kookboek dat nooit verscheen. Ze kauwt de boodschap over de helende werking van aardappelpuree wel iets te lang uit, waardoor de tekst een melige metafoor wordt.

Gemiddelde man afgemaakt

In de lezing voor seksuologen van de Rutgers Stichting (‘mannen met een klein baardje, een bril en een trui’) toont Dorrestein zich een fanatieke feminist. Deze lezing, waarin ‘de gemiddelde man’ wordt afgemaakt, zorgde in 1988 voor heel wat opwinding: ‘(..) betreedt hij na de arbeid de echtelijke woning, waar een vrouw op hem wacht voor wie het nogal moeilijk is hem als een erotische uitdaging te beschouwen. Zij heeft juist nieuwe onderbroeken voor hem gekocht, of anders de oude gewassen en opgevouwen in de kast gelegd. Ze denkt: o jee, hij heeft die blik in z’n ogen weer.’ De activistische toon van de vileine feminist die zich heeft losgerukt van het aanrecht doet vandaag de dag toch vooral gedateerd aan. Soit.

Dergelijke teksten zijn de pijlers van Dorresteins geschiedenis als schrijver. Ze zijn niet chronologisch gerangschikt, maar raken wel aan de belangrijkste thema’s in het veelzijdige oeuvre van Dorrestein.

Dagelijks werk is een soort zelfportret van Dorrestein als journalist, feminist, rooms-katholiek, stemacteur, dr.v. (droge vagina), hartstochtelijk fan van Kurt Vonnegut, sterfelijk mens, maar toch bovenal (roman)schrijver: een hardwerkende en zeer productieve broodschrijver in de goede zin van het woord. Dat doet je ook denken aan alle teksten die niet ontsloten zijn. (Gaan we die echt nooit onder ogen krijgen?)

Zo’n laatste boek kan snel een pathetische grandeur krijgen, maar Dorrestein stelt zich nuchter op. Geen grote overpeinzingen over de dood, wel hier en daar wat galgenhumor. Morgen neemt ze gewoon weer plaats achter haar schrijftafel. En zoals het een goede schrijver betaamt, is ze haar onderwerp de baas. Ze eindigt met een wrang gevoel voor ironie met een stuk getiteld Ouderdom voorkomen.