Dieuwertje Mertens journalist- redacteur- docent

Recent Posts

Theater van wreedheid en van veiligheid

Theater van wreedheid en van veiligheid

Zuivering: Tom Lanoye schrijft roman over angst in Europa In zijn nieuwe roman schetst Tom Lanoye de gevolgen van angst en paranoia voor de samenleving. Terreur krijgt de overhand. ‘Onderweg naar het station telde ik vandaag acht zwaarbewapende militairen.’   Dieuwertje Mertens Halverwege het gesprek […]

‘I am a tree’

‘I am a tree’

Black Literature en blondje meisjes ‘Wie mag ik helpen?’ vroeg de barman. Hij keek beurtelings van mij naar de zwarte man in pak naast mij. ‘Ik ben aan de beurt,’ zei de man en hij bestelde een chardonnay. Ik was er vrijwel zeker van dat […]

Literaire wereld wordt voorzichtiger en harder

Literaire wereld wordt voorzichtiger en harder

Het Parool, PS Zaterdag 30 september 2017

Een optreden bij DWDD, een succesvolle blog, lovende recensies: om je boek aan de man brengen lijkt steeds meer nodig te zijn. En wat doe je als je eerste drie niet verkopen? ‘Niet iedereen kan doorgaan.’

Dieuwertje Mertens, afbeelding: Lotte Bronsgeest

Romanschrijvers die na meerdere titels nog geen grote verkoopsuccessen hebben geboekt, hebben het moeilijk in de boekhandel en bij de uitgever. Ze lijken het af te leggen tegen debutanten en bekende auteurs. Redacteuren zwijgen hier discreet over en uitgevers geven – begrijpelijkerwijs – geen cijfers.

Schrijver Marieke Groen wist wel hoe laat het was toen haar uitgever haar anderhalf jaar geleden uitnodigde voor een kop koffie, nadat ze had gevraagd om een intentieverklaring voor een nieuwe roman. Na drie boeken zegde Thomas Rap de samenwerking op. Van haar laatste roman waren slechts 400 exemplaren van een oplage van 1000 verkocht en haar vorige romans waren ook al geen verkoopsuccessen.

‘Je bent zo goed als je laatste boek heeft verkocht. Ik heb me lang ontzettend geschaamd’

Na het gesprek ging Groen naar huis. Ze deed alle exemplaren van De andere familie Klein (2015) in een doos en zette die in de berging. “Het was het beste boek dat ik tot nu toe had geschreven, maar ik begon er een hekel aan te krijgen. Je bent zo goed als je laatste boek heeft verkocht. Ik vroeg me af of ik nog wel schrijver was. Ik heb mij heel lang ontzettend geschaamd, tot ik er openhartig mee naar buiten trad. Veel auteurs spraken mij aan, omdat ze hetzelfde hadden meegemaakt. Er wordt nauwelijks over gesproken, maar het kleine en middensegment van auteurs is aan het verdwijnen. Alleen de bestsellers en hippe debutanten blijven over.”

Hoewel het niet slecht gaat met de verkoop van boeken, is de verkoop van literaire fictie de afgelopen vijf jaar afgenomen, blijkt uit Boekwerk Monitor 2017 – De Markt. Een relatief kleine groep toptitels zorgt voor vijftig procent van de totale boekverkoop. Er is sprake van zogenoemde ‘bestsellering’ binnen alle genres, dat wil zeggen dat een kleiner deel van de titels zorgt voor een groter deel van de verkoop.

Restpartijen

In navolging van de markt zijn uitgevers minder (fictie)titels per jaar gaan uitgeven. Zo gaf De Bezige Bij twee jaar geleden nog 250 titels per jaar uit, nu zijn dat er 150. Ook zijn de oplages kleiner geworden, zodat er geen enorme restpartijen ontstaan en er geen grote voorraden hoeven worden opgeslagen, want ook dat is duur.

“Uitgevers zijn sinds de boekencrisis in 2010-2011 eerlijker geworden over de commerciële gronden van de uitgeverij,” zegt Mark Beumer, hoofd verkoop bij De Bezige Bij, waar Thomas Rap ook toe behoort. “Van de liefde voor literatuur alleen kunnen we niet leven.”

Voordat de nieuwe titels zijn verschenen, gaat hij met zijn team bij de boekhandel langs om te pitchen, in de hoop dat de boekhandelaar zo veel mogelijk exemplaren inkoopt. “Boekhandelaars zijn steeds meer genoodzaakt zich te focussen op de grote namen. Stel je voor dat de toptitels uitblijven, dan red je het niet als uitgever. Voor een auteur uit het middensegment is het in de huidige markt lastig voet aan de grond te krijgen,” zegt hij.

“Natuurlijk moet je als uitgever ook de ruimte creëren om te bouwen aan een schrijverschap. Een goed voorbeeld is Alfred Birney bij De Geus: voordat hij de Libris Literatuurprijs voor De tolk van Java won, was hij geen bekende auteur. Hij heeft dertien boeken geschreven voordat hij uiteindelijk succes kreeg.” Hoeveel auteurs bij De Bezige Bij moeten vertrekken vanwege tegenvallende verkoop, kan Beumer niet zeggen: “Er zijn ook auteurs die er zelf voor kiezen weg te gaan, omdat ze ergens anders denken beter tot hun recht te komen.”

Smaak

Steeds meer romanschrijvers die geen contract meer van een uitgever krijgen voor een derde of vierde boek, kloppen aan bij agenten in de hoop een nieuw onderkomen te vinden, merkt ook literair agent Lolies van Grunsven. “Vaak kan ik weinig voor ze betekenen. Als ik hun vierde boek ergens moet onderbrengen en voor de eerste drie is al weinig belangstelling geweest in de pers en de verkoopaantallen waren gering, heeft het weinig kans van slagen bij andere uitgevers. Die kennen de cijfers ook. De literaire wereld is in die zin harder geworden.”

“Voor het middensegment moet je door de stroop zwemmen. Dat geldt voor de uitgever, de boekhandelaar, maar ook voor de schrijver.” Volgens Maarten Asscher, directeur van Boekhandel Athenaeum, is dat geen nieuwe ontwikkeling: “Er zijn eigenlijk maar twee categorieën schrijvers die potentieel goed verkopen: grote, succesvolle auteurs als Tommy Wieringa, Nelleke Noordervliet, Adriaan van Dis. Én nieuwe schrijvers, want zij zouden weleens een enorme verrassing kunnen zijn. Niet iedereen kan doorgaan met schrijven als de kwaliteit van het werk niet op een of andere manier wordt erkend.”

Oda Ritsema van Eck, accountmanager fictie bij Singel Uitgeverijen, denkt dat het middensegment kleiner wordt. “Een debutant heeft meer kansen dan een auteur die zijn derde roman uitgeeft.” Uit ervaring weet zij dat de boekhandel minder snel titels afneemt van auteurs die weinig verkopen. “Wat helpt is als we al kunnen zeggen dat er media-aandacht is, bij voorkeur een televisieoptreden. Maar dan nog kan de boekhandel zeggen: we wachten het wel af.”

En als zo’n titel dan toch in de boekhandel terechtkomt, moet deze snel succes oogsten, want een boek ligt gemiddeld maar drie à vier maanden in de winkel. “De rol van de boekhandelaar is belangrijker geworden,” zegt Caspar Dullaart. Als accountmanager fictie bij Atlas Contact probeert hij bij het pitchen van nieuwe titels te zoeken naar overeenkomsten in de smaak van de boekhandel, want die wil zich in toenemende mate onderscheiden door een persoonlijk stempel op de winkel te drukken.

Dat hangt volgens Asscher allemaal samen met de emancipatie die de boekhandelaar heeft doorgemaakt: “Kijk naar het boekenpanel van DWDD, de mening van de boekhandelaar doet ertoe. Hij is niet langer de laatste schakel in het proces, maar de eerste die het publiek in contact brengt met het boek.” Toch is het ook voor de boekhandel hard werken om een boek verkocht te krijgen: “Vandaar de permanente stroom activiteiten, de aanschaf moet een beleving zijn.”

Netflix

Voor de verkoop van een boek is het ontzettend belangrijk om zo breed mogelijk zichtbaar te zijn. Goede besprekingen, ‘4 of 5 sterren’, zichtbaarheid in de bladen, op televisie (bij voorkeur in DWDD), op festivals, in boekenclubs, blogs, op sociale media. “Lezers maken veiliger keuzes: het boek moet van alle kanten zijn aanbevolen,” zegt Ritsema van Eck. “En Netflix is een stevige concurrent voor een goede roman.”

Is er sprake van literaire verschraling in de boekhandel? “Ja,” zeggen Beumer, Van Grunsven en Dullaart. Ritsema van Eck twijfelt: “Kwaliteit staat hoog in het vaandel. Lezers hebben wel interesse in een mooi vormgegeven uitgave. Onze reeksen Privédomein en Perpetua doen het goed.” Non-fictie en dode auteurs? “Tja,” zegt ze.

Maar wat gebeurt er met de auteurs die geen onderdak meer vinden bij hun uitgeverij? Dat onderwerp ligt gevoelig. “Sommigen worden boos op de uitgeverij,” zegt Beumer. “Anderen vinden een kleinere uitgeverij, ze gaan in eigen beheer uitgeven of ze stoppen.” Ritsema van Eck: “Ze moeten een lange adem hebben. Sommige auteurs komen alsnog bovendrijven.”

Groen heeft lang nagedacht of ze nog een schrijver is. Het antwoord is ja. Ze geeft de hoop nog niet op. “Ik heb in totaal acht boeken geschreven, dus ik kan niet zomaar stoppen. Ik probeer nu via een crowdfundingsactie een boek uit te geven: De Frietsteeg en andere stukken. Het is verzameling van de beste stukken die ik de afgelopen tien jaar op mijn blog heb gepubliceerd met illustraties van Wilma de Bock.” Ze komt nog een paar honderd euro tekort*.

FLEXIBEL DRUKKEN

Oplages kunnen variëren van 150 tot in extreme gevallen 5 miljoen voor een bestsellerauteur als Dan Brown. Ook wordt er steeds vaker gebruik gemaakt van printing on demand. Distributeur Centraal Boekhuis heeft naast een opslag van 115.000 titels een 24 uursservice. Zo kan snel aan een onverwachte vraag worden voldaan. Bijvoorbeeld als boekhandelaren massaal gaan inkopen nadat het boekenpanel van DWDD een boek heeft aanbevolen.

  • Marieke Groen heeft ondertussen middels crowdfundingsactie het benodigde bedrag binnengehaald.
‘Als een moeder sorry zegt’

‘Als een moeder sorry zegt’

Het Parool, zaterdag 23 september 2017 Recensie Ronelda S. Kamfer – Mammie Dieuwertje Mertens In Mammie dicht de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda S. Kamfer (1981) over haar onlangs overleden moeder en hoe het haarzelf en haar omgeving sindsdien vergaat. Dat doet ze op openhartige wijze en […]

‘Er wordt bijna nooit serieus over religie geschreven’

‘Er wordt bijna nooit serieus over religie geschreven’

Het Parool, zaterdag 16 september 2017 Recensie Maarten van der Graaff – Wormen en Engelen Dieuwertje Mertens ‘Een jeugd op het platteland, in de gereformeerde kerk, gevolgd door de trek naar de stad. (…) Het is een bekend Nederlands recept: verwijdering van ouders en familie, […]

Een moederloos bestaan

Een moederloos bestaan

Het Parool, zaterdag 9 september 2017

Recensie Jente Jong- Het intieme vreemde

Dieuwertje Mertens

De roman Het intieme vreemde van theatermaker Jente Jong (1985) is geen lichtzinnig debuut. Hoofdpersoon Sara verloor, net als de auteur, op jonge leeftijd haar moeder. Ze raakt ervan overtuigd dat haar moeder toch nog leeft en ze loopt compleet vast.

Het intieme vreemde opent met gevoel voor drama. ‘Ik sta op een bed met twee hemdjes in mijn handen, van mijn zoons die ik zojuist heb vermoord.’ We blijken in een scène van een moderne vertolking van Medea te zitten, waarin actrice Sara de hoofdrol speelt.

Ineens valt ze stil, als metafoor voor haar leven op dat moment. ‘Dat is toch het enige wat iedereen een leven lang doet: bungelend op grote hoogte met één hand vasthouden aan de reling, van het zinkende schip een ijskoude diepte in springen (…)’ Zulke theatrale metaforen en dramatische zinnen verraden de achtergrond van de auteur.

Sara vlucht het podium af. Ze wordt uit het theatergezelschap gezet, want het is niet de eerste keer dat het misgaat. Ze meent haar moeder te hebben herkend in het publiek, de vrouw was ze eerder die week in de Albert Heijn tegengekomen. Dezelfde dag nog vindt ze ‘een nieuwe rol’, een baantje als caissière bij de AH.

Het eerste deel van het verhaal, getiteld Het vreemde, is een langgerekte uiteenzetting. Tijdens de domme regelmaat van de lange dagen achter de kassa gebeurt er niet veel. Af en toe komt ‘haar moeder’ aan de kassa, en probeert ze wanhopig met haar in contact te treden. ‘s Avonds is ze stiekem toeschouwer van het toneelstuk waarin een ander de hoofdrol speelt.

Mondjesmaat ontvouwt zich Sara’s achtergrond: het moederloze bestaan, de saaie jeugd op het platteland, de vriendschap met Thomas en de zwijgzame vader. Sara blijkt bijzonder weinig te weten over haar al dan niet overleden moeder.

Pas in het tweede deel, Het intieme, komt het verhaal in een stroomversnelling en dan volgt al snel de ontknoping. In die zin is de roman misschien nog onevenwichtig te noemen.

De spanning schuilt natuurlijk in Sara’s onwetendheid. Jong gebruikt in het tweede deel fragmenten uit het dagboek van haar moeder, die goed passen in de fictionele vertelling.

Jong maakt duidelijk hoe getroebleerd Sara is en hoe niet te onderschatten groot de impact van het opgroeien zonder moeder is. Ze probeert niet te relativeren of om op gekunstelde wijze troost te bieden. Ze laat eerder de ernst van het gemis inzien. De roman ademt het gewicht en het belang dat de auteur aan het verhaal hangt. Dit verhaal móést worden verteld.

Fictie Jente Jong; Het intieme vreemde, Querido, €18,99. ***

Opzwepend en bevrijdend

Opzwepend en bevrijdend

Het Parool, Boeken, 22 juli 2017 Recensie Marije Langelaar- Vonkt Dieuwertje Mertens Vonkt, de derde bundel, van Marije Langelaar (1978), is sprookjesachtig en overtuigend. Haar gedichten variëren van vervreemdend en onheilspellend tot opzwepend en bevrijdend. De bundel opent met een profetische nachtmerrie: Ik werd wakker […]

Onstilbare kinderwens

Onstilbare kinderwens

Het Parool, Boeken, 15 juli 2017 Recensie Ariel Levy – De regels gelden niet Dieuwertje Mertens Het leven is geen roman, maar je kunt er wel een literair verhaal van maken. Dat doet journaliste Ariel Levy (1974) in haar memoires De regels gelden niet. Ze […]

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Het Parool, Boeken, 1 juli 2017, De Stentor, Boeken, 1 juli 2017

Romandebuut: Lieke Marsman laat zien dat ze meer kan dan dichten

Foto Lenny Oosterwijk
Foto Lenny Oosterwijk


Dichter en filosoof Lieke Marsman toont zich met Het tegenovergestelde van een mens, over een jonge klimaatwetenschapper die worstelt met de liefde, een typische representant van de generatie jonge, veelal vrouwelijke schrijvers.

Dieuwertje Mertens

Ze vormen geen echte groep, behalve dan dat sommige namen altijd in één adem genoemd worden en vrouwelijke auteurs de boventoon voeren in de media. Denk aan: Maartje Wortel, Hanna Bervoets, Niña Weijers, Simone van Saarloos, Nina Polak, Bregje Hofstede, Marjolijn van Heemstra, Wytske Versteeg, etcetera. Ze zijn geboren in de jaren tachtig of begin jaren negentig, wonen in Amsterdam, zijn bevriend, staan op dezelfde festivals of schrijven voor Das Magazin. Wie op zoek gaat naar de gemene deler, zal altijd op genoeg gelijkenissen stuiten.

Je kunt je afvragen of Lieke Marsman (26) haar nadrukkelijk egocentrische romanpersonage Ida niet ironisch heeft bedoeld: ‘Het ding is dat je jezelf niet belangrijker moet maken dan je bent,’ zegt de therapeute tegen Ida. ‘Aan jezelf denken is niet hetzelfde als aan zelfreflectie doen,’ verwijt haar geliefde Robin haar. Ida ziet zichzelf als middelpunt van het heelal, maar weet wel dat dit een illusie is: ‘(..) mensen zijn zelden geneigd om over zichzelf te denken in grijstermen – terwijl we de mensen om ons heen wel voortdurend het taaie grijs van de massa toedichten’.

De roman is een ik-vertelling, een veelgekozen vertelperspectief onder debutanten, blijkt ook uit de bloemlezing Nederlandse Literatuur van de 21e eeuw (2015) waarin Wim Brands een selectie van de nieuwe schrijvers van het nieuwe millennium presenteerde: verreweg de meeste bijdragen zijn geschreven vanuit de eerste persoon.

Door- en doorslecht

Jonge auteurs zouden navelstaarders zijn, zo wil het cliché; twintigers en dertigers zijn nu eenmaal erg begaan met zichzelf en de plek die ze in de wereld (willen) innemen. Zo is ook Marsmans personage, de 29-jarige Ida, zoekende naar wat ze moet met haar leven. De mens is door- en doorslecht, vertelde haar moeder haar op jonge leeftijd. Als ze goed wil zijn, beseft ze, moet ze het tegenovergestelde van een mens zijn. Ida is afgestudeerd klimaatwetenschapper en groot fan van publicist en activist Naomi Klein. Ze is zich buitengewoon bewust van de stempel die de mens op het klimaat drukt. Nadat ze na haar afstuderen een periode verveeld thuis heeft rondgehangen, meldt Ida zich aan voor een project in de Italiaanse Alpen ter voorbereiding van het opblazen van een stuwdam om de natuur weer in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Tijdens haar verblijf wordt ze steeds meer geconfronteerd met de relatie tussen mens en natuur en komt ze erachter dat de mens niet zonder wereld kan, maar de wereld wel zonder mensen.

Op sociale media presenteert Marsman zichzelf als fervent aanhanger van de GroenLinks-beweging en als klimaatactivist. Haar roman blijkt een heerlijk vehikel om allerhande ideeën over onder meer het klimaat te overdenken (het tegengaan van klimaatverandering begint bij het krijgen van minder kinderen, de klimaatverandering is te groot en daardoor te ongrijpbaar om als mens te kunnen bevatten). Ze heeft zich hierbij laten inspireren door een klein leger aan wetenschappers, filosofen en schrijvers, getuige de bronnenlijst achterin het boek.

In een wereld waarin het klimaat op de politieke agenda is gezet, de vrouwenbeweging weer nadrukkelijk haar rol opeist onder een vrouwonvriendelijke president als Trump en de dreiging van terrorisme elke dag voelbaar is, is literair engagement onvermijdelijk, zou je zeggen. Er is genoeg om je over op te winden en een roman wordt per slot van rekening ‘geboren’ in diezelfde wereld.

Piekeraar

Jonge auteurs als Weijers, Van Saarloos en Renske de Greef mengen zich regelmatig in het publieke debat via sociale media of journalistieke kanalen. Ze leveren bijvoorbeeld bijdragen aan de feministische bloemlezing Vrouwen schrijven niet met hun tieten (2016, onder redactie van Wiegertje Postma) en/of reageren op hedendaagse (Amerikaanse) feministische klassiekers als Rebecca Solnit en Chris Kraus. Marsman schreef bijvoorbeeld ter gelegenheid van een bezoek van Kraus aan Spui 25 Dear Chris, A love letter by Lieke Marsman en haalt de feministe ook kort aan in haar roman.

Geslaagde auteurs zijn bereid zich ook in zaken buiten zichzelf te verdiepen. Weijers schreef met De consequenties (2014) een geëngageerde roman over kunstenares Minnie Paris die zichzelf probeert op te heffen middels haar kunst. Eerder dit jaar verscheen De vrouw die van Simone van Saarloos over de maakbaarheid van de mens en Hanna Bervoets laat in al haar romans maatschappelijke betrokkenheid zien, zo ook in het onlangs verschenen Fuzzie, over de artificiële liefde.

Ook Marsman laat zien dat persoonlijke thema’s zich makkelijk laten combineren met geëngageerde thematiek. Ida wordt regelmatig gekweld door een fundamentele eenzaamheid. Ze is een piekeraar die in haar persoonlijke leed aanleiding ziet om de wereld te beschouwen: ‘Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat niemand iets terugzegt. (…) Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in een café op een zuipen zet.’

De verhaallijn, het skelet van de roman, is in wezen heel broos: eenzaam, egocentrisch, zoekend meisje wordt verliefd, maar kan de liefde niet behouden. Maar het verhaal krijgt vlees op de botten door de bespiegelingen van Marsman. De gedachten van Ida bepalen de stijl en vorm. Daar is een hybride roman uit voortgevloeid waarin ook essayachtige stukjes en gedichten een vanzelfsprekende plek hebben.

Lyrische ‘o’

Wanneer Ida op aanraden van haar therapeut nadenkt over haar geaardheid, mondt dat uit in een essay over schaamte en homoseksualiteit. Die schaamte doet overigens bijna ouderwets aan. Zeker nu de lesbische liefde steeds vaker regel dan uitzondering lijkt te zijn in romans van de generatie jonge vrouwelijke schrijvers. Regelmatig worden er lesbische hoofdpersonages opgevoerd zoals in Fuzzie van Bervoets, We zullen niet te pletter slaan van Polak en Hoogvlakte van Naomi Rebecca Boekwijt.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken

Als Ida’s geliefde Robin in een ruzie roept dat ze misschien te verschillend zijn, reflecteert Ida op ‘het verschil’. Dat doet ze in herhalende vorm in zinnen die steeds beginnen met ‘Het verschil’. Afgescheiden door witregels levert dit een prozaïsch opsommend gedicht op. Met dergelijke gedichten, die doen denken aan lijstjes, probeert de protagonist haar gedachten te ordenen.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken. Ze heeft oog voor detail, houdt van verkleinwoorden en het lyrische ‘o(h)’ wordt ook graag ingezet.

Stijl is vaak ondergeschikt in romans van jonge auteurs, het verhaal staat centraal. Er zou meer geëxperimenteerd mogen worden in de romanliteratuur. Zeker als de inhoud niet heel veel om het lijf heeft, kan een verhaal aan spanning winnen bij een interessante compositie en stijl. Als dichter beheerst Marsman de kunst van het weglaten om hier meerduidigheid mee te creëren. Ze is niet bang geweest om voor een experimentele vorm te kiezen. Dat maakt deze roman eigenzinnig en daarmee onderscheidt ze zich van veel generatiegenoten. Marsman bewijst hiermee niet alleen een goede dichter te zijn.

****

FICTIE: Het tegenovergestelde van een mens, Lieke Marsman

 

Activistisch Amerikaans

Activistisch Amerikaans

Het Parool, Boeken, 17 juni 2017 Recensie Mannen leggen me altijd alles uit – Rebecca Solnit Dieuwertje Mertens ‘Zo iemand als Rebecca Solnit hebben wij niet in Nederland’, schrijft Marja Pruis in de inleiding van de vertaalde essaybundel Mannen leggen me altijd alles uit van […]

Poëzie als een eerste lentedag

Poëzie als een eerste lentedag

Het Parool, Boeken, Zaterdag 6 mei 2017 Recensie De boom valt op mij, Ilse Starkenburg Dieuwertje Mertens Je zou bijna vergeten dat er nog iets als een bescheiden, niets-bijzonders, niks-aan-de-hand dagelijks leven bestaat als je er de poëzie van de laatste tijd op naslaat: de […]

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Het Parool, Boeken, zaterdag 22 april 2017

Recensie Fuzzie, Hanna Bervoets

Dieuwertje Mertens

Vier personages met een moeizame verstandhouding met de liefde vinden troost bij hun Fuzzie, een pluizig bolletje dat hen toespreekt. De synopsis van Fuzzie – volgens de achterflap ‘een modern sprookje’ – van Hanna Bervoets (1984) doet een beetje kinderachtig aan, alsof de schrijver van gekkigheid ook niet meer wist wat nu weer te bedenken. Toch vertelt Bervoets een wezenlijk verhaal over de liefde.

Ze staat bekend om haar eigenzinnige verhalen. Of er nu een zwakzinnige fan van Céline Dion (Lieve Céline) of een farmaceutisch middel tegen verliefdheid centraal staat (Efter), je kunt haar niet betichten van voorspelbaar proza en het maatschappelijke engagement is nooit ver te zoeken.

De Fuzzie is een soort kruising tussen de wuppie (het gekleurde pluizige bolletje dat Albert Heijn rond het WK voetbal 2006 uitdeelde) en de zorgrobot die eenzame bejaarden uit hun sociale isolement moet halen.

Op een ochtend ontvangt Maisie een pakketje met daarin het bolletje. Ze houdt het tegen haar wang. “‘Hé, ben je daar eindelijk?’ zegt het dan. (..) ‘Mag ik zeggen dat je mooi bent?'” Ook Maisies ex Florence, ontwerper van gebruiksvoorwerpen; de gepensioneerde Diek, die zijn avonden doorbrengt met internetdaten; en de werkloze Stephan, die een uitgebluste relatie heeft, hebben een Fuzzie.

Het bolletje spreekt hun regelmatig toe, stelt hun vragen, doet suggesties om de dag door te komen en vertelt anekdotes. In interactie met de Fuzzie ontrollen de uiteenlopende karakters zich. Ze zijn allemaal zoekende en ze weten niet waarom affectie zo ingewikkeld is. Ze worden door de Fuzzie aan het denken gezet. De bezitters verkeren in de veronderstelling dat het bolletje van hen houdt en dat het hen begrijpt – een fijne illusie.

De Fuzzie orakelt goed verpakte clichés en gelukskoekjeswijsheden: ‘Wanneer je mist, mis je niet slechts de ander aan haar kant van de wereld, je mist tevens misschien wel vooral de ander uit je herinneringen.’

Bervoets maakt graag gebruik van kitscherige beeldspraak: geliefden zijn wrakhout of drenkeling. Een drenkeling kan van wrakhout een vlot maken. Ze kan de teksten van de Fuzzie zo gelikt opdienen dat het niet moeilijk is te geloven hoezeer het bolletje een aantrekkelijke houvast is voor een verloren ziel.

Een stilistische onhebbelijkheid is het soms overdadige gebruik van verkleinwoorden. Dat geeft een zoetsappig karakter aan een roman over een lief, pluizig bolletje dat troost biedt.

De Fuzzie is een voorgeprogrammeerd voorwerp en blijkt geen oneindige levensduur te hebben, maar dat maakt niet dat de personages zich minder geliefd voelen. Iedereen kan soms troost gebruiken. De Fuzzie kan een oplossing zijn en met de zorgrobot in het achterhoofd is Bervoets roman niet zo’n futuristisch sprookje als het lijkt, maar eerder een goed uitgedacht ontwerp dat alleen nog in productie moet worden genomen.

****

FICTIE Hanna Bervoets, Fuzzie


Latest post

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017

****

Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil

Dieuwertje Mertens

In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en straatjongen Gaston, ‘Gas’, centraal. Vrije radicalen zijn kleine, ongebonden deeltjes die vrijkomen als afvalstoffen van processen in en buiten het lichaam en die zich makkelijk hechten aan andere stoffen en op die manier schade kunnen toebrengen. De titel is een perfect gekozen metafoor voor de vriendschap tussen Jaime en Gaston.

Dat Trujillo graag ingrediënten uit haar eigen leven gebruikt om haar veelgeprezen romans zoals De terugkeer van Lupe Garcí­a (2011) mee te kleuren, is geen geheim. Ze werd geboren in Montevideo en kwam op zesjarige leeftijd als politiek vluchteling in Nederland terecht. De cultuurverschillen tussen Uruguay en Nederland, zelfdestructie en alcohol- en cocaïnegebruik zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook in Vrije radicalen.

Hoofdpersonage Jaime heeft niets te verliezen: zijn jeugd is getekend door het wrede dictatoriale regime in Uruguay, waaronder hij zijn twee broers verloor bij een actie, zijn vader zich ophing aan de deurkruk van zijn gevangeniscel en zijn moeder zich dagelijks met medicatie drogeerde om het verdriet niet te voelen, tot deze troost haar fataal werd. Jeugdvriend Gas, die hij op de begrafenis van zijn vader ontmoet, is in wezen de enige stabiele factor in zijn leven.

Op zijn achttiende emigreert Jaime naar Amsterdam, waar hij later binnen de grachtengordel een succesvol leven leidt; ‘geslaagd als verslaggever, mislukt als mens’. Zijn bewondering gaat uit naar Gas, die ondertussen als strijder tegen onrecht, dierenleed en milieuvervuiling door het leven gaat. Jaime blijft hem ook vanuit Nederland opzoeken in zijn hut buiten Montevideo om deel te nemen aan acties en er reportages over te schrijven.

Ondanks alle ellende en gruwelijkheden die Jaime in zijn jeugd heeft doorstaan, is zijn verteltoon luchthartig, soms ironisch, maar nergens zwaarmoedig, wat zowel mededogen als bewondering voor het personage oproept. Hij beziet zijn leven met een zekere afstand. Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.

Halverwege het boek denk je: hier laat Trujillo een steek vallen, er is een hap uit het verhaal genomen. Dat blijkt (natuurlijk!) een strategische zet van de schrijver te zijn: Jaime wordt psychotisch en durft zijn huis niet meer uit. Een onbetrouwbare verteller biedt de mogelijkheid om alles op losse schroeven te zetten en een nieuw soort spanning in het verhaal te brengen. Jaime vraagt Gas om hem te komen helpen. Die besluit het bezoekje aan zijn vriend met het nuttige te verenigen en slikt bolletjes, zodat hij in Amsterdam inkomsten kan genereren. Bij Jaime thuis broedt hij tussen het dealen door op allerlei acties, waaronder een aanslag op de Miljonair Fair.

Gedurende de aanloop hiernaartoe verliest het verhaal, tussen waan en werkelijkheid, wat van z’n stuwende kracht: Trujillo heeft de gang naar de afgrond misschien wat te lang opgerekt. Maar de lezer is al verloren. Hij kan niet anders dan meegaan in Jaimes val en, tegen beter weten in, hopen op een zachte landing.

Lees hier een fragment uit Vrije Radicalen.