Dieuwertje Mertens journalist- redacteur- docent

Recent Posts

Opzwepend en bevrijdend

Opzwepend en bevrijdend

Het Parool, Boeken, 22 juli 2017 Recensie Marije Langelaar- Vonkt Dieuwertje Mertens Vonkt, de derde bundel, van Marije Langelaar (1978), is sprookjesachtig en overtuigend. Haar gedichten variëren van vervreemdend en onheilspellend tot opzwepend en bevrijdend. De bundel opent met een profetische nachtmerrie: Ik werd wakker […]

Onstilbare kinderwens

Onstilbare kinderwens

Het Parool, Boeken, 15 juli 2017 Recensie Ariel Levy – De regels gelden niet Dieuwertje Mertens Het leven is geen roman, maar je kunt er wel een literair verhaal van maken. Dat doet journaliste Ariel Levy (1974) in haar memoires De regels gelden niet. Ze […]

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Het Parool, Boeken, 1 juli 2017, De Stentor, Boeken, 1 juli 2017

Romandebuut: Lieke Marsman laat zien dat ze meer kan dan dichten

Foto Lenny Oosterwijk
Foto Lenny Oosterwijk


Dichter en filosoof Lieke Marsman toont zich met Het tegenovergestelde van een mens, over een jonge klimaatwetenschapper die worstelt met de liefde, een typische representant van de generatie jonge, veelal vrouwelijke schrijvers.

Dieuwertje Mertens

Ze vormen geen echte groep, behalve dan dat sommige namen altijd in één adem genoemd worden en vrouwelijke auteurs de boventoon voeren in de media. Denk aan: Maartje Wortel, Hanna Bervoets, Niña Weijers, Simone van Saarloos, Nina Polak, Bregje Hofstede, Marjolijn van Heemstra, Wytske Versteeg, etcetera. Ze zijn geboren in de jaren tachtig of begin jaren negentig, wonen in Amsterdam, zijn bevriend, staan op dezelfde festivals of schrijven voor Das Magazin. Wie op zoek gaat naar de gemene deler, zal altijd op genoeg gelijkenissen stuiten.

Je kunt je afvragen of Lieke Marsman (26) haar nadrukkelijk egocentrische romanpersonage Ida niet ironisch heeft bedoeld: ‘Het ding is dat je jezelf niet belangrijker moet maken dan je bent,’ zegt de therapeute tegen Ida. ‘Aan jezelf denken is niet hetzelfde als aan zelfreflectie doen,’ verwijt haar geliefde Robin haar. Ida ziet zichzelf als middelpunt van het heelal, maar weet wel dat dit een illusie is: ‘(..) mensen zijn zelden geneigd om over zichzelf te denken in grijstermen – terwijl we de mensen om ons heen wel voortdurend het taaie grijs van de massa toedichten’.

De roman is een ik-vertelling, een veelgekozen vertelperspectief onder debutanten, blijkt ook uit de bloemlezing Nederlandse Literatuur van de 21e eeuw (2015) waarin Wim Brands een selectie van de nieuwe schrijvers van het nieuwe millennium presenteerde: verreweg de meeste bijdragen zijn geschreven vanuit de eerste persoon.

Door- en doorslecht

Jonge auteurs zouden navelstaarders zijn, zo wil het cliché; twintigers en dertigers zijn nu eenmaal erg begaan met zichzelf en de plek die ze in de wereld (willen) innemen. Zo is ook Marsmans personage, de 29-jarige Ida, zoekende naar wat ze moet met haar leven. De mens is door- en doorslecht, vertelde haar moeder haar op jonge leeftijd. Als ze goed wil zijn, beseft ze, moet ze het tegenovergestelde van een mens zijn. Ida is afgestudeerd klimaatwetenschapper en groot fan van publicist en activist Naomi Klein. Ze is zich buitengewoon bewust van de stempel die de mens op het klimaat drukt. Nadat ze na haar afstuderen een periode verveeld thuis heeft rondgehangen, meldt Ida zich aan voor een project in de Italiaanse Alpen ter voorbereiding van het opblazen van een stuwdam om de natuur weer in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Tijdens haar verblijf wordt ze steeds meer geconfronteerd met de relatie tussen mens en natuur en komt ze erachter dat de mens niet zonder wereld kan, maar de wereld wel zonder mensen.

Op sociale media presenteert Marsman zichzelf als fervent aanhanger van de GroenLinks-beweging en als klimaatactivist. Haar roman blijkt een heerlijk vehikel om allerhande ideeën over onder meer het klimaat te overdenken (het tegengaan van klimaatverandering begint bij het krijgen van minder kinderen, de klimaatverandering is te groot en daardoor te ongrijpbaar om als mens te kunnen bevatten). Ze heeft zich hierbij laten inspireren door een klein leger aan wetenschappers, filosofen en schrijvers, getuige de bronnenlijst achterin het boek.

In een wereld waarin het klimaat op de politieke agenda is gezet, de vrouwenbeweging weer nadrukkelijk haar rol opeist onder een vrouwonvriendelijke president als Trump en de dreiging van terrorisme elke dag voelbaar is, is literair engagement onvermijdelijk, zou je zeggen. Er is genoeg om je over op te winden en een roman wordt per slot van rekening ‘geboren’ in diezelfde wereld.

Piekeraar

Jonge auteurs als Weijers, Van Saarloos en Renske de Greef mengen zich regelmatig in het publieke debat via sociale media of journalistieke kanalen. Ze leveren bijvoorbeeld bijdragen aan de feministische bloemlezing Vrouwen schrijven niet met hun tieten (2016, onder redactie van Wiegertje Postma) en/of reageren op hedendaagse (Amerikaanse) feministische klassiekers als Rebecca Solnit en Chris Kraus. Marsman schreef bijvoorbeeld ter gelegenheid van een bezoek van Kraus aan Spui 25 Dear Chris, A love letter by Lieke Marsman en haalt de feministe ook kort aan in haar roman.

Geslaagde auteurs zijn bereid zich ook in zaken buiten zichzelf te verdiepen. Weijers schreef met De consequenties (2014) een geëngageerde roman over kunstenares Minnie Paris die zichzelf probeert op te heffen middels haar kunst. Eerder dit jaar verscheen De vrouw die van Simone van Saarloos over de maakbaarheid van de mens en Hanna Bervoets laat in al haar romans maatschappelijke betrokkenheid zien, zo ook in het onlangs verschenen Fuzzie, over de artificiële liefde.

Ook Marsman laat zien dat persoonlijke thema’s zich makkelijk laten combineren met geëngageerde thematiek. Ida wordt regelmatig gekweld door een fundamentele eenzaamheid. Ze is een piekeraar die in haar persoonlijke leed aanleiding ziet om de wereld te beschouwen: ‘Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat niemand iets terugzegt. (…) Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in een café op een zuipen zet.’

De verhaallijn, het skelet van de roman, is in wezen heel broos: eenzaam, egocentrisch, zoekend meisje wordt verliefd, maar kan de liefde niet behouden. Maar het verhaal krijgt vlees op de botten door de bespiegelingen van Marsman. De gedachten van Ida bepalen de stijl en vorm. Daar is een hybride roman uit voortgevloeid waarin ook essayachtige stukjes en gedichten een vanzelfsprekende plek hebben.

Lyrische ‘o’

Wanneer Ida op aanraden van haar therapeut nadenkt over haar geaardheid, mondt dat uit in een essay over schaamte en homoseksualiteit. Die schaamte doet overigens bijna ouderwets aan. Zeker nu de lesbische liefde steeds vaker regel dan uitzondering lijkt te zijn in romans van de generatie jonge vrouwelijke schrijvers. Regelmatig worden er lesbische hoofdpersonages opgevoerd zoals in Fuzzie van Bervoets, We zullen niet te pletter slaan van Polak en Hoogvlakte van Naomi Rebecca Boekwijt.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken

Als Ida’s geliefde Robin in een ruzie roept dat ze misschien te verschillend zijn, reflecteert Ida op ‘het verschil’. Dat doet ze in herhalende vorm in zinnen die steeds beginnen met ‘Het verschil’. Afgescheiden door witregels levert dit een prozaïsch opsommend gedicht op. Met dergelijke gedichten, die doen denken aan lijstjes, probeert de protagonist haar gedachten te ordenen.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken. Ze heeft oog voor detail, houdt van verkleinwoorden en het lyrische ‘o(h)’ wordt ook graag ingezet.

Stijl is vaak ondergeschikt in romans van jonge auteurs, het verhaal staat centraal. Er zou meer geëxperimenteerd mogen worden in de romanliteratuur. Zeker als de inhoud niet heel veel om het lijf heeft, kan een verhaal aan spanning winnen bij een interessante compositie en stijl. Als dichter beheerst Marsman de kunst van het weglaten om hier meerduidigheid mee te creëren. Ze is niet bang geweest om voor een experimentele vorm te kiezen. Dat maakt deze roman eigenzinnig en daarmee onderscheidt ze zich van veel generatiegenoten. Marsman bewijst hiermee niet alleen een goede dichter te zijn.

****

FICTIE: Het tegenovergestelde van een mens, Lieke Marsman

 

Activistisch Amerikaans

Activistisch Amerikaans

Het Parool, Boeken, 17 juni 2017 Recensie Mannen leggen me altijd alles uit – Rebecca Solnit Dieuwertje Mertens ‘Zo iemand als Rebecca Solnit hebben wij niet in Nederland’, schrijft Marja Pruis in de inleiding van de vertaalde essaybundel Mannen leggen me altijd alles uit van […]

Poëzie als een eerste lentedag

Poëzie als een eerste lentedag

Het Parool, Boeken, Zaterdag 6 mei 2017 Recensie De boom valt op mij, Ilse Starkenburg Dieuwertje Mertens Je zou bijna vergeten dat er nog iets als een bescheiden, niets-bijzonders, niks-aan-de-hand dagelijks leven bestaat als je er de poëzie van de laatste tijd op naslaat: de […]

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Het Parool, Boeken, zaterdag 22 april 2017

Recensie Fuzzie, Hanna Bervoets

Dieuwertje Mertens

Vier personages met een moeizame verstandhouding met de liefde vinden troost bij hun Fuzzie, een pluizig bolletje dat hen toespreekt. De synopsis van Fuzzie – volgens de achterflap ‘een modern sprookje’ – van Hanna Bervoets (1984) doet een beetje kinderachtig aan, alsof de schrijver van gekkigheid ook niet meer wist wat nu weer te bedenken. Toch vertelt Bervoets een wezenlijk verhaal over de liefde.

Ze staat bekend om haar eigenzinnige verhalen. Of er nu een zwakzinnige fan van Céline Dion (Lieve Céline) of een farmaceutisch middel tegen verliefdheid centraal staat (Efter), je kunt haar niet betichten van voorspelbaar proza en het maatschappelijke engagement is nooit ver te zoeken.

De Fuzzie is een soort kruising tussen de wuppie (het gekleurde pluizige bolletje dat Albert Heijn rond het WK voetbal 2006 uitdeelde) en de zorgrobot die eenzame bejaarden uit hun sociale isolement moet halen.

Op een ochtend ontvangt Maisie een pakketje met daarin het bolletje. Ze houdt het tegen haar wang. “‘Hé, ben je daar eindelijk?’ zegt het dan. (..) ‘Mag ik zeggen dat je mooi bent?'” Ook Maisies ex Florence, ontwerper van gebruiksvoorwerpen; de gepensioneerde Diek, die zijn avonden doorbrengt met internetdaten; en de werkloze Stephan, die een uitgebluste relatie heeft, hebben een Fuzzie.

Het bolletje spreekt hun regelmatig toe, stelt hun vragen, doet suggesties om de dag door te komen en vertelt anekdotes. In interactie met de Fuzzie ontrollen de uiteenlopende karakters zich. Ze zijn allemaal zoekende en ze weten niet waarom affectie zo ingewikkeld is. Ze worden door de Fuzzie aan het denken gezet. De bezitters verkeren in de veronderstelling dat het bolletje van hen houdt en dat het hen begrijpt – een fijne illusie.

De Fuzzie orakelt goed verpakte clichés en gelukskoekjeswijsheden: ‘Wanneer je mist, mis je niet slechts de ander aan haar kant van de wereld, je mist tevens misschien wel vooral de ander uit je herinneringen.’

Bervoets maakt graag gebruik van kitscherige beeldspraak: geliefden zijn wrakhout of drenkeling. Een drenkeling kan van wrakhout een vlot maken. Ze kan de teksten van de Fuzzie zo gelikt opdienen dat het niet moeilijk is te geloven hoezeer het bolletje een aantrekkelijke houvast is voor een verloren ziel.

Een stilistische onhebbelijkheid is het soms overdadige gebruik van verkleinwoorden. Dat geeft een zoetsappig karakter aan een roman over een lief, pluizig bolletje dat troost biedt.

De Fuzzie is een voorgeprogrammeerd voorwerp en blijkt geen oneindige levensduur te hebben, maar dat maakt niet dat de personages zich minder geliefd voelen. Iedereen kan soms troost gebruiken. De Fuzzie kan een oplossing zijn en met de zorgrobot in het achterhoofd is Bervoets roman niet zo’n futuristisch sprookje als het lijkt, maar eerder een goed uitgedacht ontwerp dat alleen nog in productie moet worden genomen.

****

FICTIE Hanna Bervoets, Fuzzie

Recensie Paul Beatty – De verrader

Recensie Paul Beatty – De verrader

Het Parool, zaterdag 25 maart 2017 Angstaanjagend gelijkend portret van onze tijd ***** Dieuwertje Mertens Paul Beatty (1962) won vorig jaar de Man Booker Prize 2016 voor The sellout. Een gewaagde keuze van de jury en niet alleen omdat het de eerste keer was dat […]

Recensie Jamal Ouariachi – Herinneringen in aluminiumfolie

Recensie Jamal Ouariachi – Herinneringen in aluminiumfolie

Het Parool, Boeken, zaterdag 11 maart 2017 De biefstuk van aardige Peter **** Dieuwertje Mertens Waarom is het korte verhaal het ‘zorgenkindje’ van de literatuur? Volgens Jamal Ouariachi (1978) is het de schuld van de schrijver die het genre als slecht betaalde, weinig prestigieuze bijverdienste […]

een gedicht belicht

een gedicht belicht

Voor DBNL schreef ik een stukje over onderstaand gedicht Zeevos van Peter Holvoet-Hanssen

Een gedicht belicht

Over Peter Holvoet-Hanssen, Zeevos

Zeevos

zodra ik op mijn poten stond: met hagel in de kont
zat van kabaal en kunstlicht enkel wolken als kompas
langs kruimels bos in stof en stank alleen bij jou in rust

waar moeten wij nu heen zo moe en altijd opgejaagd
niet onderdanig aan de lijn en daarom nergens thuis
behalve aan het strand: het leeft ons uit – strooi mij in zee
je kan mij altijd opvissen want waterzout onthoudt
je hand zoals zigeunervuur je ogen nooit vergeet

mijn moer de wind zingt gaten in de rotsen blaast ons weg
de zon ziet rood vergroot en strooit geen klatergoud: het hek
is van het wolkendek schat voel de vissen hebben het te warm
dus snij mijn tong in negen stukken doden weten dat
de tijd maar tijdelijk is huilend bij zijn eigen graf

voor vissersharten te klein – kraak de hemel keer het tij

 

© Peter Holvoet-Hanssen, opgedragen aan Noëlla Elpers van Het Kapersnest
Peter Holvoet-Hanssen, ‘Zeevos‘. In: Tiecelijn, jaarboek 2. Jaargang 22. Vzw Tiecelijn-Reynaert / Marcel Ryssen, Sint-Niklaas 2009.

Lees hier mijn analyse.

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017 **** Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil Dieuwertje Mertens In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en […]

Recensie Martijn den Ouden – Een kogelvrije zomer

Recensie Martijn den Ouden – Een kogelvrije zomer

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 11 februari **** Waarover dit gaat is de vraag Dieuwertje Mertens Ook in zijn derde bundel Een kogelvrije zomer laat beeldend kunstenaar en dichter Martijn den Ouden (1983) zien niet bang te zijn er in alle vrijheid op los te […]

Recensie Tonnus Oosterhoff – Ja Nee

Recensie Tonnus Oosterhoff – Ja Nee

Het Parool, Boeken, Zaterdag 25 februari 2017

*****

Dichter van de raadsels en hersenaandoeningen

Dieuwertje Mertens

Een eeneiige tweeling fietst op een natte weg./ De ene broer laveert om de slakken te missen,/ de ander om er zoveel mogelijk te raken./ De twee broers achter elkaar, dat noemen we God,/ naast elkaar Noodlot.

Als er één gedicht is dat de titel Ja Nee van de nieuwe bundel van Tonnus Oosterhoff het meest treft, is het dit titelloze gedicht. Verder moet je het natuurlijk maar uitzoeken.

Het is en blijft Oosterhoff (1953), de dichter van de raadsels, hersenaandoeningen, stemmen en taalspelletjes. Ook in deze bundel hanteert hij deze vertrouwde technieken. In Ja Nee zijn ouderdom, ziekte en dood terugkerende thema’s. Op ironische, maar ook schrijnende wijze laat hij de aftakeling zien: Een gestalte oud is gekomen bij leven in vlokken gebroken/ om in almaar andere truien en jasjes, verfomfaaid, dezelfde/ vragen te beantwoorden.

In de subtiel ontregelde zin zien we al dat de man in milde verwarring verkeert. Hij vraagt zich af wie hij in de spiegel ziet en loopt even later vast in een woordenreeks: Verwantrouwen. Vervragen. Wolkoorden. Varkavan./ Ademsamenhang. We kennen dergelijke talige ontsporingen (afasie) uit Oosterhoffs veelgeprezen bundel Hersenmutor. Even later loopt de dialoog na een hapering min of meer spaak: de oude man kan de ondervrager geen heldere antwoorden meer geven.

De dichter doorziet de taal en weet hoe hij haar moet ombuigen om nog preciezer te formuleren dan wanneer hij binnen de taalconventies zou handelen. Associatie speelt daarin een belangrijke rol, net als het achterwege laten van context.

Het is niet altijd duidelijk wie er aan het woord is in de gedichten. Oosterhoff voert meerdere stemmen op die soms afkomstig zijn van een (fysiek aanwezige) ander, dan weer van de ‘eigenander’, zoals ook in het volgende gedicht, waarin de lezer in het hoofd zit van iemand die worstelt met zijn ziekte en zich ophoudt tussen woede, ironie en waarheidsvinding: ‘Kanker is te genezen, zestig is jong,’ zegt de verteller bitter. En: Een gedempte hoorn waar hard op geblazen wordt geeft een brutale toon/ Gaan begrijpen en woedend zijn samen? Nee. Ja. Nee/ Denken geloven, doorgronden verdwijnen.

Let op het gebruik van leestekens: de ontbrekende komma tussen ‘denken’ en ‘geloven’ geeft aan dat deze twee bij dezelfde fase horen. Hij zoekt afleiding in futiliteiten: ‘Het vinden van een naam voor de kat is een lastig karweitje.’

En hij besluit het gedicht met: De zee van licht tussen kaarsvlam en donker/ Gebruik die goed (…) Daarmee geeft hij de lezer op superieure wijze een angstaanjagend inzicht in de doodsangst van een ander, zoals alleen Tonnus Oosterhoff dat kan.

 

 


Latest post

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017

****

Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil

Dieuwertje Mertens

In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en straatjongen Gaston, ‘Gas’, centraal. Vrije radicalen zijn kleine, ongebonden deeltjes die vrijkomen als afvalstoffen van processen in en buiten het lichaam en die zich makkelijk hechten aan andere stoffen en op die manier schade kunnen toebrengen. De titel is een perfect gekozen metafoor voor de vriendschap tussen Jaime en Gaston.

Dat Trujillo graag ingrediënten uit haar eigen leven gebruikt om haar veelgeprezen romans zoals De terugkeer van Lupe Garcí­a (2011) mee te kleuren, is geen geheim. Ze werd geboren in Montevideo en kwam op zesjarige leeftijd als politiek vluchteling in Nederland terecht. De cultuurverschillen tussen Uruguay en Nederland, zelfdestructie en alcohol- en cocaïnegebruik zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook in Vrije radicalen.

Hoofdpersonage Jaime heeft niets te verliezen: zijn jeugd is getekend door het wrede dictatoriale regime in Uruguay, waaronder hij zijn twee broers verloor bij een actie, zijn vader zich ophing aan de deurkruk van zijn gevangeniscel en zijn moeder zich dagelijks met medicatie drogeerde om het verdriet niet te voelen, tot deze troost haar fataal werd. Jeugdvriend Gas, die hij op de begrafenis van zijn vader ontmoet, is in wezen de enige stabiele factor in zijn leven.

Op zijn achttiende emigreert Jaime naar Amsterdam, waar hij later binnen de grachtengordel een succesvol leven leidt; ‘geslaagd als verslaggever, mislukt als mens’. Zijn bewondering gaat uit naar Gas, die ondertussen als strijder tegen onrecht, dierenleed en milieuvervuiling door het leven gaat. Jaime blijft hem ook vanuit Nederland opzoeken in zijn hut buiten Montevideo om deel te nemen aan acties en er reportages over te schrijven.

Ondanks alle ellende en gruwelijkheden die Jaime in zijn jeugd heeft doorstaan, is zijn verteltoon luchthartig, soms ironisch, maar nergens zwaarmoedig, wat zowel mededogen als bewondering voor het personage oproept. Hij beziet zijn leven met een zekere afstand. Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.

Halverwege het boek denk je: hier laat Trujillo een steek vallen, er is een hap uit het verhaal genomen. Dat blijkt (natuurlijk!) een strategische zet van de schrijver te zijn: Jaime wordt psychotisch en durft zijn huis niet meer uit. Een onbetrouwbare verteller biedt de mogelijkheid om alles op losse schroeven te zetten en een nieuw soort spanning in het verhaal te brengen. Jaime vraagt Gas om hem te komen helpen. Die besluit het bezoekje aan zijn vriend met het nuttige te verenigen en slikt bolletjes, zodat hij in Amsterdam inkomsten kan genereren. Bij Jaime thuis broedt hij tussen het dealen door op allerlei acties, waaronder een aanslag op de Miljonair Fair.

Gedurende de aanloop hiernaartoe verliest het verhaal, tussen waan en werkelijkheid, wat van z’n stuwende kracht: Trujillo heeft de gang naar de afgrond misschien wat te lang opgerekt. Maar de lezer is al verloren. Hij kan niet anders dan meegaan in Jaimes val en, tegen beter weten in, hopen op een zachte landing.

Lees hier een fragment uit Vrije Radicalen.