Search Results: betrokkenheid

Betrokkenheid II

Betrokkenheid II

Met het schrijven van een stukje over de betrokkenheid van mijn nieuwe buren, had ik nog meer betrokkenheid over me afgeroepen. Luttele seconden nadat ik de blog had  gepost, werd er aangebeld. Er stond een verregende vrouw van tegen de tachtig voor de deur: Willeke van…

Betrokkenheid I

Betrokkenheid I

*beeld: Jaycoxfilm, everystockphoto Tot zo’n drie weken geleden moest ik iedere dag door een kleine haag van alcoholisten, dealers, hangjongeren en zwakzinnigen om bij mijn voordeur te komen. Dat klinkt erger dan het was. Meestal groetten ze beleefd en trokken ze gekke bekken naar mijn…

#MeToo dringt door tot in het boek

#MeToo dringt door tot in het boek

INTERNATIONAAL  LITERATUURFESTIVAL  UTRECHT

Schrijven volgens de eisen van deze tijd

In een ideale wereld moet een roman niets. Maar in de uitgeefwereld van nu moet een roman van alles, schrijft Dieuwertje Mertens. Op het Internationaal Literatuur Festival Utrecht staat de roman een avond lang in vele facetten centraal.

‘Schrijf je hierover? Over ons?’ vraagt wereldberoemd, Nobelprijs winnend auteur Ezra aan Alice, zijn jonge minnares; een redacteur met schrijfambities.

‘Nee.’

‘Waar schrijf je dan over?’

‘Andere mensen. Interessantere mensen dan ik. (..) over mezelf schrijven is voor mijn gevoel niet belangrijk genoeg.’

‘In tegenstelling tot wat?’

‘Oorlog. Dictaturen. Wereldse zaken.’

(..)

‘Niet nadenken over of iets van belang is. Van belang wordt iets vanzelf als je het goed genoeg doet (..)’ is Ezra’s devies.

 

Deze scene uit het veelgeprezen debuut Asymmetrie van Lisa Halliday laat het verschil tussen twee generaties schrijvers zien. Ezra, gebaseerd op Philip Roth (1933-2018), met wie Halliday in het echte leven een tijdje een verhouding had, schrijft wat hij wil schrijven. Hij bekommert zich vooral om het hoe. Alice bekommert zich om het wat: is het actueel, is het urgent? En dat is precies waar in het de hedendaagse roman om draait. De grote thema’s van nu zijn migratie, racisme en feminisme.

 

“Vind je dat een roman vandaag de dag geëngageerd moet zijn?”, vroeg ik de Amerikaanse feministische auteur Leni Zumas, van wie in november de vertaling van Red Clocks verschijnt. In deze dystopische roman laat ze zien wat het betekent voor vrouwen als hun onder andere het recht op abortus en ivf-behandelingen wordt ontnomen. “Een roman moét niets”, antwoordde Zumas. “Liever leef ik in een wereld waarin een miljoen verschillende soorten romans worden geschreven en gelezen. Politiek engagement kan veel verschillende gedaanten aannemen. Een roman die zich afspeelt in een appartement buiten Cincinnati kan net zozeer begaan zijn met verontrustende dynamiek aangaande macht, klasse, ras, gender, geweld en kapitalisme – en net zo politiek zijn als een roman zich afspeelt in Bagdad.”

 

Zumas heeft gelijk. In een ideale wereld moét een roman inderdaad niets, maar in de uitgeefwereld moet een roman van alles. En dat ‘van alles’ is in te vullen als: in potentie commercieel succesvol zijn, media-aandacht genereren en aan de eisen van deze tijd voldoen. Die zijn aan verandering onderhevig. In de jaren tachtig riep hoogleraar Nederlands Ton Anbeek vergeefs op tot ‘meer straatrumoer’ in de Nederlandse literatuur, waarin het maatschappelijk leven volgens hem te weinig een rol speelde. In de jaren 2000 kwam het fenomeen ‘literaire thriller’ op onder aanvoering van schrijvers als Nicci French en Saskia Noort en daar konden en kunnen er niet genoeg van geschreven worden. Net zoals van de historische roman (Stefan Hertmans, Éric Vuillard, Hillary Mantel).

‘Waargebeurd’

En met de toenemende macht van de boekhandelaar, moeten romans het afgelopen decennium vooral een ‘haakje’ hebben (een slechte jeugd, een traumatische ervaring, een schokkende bekentenis) zodat de uitgever het aan de boekverkoper en de boekverkoper het aan de lezer kan ‘ophangen’. Het beste haakje is ‘waargebeurd’.  Zoals het haakje bij Halliday haar affaire met Philip Roth was. Maar dat is niet langer genoeg, lijkt de auteur te willen zeggen en daarom gaat haar roman niet alleen over de affaire van Alice en Ezra, maar ook over de Koerdische Amar, die zijn ontvoerde broer in Syrië wil zoeken en eindeloos wordt ondervraagd op het vliegveld in Londen. Daarmee heeft de auteur aan haar plicht voldaan en betrokkenheid getoond bij de wereld waarin ze leeft.

 

Uit de meeste geëngageerde literatuur kan een correcte boodschap gedestilleerd worden. Een goede roman heeft natuurlijk geen opzichtige moraal, maar toont de weldenkende lezer een situatie waarover zij zich kan opwinden: een jong vluchtelingenstel dat nergens welkom is (Mohsin Hamid, Exit West), een Amerika waarin het recht op abortus is komen te vervallen (Red Clocks), of een wereld waarin de segregatie weer wordt ingevoerd (Paul Beatty, De verrader). In het beste geval wordt de lezer geconfronteerd met zijn minimaal of maximaal gepigmenteerde huid, of cis- of transgender identiteit, met alle bijbehorende complexiteit. Het verhaal moet hem op zo’n manier maatschappelijk verontrusten en verwarren dat het een ander perspectief biedt of het (moreel) juiste perspectief (van de lezer) bevestigt.

Niet tegen de borst stuiten

Criticus Persis Bekkering schreef vorig jaar in de Volkskrant hoe ze opgroeide: ‘met de postmoderne idee dat goede kunst los staat van moraal. (..) Een boek kan vlammend geschreven zijn, maar als het vrouwen wegzet als domme sletjes, geef ik geen vijf sterren.’. Dit lijkt een steeds breder gedeeld uitgangspunt. Een roman moet maatschappelijk geëngageerd zijn, maar moreel niet tegen de borst stuiten.

Dat heeft te maken met de opleving van het feminisme na de #MeToo discussie, met het racismedebat en met de politieke roep om inclusiviteit. Het wekt dan ook geen verbazing dat er kort na de dood van Philip Roth, die in 1970 met Mijn leven als man al de woede van de feministen over zich uitriep, opnieuw een discussie oplaaide over de vraag of Roth een vrouwenhater was. Zijn belangrijkste personages zijn dat vaak, maar daaruit mogen geen conclusies over de schrijver zelf worden getrokken. Zijn romans tonen vooral dat hij van een andere generatie was, die zich met andere dingen engageerde. En omdat Roth goed schreef, waren zijn romans vanzelf belangwekkend.

De Avond van de roman, Internationaal Literatuur Festival Utrecht (ILFU) staat in het teken van de kracht van fictie en thema’s als feminisme en racisme in de literatuur met internationale auteurs zoals Lisa Halliday, Éric Vuillard, Alejandro Zambra e.v.a. Vrijdag 21 september, 19.00, Tivoli Vredenburg Utrecht.

 

 

Het stokje van den magiër

Het stokje van den magiër

Het Parool, zaterdag 15 september 2018, Boeken Slauerhoff nog steeds urgent Dieuwertje Mertens Dichter-scheepsarts Jan Slauerhoff (1898-1936) zou vandaag zijn verjaardag gevierd hebben. Nu, 82 jaar na zijn dood, verschenen eveneens de herziene Verzamelde gedichten met nooit eerder verschenen gedichten, bezorgd door Hein Aalders en…

Doorbreek dat witte bastion

Doorbreek dat witte bastion

Het Parool, Zaterdag 3 maart Boeken POËZIE – Spoken word draagt bij aan inclusieve literatuur Dieuwertje Mertens De Nederlandse poëzie is wit en hoogopgeleid. Maar dat kan veranderen. Dichters met andere (culturele) achtergronden vinden hun weg naar de uitgeverij, onder meer via spoken word; voordracht…

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Persoonlijk, maar zonder navelstaren

Het Parool, Boeken, 1 juli 2017, De Stentor, Boeken, 1 juli 2017

Romandebuut: Lieke Marsman laat zien dat ze meer kan dan dichten

Foto Lenny Oosterwijk
Foto Lenny Oosterwijk


Dichter en filosoof Lieke Marsman toont zich met Het tegenovergestelde van een mens, over een jonge klimaatwetenschapper die worstelt met de liefde, een typische representant van de generatie jonge, veelal vrouwelijke schrijvers.

Dieuwertje Mertens

Ze vormen geen echte groep, behalve dan dat sommige namen altijd in één adem genoemd worden en vrouwelijke auteurs de boventoon voeren in de media. Denk aan: Maartje Wortel, Hanna Bervoets, Niña Weijers, Simone van Saarloos, Nina Polak, Bregje Hofstede, Marjolijn van Heemstra, Wytske Versteeg, etcetera. Ze zijn geboren in de jaren tachtig of begin jaren negentig, wonen in Amsterdam, zijn bevriend, staan op dezelfde festivals of schrijven voor Das Magazin. Wie op zoek gaat naar de gemene deler, zal altijd op genoeg gelijkenissen stuiten.

Je kunt je afvragen of Lieke Marsman (26) haar nadrukkelijk egocentrische romanpersonage Ida niet ironisch heeft bedoeld: ‘Het ding is dat je jezelf niet belangrijker moet maken dan je bent,’ zegt de therapeute tegen Ida. ‘Aan jezelf denken is niet hetzelfde als aan zelfreflectie doen,’ verwijt haar geliefde Robin haar. Ida ziet zichzelf als middelpunt van het heelal, maar weet wel dat dit een illusie is: ‘(..) mensen zijn zelden geneigd om over zichzelf te denken in grijstermen – terwijl we de mensen om ons heen wel voortdurend het taaie grijs van de massa toedichten’.

De roman is een ik-vertelling, een veelgekozen vertelperspectief onder debutanten, blijkt ook uit de bloemlezing Nederlandse Literatuur van de 21e eeuw (2015) waarin Wim Brands een selectie van de nieuwe schrijvers van het nieuwe millennium presenteerde: verreweg de meeste bijdragen zijn geschreven vanuit de eerste persoon.

Door- en doorslecht

Jonge auteurs zouden navelstaarders zijn, zo wil het cliché; twintigers en dertigers zijn nu eenmaal erg begaan met zichzelf en de plek die ze in de wereld (willen) innemen. Zo is ook Marsmans personage, de 29-jarige Ida, zoekende naar wat ze moet met haar leven. De mens is door- en doorslecht, vertelde haar moeder haar op jonge leeftijd. Als ze goed wil zijn, beseft ze, moet ze het tegenovergestelde van een mens zijn. Ida is afgestudeerd klimaatwetenschapper en groot fan van publicist en activist Naomi Klein. Ze is zich buitengewoon bewust van de stempel die de mens op het klimaat drukt. Nadat ze na haar afstuderen een periode verveeld thuis heeft rondgehangen, meldt Ida zich aan voor een project in de Italiaanse Alpen ter voorbereiding van het opblazen van een stuwdam om de natuur weer in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Tijdens haar verblijf wordt ze steeds meer geconfronteerd met de relatie tussen mens en natuur en komt ze erachter dat de mens niet zonder wereld kan, maar de wereld wel zonder mensen.

Op sociale media presenteert Marsman zichzelf als fervent aanhanger van de GroenLinks-beweging en als klimaatactivist. Haar roman blijkt een heerlijk vehikel om allerhande ideeën over onder meer het klimaat te overdenken (het tegengaan van klimaatverandering begint bij het krijgen van minder kinderen, de klimaatverandering is te groot en daardoor te ongrijpbaar om als mens te kunnen bevatten). Ze heeft zich hierbij laten inspireren door een klein leger aan wetenschappers, filosofen en schrijvers, getuige de bronnenlijst achterin het boek.

In een wereld waarin het klimaat op de politieke agenda is gezet, de vrouwenbeweging weer nadrukkelijk haar rol opeist onder een vrouwonvriendelijke president als Trump en de dreiging van terrorisme elke dag voelbaar is, is literair engagement onvermijdelijk, zou je zeggen. Er is genoeg om je over op te winden en een roman wordt per slot van rekening ‘geboren’ in diezelfde wereld.

Piekeraar

Jonge auteurs als Weijers, Van Saarloos en Renske de Greef mengen zich regelmatig in het publieke debat via sociale media of journalistieke kanalen. Ze leveren bijvoorbeeld bijdragen aan de feministische bloemlezing Vrouwen schrijven niet met hun tieten (2016, onder redactie van Wiegertje Postma) en/of reageren op hedendaagse (Amerikaanse) feministische klassiekers als Rebecca Solnit en Chris Kraus. Marsman schreef bijvoorbeeld ter gelegenheid van een bezoek van Kraus aan Spui 25 Dear Chris, A love letter by Lieke Marsman en haalt de feministe ook kort aan in haar roman.

Geslaagde auteurs zijn bereid zich ook in zaken buiten zichzelf te verdiepen. Weijers schreef met De consequenties (2014) een geëngageerde roman over kunstenares Minnie Paris die zichzelf probeert op te heffen middels haar kunst. Eerder dit jaar verscheen De vrouw die van Simone van Saarloos over de maakbaarheid van de mens en Hanna Bervoets laat in al haar romans maatschappelijke betrokkenheid zien, zo ook in het onlangs verschenen Fuzzie, over de artificiële liefde.

Ook Marsman laat zien dat persoonlijke thema’s zich makkelijk laten combineren met geëngageerde thematiek. Ida wordt regelmatig gekweld door een fundamentele eenzaamheid. Ze is een piekeraar die in haar persoonlijke leed aanleiding ziet om de wereld te beschouwen: ‘Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat niemand iets terugzegt. (…) Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in een café op een zuipen zet.’

De verhaallijn, het skelet van de roman, is in wezen heel broos: eenzaam, egocentrisch, zoekend meisje wordt verliefd, maar kan de liefde niet behouden. Maar het verhaal krijgt vlees op de botten door de bespiegelingen van Marsman. De gedachten van Ida bepalen de stijl en vorm. Daar is een hybride roman uit voortgevloeid waarin ook essayachtige stukjes en gedichten een vanzelfsprekende plek hebben.

Lyrische ‘o’

Wanneer Ida op aanraden van haar therapeut nadenkt over haar geaardheid, mondt dat uit in een essay over schaamte en homoseksualiteit. Die schaamte doet overigens bijna ouderwets aan. Zeker nu de lesbische liefde steeds vaker regel dan uitzondering lijkt te zijn in romans van de generatie jonge vrouwelijke schrijvers. Regelmatig worden er lesbische hoofdpersonages opgevoerd zoals in Fuzzie van Bervoets, We zullen niet te pletter slaan van Polak en Hoogvlakte van Naomi Rebecca Boekwijt.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken

Als Ida’s geliefde Robin in een ruzie roept dat ze misschien te verschillend zijn, reflecteert Ida op ‘het verschil’. Dat doet ze in herhalende vorm in zinnen die steeds beginnen met ‘Het verschil’. Afgescheiden door witregels levert dit een prozaïsch opsommend gedicht op. Met dergelijke gedichten, die doen denken aan lijstjes, probeert de protagonist haar gedachten te ordenen.

Marsman is, hoe jong ook, al erg stijlvast. Je kunt een tekst van haar hand er zo uitpikken. Ze heeft oog voor detail, houdt van verkleinwoorden en het lyrische ‘o(h)’ wordt ook graag ingezet.

Stijl is vaak ondergeschikt in romans van jonge auteurs, het verhaal staat centraal. Er zou meer geëxperimenteerd mogen worden in de romanliteratuur. Zeker als de inhoud niet heel veel om het lijf heeft, kan een verhaal aan spanning winnen bij een interessante compositie en stijl. Als dichter beheerst Marsman de kunst van het weglaten om hier meerduidigheid mee te creëren. Ze is niet bang geweest om voor een experimentele vorm te kiezen. Dat maakt deze roman eigenzinnig en daarmee onderscheidt ze zich van veel generatiegenoten. Marsman bewijst hiermee niet alleen een goede dichter te zijn.

****

FICTIE: Het tegenovergestelde van een mens, Lieke Marsman