Author: dieuwertjem

Moderne klassiekers: Orlando

Moderne klassiekers: Orlando

Het Parool, zaterdag 27 juli, Boeken Welke moderne klassiekers moet je als literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens maakt een selectie. Deze week Orlando uit 1928 van Virginia Woolf (1882-1941)   Waar gaat de roman over?   ‘Hij- er viel niet te twijfelen aan zijn […]

Moderne klassiekers: Slachthuis vijf

Moderne klassiekers: Slachthuis vijf

Het Parool, zaterdag 21 juli 2019 De klassieker die je gelezen moet hebben: Slachthuis vijf Welke moderne klassiekers moet je als ­literatuurminnend wereldburger gelezen hebben? Dieuwertje Mertens selecteert deze week Slachthuis vijf uit 1969 van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut (1922-2007). Dieuwertje Mertens19 juli 2019, 20:18 […]

Vriendschap, liefde en verzet onder Franco

Vriendschap, liefde en verzet onder Franco

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 6 juli

Romanreeks: De geschiedenis van het Spaanse verzet

Dieuwertje Mertens

De Spaanse schrijver Almudena Grandes werkt aan een zesdelige romanserie over het verzet tegen Franco. Het vierde deel De patiënten van dokter Garcí­a gaat over een netwerk dat nazi’s hielp te ontsnappen.

De Spaanse auteur Almudena Grandes (1960) begon na haar erotische debuutroman Episoden uit het leven van Lulu (1978) aan een omvangrijk project dat met recht haar levenswerk mag worden genoemd : ze wil de geschiedenis van het verzet tegen de rechtse dictator Francisco Franco, die van 1939 tot 1978 aan de macht was, voor de Spanjaarden ontsluiten. De patiënten van dokter Garcí­a is het vierde deel in de serie die uiteindelijk zes boeken zal moeten beslaan.

Ze won voor de roman de Premio Nacional de Narrativa, een van de belangrijke literaire prijzen in Spanje. De twee fictieve helden Guillermo (dokter Garcí­a) en Manuel ontrollen een smokkelnetwerk dat na de Tweede Wereldoorlog nazikopstukken via Spanje naar Argentinië hielp ontsnappen. De organisatie, onder leiding van falangiste Clara Stauffer, heeft echt bestaan.

Grandes, die intussen al in de afrondende fase van deel 5 van de serie is aanbeland, heeft vier jaar over de lijvige roman gedaan. Ze werd even opgehouden, omdat haar man zich verkiesbaar stelde namens de IU (Verenigd links) voor de gemeenteraadsverkiezingen in Madrid in 2015. Hij verloor nipt. Ze was er stuk van. Maar nu staat het er volgens haar goed voor in Spanje, want links is aan de macht; Pedro Sánchez van de PSOE is de minister-president.

Hoe kijken Spanjaarden naar hun politieke verleden? Is het vandaag de dag nog van belang of je familie Francoaanhanger was?

“Nee, helemaal niet. Op dit moment zijn er veel politici die uit families komen die Franco steunden. Je kunt kinderen de zonden van hun ouders niet verwijten.”

Hoe verhoudt uw roman zich tot de werkelijkheid?

“Het is belangrijk om een evenwicht te zoeken tussen de vrijheid die je als auteur nodig hebt en de historische werkelijkheid. Ik sta natuurlijk aan de kant van degenen die verzet hebben gepleegd, maar ik kan de waarheid niet manipuleren om gelijk te krijgen. De deelnemers aan het verzet zijn buiten de officiële geschiedenis gehouden. Tijdens het schrijven ben ik erg angstig geweest om fouten te maken, want dat kan hen beschadigen. Ik voel een grote verantwoordelijkheid. Veel lezers zijn dankbaar dat ik de geschiedenis van Spanje doorgeef. Omdat delen van de geschiedenis zijn verzwegen, gaan romans, films en fictie een rol vervullen die zij eigenlijk niet hebben. Toen ik begon met deze serie, voelde het als een privilege. In Spanje zitten we eigenlijk boven op een goudmijn en er zijn veel verhalen die nog niet zijn verteld.”

Heeft u zich tijdens de research boos gemaakt om wat er boven tafel kwam?

“Dat er in Spanje een netwerk bestond om nazi’s te laten ontsnappen is niet zo bekend. Het werd door Franco ontkend en ook de geallieerden wisten ervan, maar hebben niet erkend dat dit is gebeurd. Spanje is in zekere zin de dupe geworden van de Tweede Wereldoorlog: Franco zorgde in de ogen van de geallieerden in elk geval voor stabiliteit, dus ze wilden niet ingrijpen. Het is een zure en verdrietige geschiedenis die verborgen is gehouden voor de Spanjaarden, zodat zij zich niet slecht zouden voelen.”

Een van de opmerkelijkste verhalen in de roman is dat van Clara Stauffer. Zij werd in 1904 geboren als dochter van welvarende Duitse ouders en groeide op in Madrid. Samen met haar vriendinnen uit de hogere klasse in Madrid richtte Clara in 1933 de vrouwenafdeling van de Falange op; de Spaanse fascistische partij. Als Hitler aan de macht komt, onderhoudt ze nauwe contacten met de nazi’s. Na de Tweede Wereldoorlog zet ze een netwerk op dat duizend oorlogsmisdadigers helpt ontsnappen naar Spanje.

Wat vond u zo fascinerend aan Clara Stauffer?

“Zij is een uitzonderlijke vrouw. Ze heeft zich met zoveel toewijding en liefde ingezet voor de slechte zaak, dat ik vaak denk dat als zij zich voor de goede zaak had ingezet, zij dan een heldin zou zijn geweest. Ze was erg rijk en heeft al haar vermogen uitgegeven aan dat netwerk. Clara had kasten vol met kleding en schoenen om de gevluchte nazi’s te kleden. Ze zorgde voor deze mannen, regelde dat ze de goede papieren zouden krijgen en overlaadde hen met een moederlijke liefde. Ze heeft overal succes in gekend, behalve in de liefde. Eigenlijk zijn wij het meest bang voor mensen die goede eigenschappen hebben en die toch slecht zijn. Toch ben ik haar niet gaan haten tijden het schrijven.”

‘In alle relaties speelt macht een rol. Degene die het meeste liefheeft, heeft het minste macht’

Zou Clara voor de liefde bereid zijn geweest om naar links te bewegen?

“Nee, nee, nee. Clara was heel modern. Samen met haar vriendinnen maakte ze deel uit van de high society van Spanje en ze viel voor het fascisme. Ze heeft politiek bedreven vanuit haar eigen overtuigingen. In elke politieke beweging kunnen monsters opstaan, maar ik geloof in de morele superioriteit van links, omdat het in de basis uitgaat van gelijkheid.”

Maar dan hebben we ook nog andere personages: verzetsheld Guillermo en falangiste Amparo die aan de uitersten van het politieke spectrum staan. Is liefde tussen links en rechts mogelijk?

“Hun relatie had veel te maken met de Spaanse Burgeroorlog. Op 18 juli 1936 pleegde een groep legerofficieren een staatsgreep om de republikeinse regering af te zetten. In de zomer is het in Madrid heel warm en dan gaan alle rijke gezinnen naar buiten de stad. Ik denk altijd dat dat ook een belangrijke reden is dat de staatsgreep toen plaatsvond, dat de coupplegers dachten: dan zijn onze families in elk geval veilig. Amparo zat op dat moment opgesloten in een stad in oorlog en Guillermo hielp haar uit medelijden. Hun relatie is een beetje pervers en vooral gebaseerd op seks.”

Alles gaat over seks, behalve seks, seks gaat over macht.

Lacht: “Dat is een interessante uitspraak. Ik denk eigenlijk dat in alle relaties de machtsfactor meespeelt. Degene die het meeste liefheeft, heeft het minste macht.”

De relatie tussen Guillermo en Amparo is ook een metafoor voor wat er in Spanje gebeurde.

“Tot op zekere hoogte is dat zo. Rechts dacht dat Spanje van hen was: dat zij alles konden doen. Links geloofde in de verkiezingen. Toen links aan de macht was, greep rechts in. Dat geldt in zekere zin ook voor Guillermo en Amparo: zij liet zich beschermen en redden door Guillermo. Op het moment dat rechts aan de macht kwam, pakte ze haar spullen en vertrok met hun kind.”

De vriendschap tussen Guillermo en Manuel is uiteindelijk de drijvende kracht van de roman.

“Vriendschap is een meer constante factor dan liefde – die komt en gaat. Tijdens mijn research is naar voren gekomen dat vriendschap in het verzet een van de belangrijke factoren was. Bovendien drijft de vriendschap tot actie in de roman. Ik vertel een verhaal graag van onderaf: wat drijft gewone mensen ertoe om grootse dingen te doen? Vriendschap en dankbaarheid.”

VEELGEPREZEN AUTEUR

Almudena Grandes (1960, Madrid) studeerde geografie en geschiedenis aan de Universiteit van Madrid. Grandes is een van Spanjes meest geprezen en bestverkopende literaire auteurs. Andere titels van haar hand over het Francotijdperk zijn Het ijzige hart (2007), De vijand van mijn vader (2012) en De drie bruiloften van Manolita (2014).

 

 

‘Poëzie vond mij toen ik veertien was’

‘Poëzie vond mij toen ik veertien was’

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 15 juni 2019 Bijtend pamflet: Koleka Putuma put kracht uit openheid De Zuid-Afrikaanse performer, dichter en theatermaker Koleka Putuma maakt furore met haar activistische gedichten. Haar bundel Collective Amnesia sloeg internationaal in als een bom. Door Dieuwertje Mertens ‘Als je […]

Opgeheven vingertje

Opgeheven vingertje

Het Parool, PS Kunst en Media, 10 mei 2019 Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja schreef in opdracht van het Scheepvaartmuseum een gedicht voor de tentoonstelling Republiek aan Zee, die vandaag opent. Dieuwertje Mertens volgde het proces. VRIJDAG 1 MAART “Kijk, ik heb speciaal een schipperstrui […]

Familie als de basis van alles

Familie als de basis van alles

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, zaterdag 20 april

Huidskleur bepaalt hoe je wordt bejegend

Dieuwertje Mertens

Gebroken wit is de nieuwe roman van P.C. Hooft-prijs-winnaar Astrid H. Roemer. Hoofdmetafoor in het verhaal van de Surinaamse familie Vanta is het licht. ,,We zijn allemaal producten van het zonnestelsel.’’

In haar nieuwe roman Gebroken wit schrijft Astrid H. Roemer (Paramaribo, 1947) over de Surinaamse familie Vanta. De kleinkinderen van oma Bee worden in het licht van haar aanstaande dood geconfronteerd met een zoektocht naar hun eigen plek in de familie en in de wereld. De geschiedenis van Suriname, afkomst, huidskleur en geslacht spelen daarbij een belangrijke rol.

Roemer schreef de roman in Gent, waar ze terechtkwam nadat ze een tijd was ‘verdwenen’ tot ze in 2016 de P.C. Hooft-prijs voor haar oeuvre ontving. Het interview vindt plaats in haar luxe, maar bescheiden woning in het centrum. Er staan niet veel persoonlijke bezittingen. Wel: hoog opgestapelde kratten met flessen bronwater, een hometrainer, een paar boeken van eigen hand en kattenspullen: een bak met brokjes, een mand, een kalender met een foto van haar dode kat, daaronder de tekst: ‘Ik hou van jou Steffi’. De schrijver reisde vijftien jaar ‘noodgedwongen’ de wereld rond met een laptop en een rugzak, moederziel alleen, maar mét Steffi, en woonde drie jaar in een dorp van vijf mensen in Schotland.

Roemer was vertrokken uit haar huis in Den Haag, ze werd er op allerhande manieren lastiggevallen: de auto van haar partner werd regelmatig weggehaald, er werd ingebroken in haar kluis, spullen verdwenen, ze kreeg berichten van mensen die beweerden haar te hebben ontmoet op plaatsen waar ze nooit was. De politie ondernam niets, zegt ze. ,,Mijn huis was een onveilige plek geworden. Ik ben nogal een huismus, maar tegen mijn natuur in ging ik weg.”

Wordt u nu niet meer lastiggevallen?

,,Ik heb mijn leven zo ingericht dat ik er zo min mogelijk last van kan hebben. Ik laat mijn boodschappen aan huis bezorgen en ik ga niet alleen de straat op.”

U heeft de kleur ‘gebroken wit’ erg willen benadrukken. Het komt in allerhande vormen terug: de maiskoekjes van oma Bee, de winterjas van personage Heli, het zonlicht, de huid van Bee en kleindochter Imker zijn gebroken wit.

,,We zijn allemaal producten van het zonnestelsel. Als je tegenstand tegenkomt, kun je breken. In psychotherapeutische setting wordt een persoon die is gebroken altijd teruggebracht naar de familie. In therapie worden de familieverhoudingen geanalyseerd; daar ligt de basis van alles.”

Hoe komt het dat de gezinsleden Vanta elkaar nauwelijks lijken te kennen?

,,Ik houd ontzettend van de ‘fenomenologie van Husserl’; er zijn gebieden die compleet onbekend zijn en blijven. Je kunt naast elkaar leven en bijvoorbeeld niet weten dat iemand van schaken houdt. Tegelijkertijd is wat familieleden met elkaar delen voor een buitenstaander niet te kennen.”

De vrouwen in uw roman zijn allemaal krachtige, zelfstandige wezens. Neem moeder Louise: ze werkt in het onderwijs, voedt daarnaast alleen vier kinderen op. Tegelijkertijd is ze weerloos tegenover mannen en hun seksuele en fysieke kracht, die in de roman ook tot verkrachting leidt. Hoe verklaart u die paradoxale verstandhouding?

,,De geslachtsdaad is het meest wezenlijke contact tussen man en vrouw. De kern van de #MeToo-discussie is: hoe kwetsbaar ben je als meisje? Maar mannen zijn ook kwetsbaar, onder meer door de intensiteit van hun geslachtsdrift. Soms is een man niet opgewassen tegen zijn eigen lust, ook al ziet hij dat een vrouw niet wil. Het vrouwelijk lichaam reageert op een manier dat hij denkt dat zij toegankelijk is. Vrouwen zijn speciale wezens: ze zijn zo mooi en teder. Een man is zich altijd bewust van het gegeven dat hij uit een vrouw gevallen is en zoekt wanhopig naar die tederheid die alleen vrouwen bezitten.”

Grootvader en grootmoeder Vanta hebben Franse en Britse voorouders. Als hun dochter Ethel wordt geboren, is het een schok dat ze gitzwart is. U schrijft: ‘De verloskundige die al de bevallingen had geleid, noemde de baby ‘een pareltje, dat van heel diep was opgedoken uit het bloedverwantschapsnetwerk van zo verschillende personen’. Ze wordt weggegeven aan een Duits gezin, omdat ze binnen de familie geen kans heeft op een goed bestaan. Waar komt het racisme binnen de familie vandaan?

,,Binnen de familie bepaalt je huidskleur wat je krijgt en hoe je door anderen wordt bejegend. Over het algemeen genomen bestaat bij het maken van een stamboom de neiging om de kleur van de gezinsleden bij te stellen naar gebroken wit om het evenwicht te herstellen. Tegelijkertijd geldt: hoe lichter de teint, hoe groter de kans dat je door Afrikaanse Surinamers wordt aangesproken op het slavernijverleden en verantwoordelijk wordt gehouden voor het gedrag van verre voorouders.”

Wat vindt u in dit kader van White Innocence van Gloria Wekker?

,,Gloria Wekker is mijn goede vriendin, maar bij haar standpunt dat mensen verantwoordelijk zijn voor de geschiedenis van hun voorouders, scheiden zich onze wegen. Veel zaken die door Surinamers als ‘racistisch’ worden geïnterpreteerd, zijn niet etnocentrisch, maar eerder een kwestie van een andere geschiedenis, een andere achtergrond. Europa had de Tweede Wereldoorlog.”

De media hebben u een bepaalde identiteit toegedicht, namelijk die van ‘zwarte, lesbische en feministische auteur’. Wat vindt u daarvan?

,,Ik wil niet dat individuen of maatschappelijke groeperingen zich met mij identificeren. Ik ben geen politicus. In het verleden ben ik kort actief geweest voor GroenLinks, maar die rol paste mij niet. Ik wil geen partijpolitiek bedrijven en ik ben niet lesbisch. Ik ben auteur, dat is wat ik ben.”

 

Het spektakel van een archiefkast

Het spektakel van een archiefkast

Het Parool, Boeken, 30 maart 2019 Een hand die verzamelt en classificeert Door Dieuwertje Mertens ‘Een archief kan niet zonder archivaris, een hand die verzamelt en classificeert,’ is één van de motto’s van het eerste deel van Archief van verloren kinderen van Valeria Luiselli. In […]

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Feminisme: Weinig eigentijdse voorbeelden in nieuwe leeslijst

Het Parool, Boeken, zaterdag 23 maart 2019 Romans die je als moderne feminist gelezen móet hebben Door Dieuwertje Mertens ‘Hoe te leven? Hoe te worden wie je bent? Simone de Beauvoir ging ons voor, in ieder geval mij,’ schrijft criticus en schrijver Marja Pruis. Een […]

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

‘Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen’

Het Parool,  PS Kunst en Media, vrijdag 16 maart 2019

Manon Uphoff schrijft openhartig over misbruik

Manon Uphoff, maart 2018, foto: Nanda Hagenaars

De vormenrijkdom van een traumatische jeugd

Dieuwertje Mertens

In de roman Vallen is als Vliegen beschrijft Manon Uphoff haar jeugd; een labyrintische wereld waarvan misbruik en geweld vaste onderdelen waren, gistend onder het bestaan van alledag.

“Als je in je eigen biografie en je eigen geschiedenis gaat poeren heb je je literaire waarde als schrijver wel een beetje verspeeld vreesde ik. Maar ik dacht: als ik mezelf in de ogen wil blijven kijken moet ik eerlijk zijn en proberen op te schrijven hoe mijn jeugd was met inzet van al mijn taalvermogens.” Zo sprak Manon Uphoff (1962) zichzelf toe na de dood van zus Henne Vuur (niet haar echte naam).

In 2015 valt de uitgehongerde Henne Vuur van de trap. Ze weigert zich te laten meenemen door het ambulancepersoneel. Uphoff schrijft: ‘Tot op de dag van vandaag weet ik niet of Hennes levenseinde haar capitulatie of wraak was.’

Waarom vormde de dood van uw zus de ­aanleiding dit verhaal op te schrijven?
“Ik had haar al uit mijn bestaan gedrukt ik dacht zelfs amper aan haar. We wisten: ze eet niet. Het laatste wat ik tegen haar heb gezegd tijdens het jaarlijkse familie-uitje was: ‘Je weet wat er gebeurt hè als je niet eet?’ Het volgende moment dat ik over haar hoorde was ze dood. Toen ben ik gedwongen door haar val gaan ­nadenken over hoe dit kon. Waar is dat gebeurd dat ik haar uit mijn leven heb gebroken als een dorre tak? Ik kan er ter verdediging bij zeggen dat mijn zus zeer ontoegankelijk was. Een goede vergelijking is misschien alsof je met elkaar in een kamp hebt gezeten en dat je daarna doet alsof je elkaar niet kent want je wílde dat kamp niet. Na haar dood schrok ik ontzettend van mezelf: eerst van die enorme koelte en daarna van een tsunami van verdriet. Ik dacht: waarom raakt de dood van mijn zus me zo? We wisten toch dat dit zou gebeuren?”

De schrijfster groeide op in de Utrechtse wijk Lombok in een groot gezin. Haar familie speelde al eerder een hoofdrol in de grimmige autobiografische roman Koudvuur, waarin de impact van de dood van het zesjarige broertje op de gezinsleden centraal staat. In Koudvuur schrijft Uphoff behoedzaam om het misbruik heen. In Vallen is als vliegen ontziet ze niets of niemand en beschrijft ze de nachtelijke bezoekjes van haar vader in zowel zakelijke bewoordingen als een fabelachtige nachtmerrie: ‘Dit konijnenhol van Escher waarbinnen (…) onze lichamen werden verenigd met de Minotaurus, in elkaar gedrukt en uit elkaar getrokken tijdens de sterrenfonkeldans van zenuwcellen (…)’

De Minotaurus, met zijn stierenkop en mensenlichaam, is een opvallende metafoor. Het is wel een monsterachtig wezen, maar het is juist het lichaam dat zo wreed is geweest.
“Die keuze is puur intuïtief. Ik teken al van kinds af aan menselijke wezens met dierenkoppen. Ik heb de Minotaurus waarschijnlijk als jong kind gezien in de kunstboeken van mijn vader. Mijn vader zal absoluut zijn eigen demonen hebben gehad. Ik vind het voor daders heel deerniswekkend dat ze hun lichaam moeten inzetten om de driften emoties en de onopgeloste pijnpunten van hun bestaan op te lossen. Maar voordat het gesprek alleen over misbruik gaat: het gaat eigenlijk om het idee dat je een ander wezen kunt bezitten kunt bezetten. Dat dit niet meer is dan het terrein waarop je alles wat er met jou aan de hand is kunt laten afspelen.”

U beschrijft ook dat uw vader, die u voedde met kunst, literatuur en sprookjes, u de gave om te fabuleren heeft gegeven.
“Ik groeide op in een wereld die ik niet prettig vond maar wel fascinerend. Die wereld is onderdeel van mijn schrijverschap. Toen ik over mijn jeugd begon te schrijven dacht ik: als ik maar niet in van die platte begrippen moet gaan praten als ‘verwerken’ ‘dader’ en ‘slachtoffer’. Alsof je een doosje hebt waar geen echt gereedschap in zit maar een plastic hamertje en kunststof spijkers. Ik wil kunnen vertellen over fantastische – niet in de zin van prettige – nachtmerries met een beeldenrijkdom alsof je in het werk van Goya of Jeroen Bosch terecht bent gekomen. Het is geen plezierige plek maar in ­ieder geval vormenrijk. En van die vormenrijkdom ben ik gaan houden. Dat is mijn gereedschap daar kan ik mee bouwen.”Het was zeer bevrijdend om met mijn zussen zonder censuur te praten over wat ons is overkomen

Ik herken in uw roman opvattingen uit uiteenlopende kampen in het #MeToo-debat: zowel een afkeer van het slachtofferschap als een noodzaak om misbruik bespreekbaar te maken.
“Ik was halverwege de roman toen #MeToo in de media kwam. Fuck wat moest ik nou? Ik heb gevochten als een leeuw om dit pokkeverhaal niet te vertellen. Ik wil hier zo graag niet bij horen. Straks is alles waarvoor ik heb gewerkt ­kapot en word ik gereduceerd tot dit verhaal. Ik heb me in beginsel in het kamp van de oudere ­liberale Franse feministen willen verschuilen mogelijk omdat het me veiliger leek. Maar ik voel dat ik dit verhaal moet uitdragen to own the story. #MeToo zou geen discussie maar een gesprek over seksualiteit moeten zijn waar mannen ook aan deelnemen. Hoe leuk is het voor mannen om seks te hebben en niet te ­weten of ze zelf begeerd worden?”

U beschrijft ook een andere kant van misbruik, waar niet vaak over wordt gesproken. Uw zus Toddie krijgt een relatie met een opvliegende, niet al te intelligente man, die later veroordeeld wordt tot tbs voor het verkrachten en vermoorden van een negenjarig meisje. U beschrijft hoe Toddie deze man uitlokt en treitert, terwijl ze weet dat het haar klappen zal opleveren. Hoe duidt u haar gedrag?
“Het is trots een gebalde vuist. Ze zegt daarmee: ik buig niet. Ze heeft het satanische ­genoegen dat hij zijn zelfbeheersing verliest omdat hij haar talig niet aankan.”

Is het ook troostrijk dat u en uw zussen van ­elkaar begrijpen wat jullie hebben door­gemaakt?
“We spraken er vroeger niet over maar sinds kort wel en dat heeft me erg geholpen. Voor een buitenstaander klinkt het onwaarschijnlijk maar we hebben vreselijk met elkaar gelachen. Het was ongelooflijk bevrijdend om met hen zonder enige censuur of terughoudendheid te praten over wat ons is overkomen. Het was ‘hysterisch’. We hebben allemaal ons vocabulaire teruggekregen; een soort eruptie van ­mógen spreken.”

Waar was u geweest zonder uw pen?
“Daar kun je allemaal rampzalige scenario’s bij bedenken: dood verslaafd aan de alcohol drugs in de prostitutie. Als ik die pen niet had gehad had ik waarschijnlijk mijn leven lang die innerlijke monoloog gehouden waar ik misschien wel knettergek van was geworden. Ik moet er niet aan denken dat ik in mezelf opgesloten had gezeten.”

 

Woorden als diva’s op de bühne

Woorden als diva’s op de bühne

Het Parool, Boeken, zaterdag 2 februari 2019 Tom Lanoye: Dichter is weer even terug Door Dieuwertje Mertens Tijdens een interview vertelde dichter en (theater)schrijver Tom Lanoye me eens dat hij zich meer romancier voelt dan dichter. Hij bracht de laatste jaren ook meer romans (en […]

De magie van een gedicht

De magie van een gedicht

Het Parool, PS Kunst en media, donderdag 31 januari 2019 Poëzieweek: Spoken word en poetry slam groeien naar elkaar toe Dieuwertje Mertens Tijdens de Poëzieweek wordt de Nederlandse poëzie gepromoot met activiteiten door het hele land. Om de verkoop van dichtbundels te stimuleren is er […]

Van Afrika en voor Afrika

Van Afrika en voor Afrika

Het Parool, Boeken, 12 januari 2019

Winternachten: Literatuur vanuit Oegandese orale traditie

Jennifer Nansubuga Makumbi is komende week te gast op het Haagse literatuurfestival Winternachten Writers Unlimited. Een gesprek over Afrikaanse literatuur. ‘Afrikaanse auteurs schrijven vaak voor de witte markt.’

Door Dieuwertje Mertens

‘For God’s sake, als een Afrikaanse schrijver een roman schrijft, mag je toch hopen dat die Afrikaans is,” roept Jennifer Nansubuga Makumbi in haar werkkamer in Manchester, waar ze nu achttien jaar woont en werkt. Kintu (2014), de debuutroman van de Oegandese, werd door Britse uitgevers geweigerd, omdat die ‘te Afrikaans’ was. De roman won de Afrikaanse Kwani Manuscript Project en werd een groot succes. The Sunday Times riep het uit tot een van de beste boeken van 2018. Er zijn plannen voor een Nederlandse vertaling. Voor haar tweede roman, The first woman, die later dit jaar verschijnt, vond ze wel een Britse uitgever.

In Ted Talk The danger of a single story vertelt de Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie hoe vreemd het is dat ze opgroeide in Nigeria, maar alleen Britse en Amerikaanse kinderboeken las over witte kinderen met blauwe ogen die altijd over het weer spraken. Wat waren uw eerste herinneringen aan lezen in Oeganda?

“Net zoals Adichie groeide ik op als een kind van een generatie ouders uit de middenklasse die vooral naar het Westen keek als het ging om taalgebruik, literatuur, alles. Ik las sprookjes van De gebroeders Grimm, De vijf en de kostschoolverhalen van Enid Blyton, dat soort boeken. Maar in tegenstelling tot Adichie groeide ik op met een grootvader die ook veel te zeggen had over mijn opvoeding. Als ik tijdens de vakantie bij hem ging logeren en mijn vader gaf weer stapels kinderboeken mee, dan schoof mijn grootvader die terzijde. Hij vertelde me verhalen over Oeganda, over de erfgenamen, over de luipaarden, de leeuwen, maar ook verhalen over knappe jonge meisjes die met knappe jonge mannen trouwden. Ik had toegang tot de orale traditie van Oeganda.”

Wat mij opvalt is dat de meeste romans die de westerse boekhandels bereiken over migratie en remigratie gaan. Denk aan Wole Soyinka, Buchi Emecheta, Adichie.

“Uitgevers willen verhalen over migratie. De reden is, denk ik, dat het nu zo’n groot thema is in Europa. In Afrikaanse literatuur is het een relatief nieuw fenomeen. Daarnaast schrijven Afrikaanse auteurs vaak voor de ‘witte markt’; daar zit het geld. Ik wilde een boek schrijven voor de Oegandezen. Ik weet dat ze niet veel geld aan boeken uitgeven, maar ik wilde een verhaal schrijven over Kampala; over de mensen, de sloppenwijken en de verschillende buurten. Westerse literatuur vindt haar wortels bij Dante en Shakespeare. Mijn literatuur kent een andere traditie, een orale traditie.”

Voor Kintu heeft u rijkelijk uit die orale traditie van Oeganda geput. Hoe belangrijk is het waarheidsgehalte van deze geschiedenis?

“Op school leerde ik dat geschiedenis uit harde feiten bestaat. Dat is onzin. Geschiedenis is subjectief: het maakt een groot verschil wie wanneer en met welke belangen een verhaal vertelt. In Engeland geloven mensen meer in de verhalen van Shakespeare dan in de harde feiten. Omdat hij de personages tot leven brengt en ze op die manier dichtbij komen. Dat heb ik ook geprobeerd te doen. Ik ben daarbij zo dicht mogelijk bij de geschiedenis gebleven. En ja, ik heb delen, zoals het kolonialisme en de dictatuur van Idi Amin, grotendeels buiten beschouwing gelaten. Daar is al zoveel over verteld.”

Waarom is ‘waanzin’ het leidende thema van uw geschiedenis geworden?

“Toen ik opgroeide waren er oorlogen; er gebeurden verschrikkelijke dingen. Voor mij was dat gewoon onderdeel van het leven. Maar toen ik hier in het Westen kwam, zag ik het eenzijdige beeld dat de media gaven van Afrika: een bevolking die passief zat te wachten tot het Westen te hulp zou schieten. Ik dacht: welk Oeganda is dat? Tegelijkertijd zocht ik naar een manier om om te gaan met mijn vaders waanzin. Nadat hij een tijd vast had gezeten onder Idi Amin werd hij gek. Wat voor ziekte? Ik weet het niet. Misschien was hij schizofreen, in Afrika noemen we het gewoon ‘waanzin’. Ik was altijd bang dat dit in de familie werd doorgeven. Waanzin speelt op drie niveaus een rol in Kintu: de waanzin die rondgaat in families, de nationale waanzin die tot oorlogen leidt en de raciale waanzin die het Westen Afrika toedicht: zwartheid is slecht.”

Mannen spelen de hoofdrol in Kintu. Maar u had eigenlijk het voornemen een feministische roman schrijven.

“Feminisme stuit op veel weerstand in Oeganda. Daarom wilde ik eerst de masculiniteit van de Oegandese samenleving ontmantelen. Ik dacht: laat ik daar beginnen en tonen hoe mannen de druk voelen zich voor te doen als fysiek sterk met een mateloos libido.” Gromt. “Ik denk dat ze net zo lief in de keuken staan om een geweldig maal te bereiden, maar masculiniteit zit dat in de weg. Als het gewicht van masculiniteit afneemt, is er ruimte voor feminisme. Mijn tweede roman is feministisch.”

Toch was ik verrast over ruimdenkendheid van Kintu en zijn volk in de achttiende eeuw. Neem bijvoorbeeld het verhaal over Ssentalo, wiens homoseksuele activiteiten werden uitgelegd als toppunt van mannelijkheid: deze man is zo mannelijk dat vrouwen niet genoeg zijn om hem te bevredigen. Hoe komt het dat homoseksualiteit vandaag de dag zo’n groot taboe is in Oeganda?

“In het verleden waren mensen zichzelf. Niemand hield zich bezig met seksualiteit, want we wisten toch al dat we anders waren. Toen de missionarissen arriveerden, gruwelden zij van de vrije seksuele moraal. Een van de koningen was homoseksueel; hij werd van de troon verwijderd. Met het verstrijken van de tijd nam de schaamte van de Oegandezen toe samen met het nationale geheugenverlies: we zijn vergeten wie we waren. In Kintu oordeel ik niet, ik laat gewoon zien hoe het was. Nu de Oegandezen dit hebben gelezen, zijn ze stil en geschokt. Soms komt er iemand naar me toe, die zegt: ‘Je verhaal klopt, maar waarom graaf je het verleden op? We hebben ons ontwikkeld, we zijn niet meer zo.’ Door Kintu beginnen de Oegandezen zich weer dingen te herinneren.”

Wat is het grootste verschil in hoe Oegandese en Britse lezers reageren op Kintu?

“Oegandezen zijn opgewonden: ‘O mijn God, dit boek gaat over ons. Ik ken deze plekken, deze verhalen.’ Westerse lezers zijn meer gefocust op zaken rondom erfelijkheid, zoals: hoe geestelijke gezondheidsproblemen in families worden overgedragen, hoeveel tweelingen er in families voorkomen. Kortom: onderdelen van de Oegandese cultuur die nieuw zijn voor hen.”

IN TEKEN VAN DE TOEKOMST

De 24ste editie van festival Winternachten Writers Unlimited (donderdag 17 tot en met zondag 20 januari in Den Haag) staat met het motto Who wants to live forever in het teken van de toekomst. Het festival verwelkomt ruim 90 schrijvers, dichters, denkers en musici, voor meer informatie zie www.writersunlimited.nl.