Dieuwertje Mertens journalist- redacteur- docent

Recent Posts

Poëzie als een eerste lentedag

Poëzie als een eerste lentedag

Het Parool, Boeken, Zaterdag 6 mei 2017 Recensie De boom valt op mij, Ilse Starkenburg Dieuwertje Mertens Je zou bijna vergeten dat er nog iets als een bescheiden, niets-bijzonders, niks-aan-de-hand dagelijks leven bestaat als je er de poëzie van de laatste tijd op naslaat: de […]

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Orakelend pluizig bolletje troost verloren zielen

Het Parool, Boeken, zaterdag 22 april 2017 Recensie Fuzzie, Hanna Bervoets Dieuwertje Mertens Vier personages met een moeizame verstandhouding met de liefde vinden troost bij hun Fuzzie, een pluizig bolletje dat hen toespreekt. De synopsis van Fuzzie – volgens de achterflap ‘een modern sprookje’ – […]

Recensie Paul Beatty – De verrader

Recensie Paul Beatty – De verrader

Het Parool, zaterdag 25 maart 2017

Angstaanjagend gelijkend portret van onze tijd

Paul Beatty at Foyles, Charing Cross in London on Oct 28, 2016, bron: wikipedia
Paul Beatty at Foyles, Charing Cross in London on Oct 28, 2016, bron: wikipedia

*****

Dieuwertje Mertens

Paul Beatty (1962) won vorig jaar de Man Booker Prize 2016 voor The sellout. Een gewaagde keuze van de jury en niet alleen omdat het de eerste keer was dat een Amerikaan de prestigieuze Engelse literatuurprijs won, maar ook vanwege de snoeiharde toon in deze satirische roman over vooroordelen en rassendiscriminatie. Beatty levert kritiek op conservatief, progressief, wit én zwart Amerika. Deze week verschijnt de fantastische vertaling De verrader.

Alle lof voor de vertalers, Gerda Baardman en Bart Gravendaal. Niet alleen de scherpe ironische, taaldronken zinnen, maar ook de ongemakkelijke politieke en culturele referenties moeten hen voor de nodige dilemma’s hebben gesteld: moet het veel gebezigde ‘nigger’ bijvoorbeeld worden vertaald als ‘neger’ en heeft het woord dan dezelfde lading? Alle goedbedoelde politiek-correcte pogingen in het onderwijs ten spijt is het beter je kinderen te leren hoe het is, vindt de verteller, Me genaamd: ‘Niemand zal hen ooit aanduiden als ‘kleine zwarte eufemismen’, dus welkom in het Amerikaanse lexicon – Nigger!’

We treffen Me, een hoogopgeleide zwarte boer uit het Californische stadje Dickens, als hij voor het Hooggerechtshof staat. Hij moet zich verantwoorden voor zijn poging slavernij en segregatie in Dickens terug te brengen ten behoeve van de gemeenschapszin. Zijn huisslaaf Hominy, een ex-kindsterretje uit de populaire serie De boefjes, heeft zich om sadomasochistische redenen aan hem opgedrongen. De racistische sticker ‘Zitplaatsen voor ouderen, gehandicapten en blanken’ in de stadsbus van Me’s jeugdliefde, buschauffeur Marpessa, maakte van de bus de veiligste plek van de stad: er worden geen meldingen van incidenten meer gedaan. Voldoende motivatie voor hem om te geloven dat de vroegere verhou-dingen zo slecht nog niet waren.

Me is totaal verknipt door zijn opvoeding. Zijn vader, die zonder aanleiding is doodgeschoten door de politie, probeerde hem via thuisscholing een waarachtig ‘zwarte’ opvoeding te geven. Hij was ook een sociaal wetenschapper die allerhande experimenten op zijn zoon Me uitvoerde.

Dit levert ironische en zwart-komische passages op als: ‘In Poppenlandschap i zag je Ken en Malibu Barbie, in bij elkaar passende zwemkleding en toepasselijk uitgerust met snorkel en duikbril, chillen bij het Droomhuiszwembad. In Poppenlandschap ii renden (en waggelden) Martin Luther King Jr., Malcolm X, Harriet Tubman en een eivormig bruin Weeble-poppetje door een moerasachtig kreupelbos, op de vlucht voor een meute Duitse herders die een gewapende lynch mob aanvoerden die bestond uit mijn G.I. Joe-poppetjes in Ku Klux Klanbeddenlakens.’

“Tot wie, en tot welke sociaal-culturele subtekst, voel je je het meest aangetrokken, jongen?” vraagt zijn vader. Zoon geeft natuurlijk het verkeerde antwoord. Maar al van jongs af aan voelt hij dat hij beter niet zwart kan zijn en groeit zijn afkeer jegens zijn eigen ras.

Nietsontziend brengt Beatty in kaart hoe diepgeworteld de rassenscheiding in de Amerikaanse maatschappij is. Hij schreef het boek voordat Trump president werd, maar heeft de tijdsgeest angstaanjagend goed getroffen. Hij lijkt jarenlange ergernis en frustratie in een moment van profetische helderheid van zich te hebben afgeschreven. De verrader is de meest prikkelende en ongemakkelijke roman die ik in tijden heb gelezen. Hoe nu verder? Het antwoord lijkt onbereikbaarder dan ooit.

Recensie Jamal Ouariachi – Herinneringen in aluminiumfolie

Recensie Jamal Ouariachi – Herinneringen in aluminiumfolie

Het Parool, Boeken, zaterdag 11 maart 2017 De biefstuk van aardige Peter **** Dieuwertje Mertens Waarom is het korte verhaal het ‘zorgenkindje’ van de literatuur? Volgens Jamal Ouariachi (1978) is het de schuld van de schrijver die het genre als slecht betaalde, weinig prestigieuze bijverdienste […]

een gedicht belicht

een gedicht belicht

Voor DBNL schreef ik een stukje over onderstaand gedicht Zeevos van Peter Holvoet-Hanssen Een gedicht belicht Over Peter Holvoet-Hanssen, Zeevos Zeevos zodra ik op mijn poten stond: met hagel in de kont zat van kabaal en kunstlicht enkel wolken als kompas langs kruimels bos in […]

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Recensie Carolina Trujillo – Vrije Radicalen

Het Parool, Boeken 4 maart 2017

****

Uruguayaanse vrienden storten zich in het onheil

Dieuwertje Mertens

In Vrije radicalen, de vierde roman van Carolina Trujillo (1970), staat de vriendschap tussen Jaime Castro, die opgroeit aan de ‘goede kant van de snelweg’ in Montevideo (Uruguay) en straatjongen Gaston, ‘Gas’, centraal. Vrije radicalen zijn kleine, ongebonden deeltjes die vrijkomen als afvalstoffen van processen in en buiten het lichaam en die zich makkelijk hechten aan andere stoffen en op die manier schade kunnen toebrengen. De titel is een perfect gekozen metafoor voor de vriendschap tussen Jaime en Gaston.

Dat Trujillo graag ingrediënten uit haar eigen leven gebruikt om haar veelgeprezen romans zoals De terugkeer van Lupe Garcí­a (2011) mee te kleuren, is geen geheim. Ze werd geboren in Montevideo en kwam op zesjarige leeftijd als politiek vluchteling in Nederland terecht. De cultuurverschillen tussen Uruguay en Nederland, zelfdestructie en alcohol- en cocaïnegebruik zijn terugkerende thema’s in haar werk, ook in Vrije radicalen.

Hoofdpersonage Jaime heeft niets te verliezen: zijn jeugd is getekend door het wrede dictatoriale regime in Uruguay, waaronder hij zijn twee broers verloor bij een actie, zijn vader zich ophing aan de deurkruk van zijn gevangeniscel en zijn moeder zich dagelijks met medicatie drogeerde om het verdriet niet te voelen, tot deze troost haar fataal werd. Jeugdvriend Gas, die hij op de begrafenis van zijn vader ontmoet, is in wezen de enige stabiele factor in zijn leven.

Op zijn achttiende emigreert Jaime naar Amsterdam, waar hij later binnen de grachtengordel een succesvol leven leidt; ‘geslaagd als verslaggever, mislukt als mens’. Zijn bewondering gaat uit naar Gas, die ondertussen als strijder tegen onrecht, dierenleed en milieuvervuiling door het leven gaat. Jaime blijft hem ook vanuit Nederland opzoeken in zijn hut buiten Montevideo om deel te nemen aan acties en er reportages over te schrijven.

Ondanks alle ellende en gruwelijkheden die Jaime in zijn jeugd heeft doorstaan, is zijn verteltoon luchthartig, soms ironisch, maar nergens zwaarmoedig, wat zowel mededogen als bewondering voor het personage oproept. Hij beziet zijn leven met een zekere afstand. Trujillo is niet alleen stilistisch een begaafd schrijver, maar heeft ook werkelijk een (oorspronkelijk) verhaal te vertellen: bijna elke zin brandt van urgentie.

Halverwege het boek denk je: hier laat Trujillo een steek vallen, er is een hap uit het verhaal genomen. Dat blijkt (natuurlijk!) een strategische zet van de schrijver te zijn: Jaime wordt psychotisch en durft zijn huis niet meer uit. Een onbetrouwbare verteller biedt de mogelijkheid om alles op losse schroeven te zetten en een nieuw soort spanning in het verhaal te brengen. Jaime vraagt Gas om hem te komen helpen. Die besluit het bezoekje aan zijn vriend met het nuttige te verenigen en slikt bolletjes, zodat hij in Amsterdam inkomsten kan genereren. Bij Jaime thuis broedt hij tussen het dealen door op allerlei acties, waaronder een aanslag op de Miljonair Fair.

Gedurende de aanloop hiernaartoe verliest het verhaal, tussen waan en werkelijkheid, wat van z’n stuwende kracht: Trujillo heeft de gang naar de afgrond misschien wat te lang opgerekt. Maar de lezer is al verloren. Hij kan niet anders dan meegaan in Jaimes val en, tegen beter weten in, hopen op een zachte landing.

Lees hier een fragment uit Vrije Radicalen.

Recensie Martijn den Ouden – Een kogelvrije zomer

Recensie Martijn den Ouden – Een kogelvrije zomer

Het Parool, PS Boeken, zaterdag 11 februari **** Waarover dit gaat is de vraag Dieuwertje Mertens Ook in zijn derde bundel Een kogelvrije zomer laat beeldend kunstenaar en dichter Martijn den Ouden (1983) zien niet bang te zijn er in alle vrijheid op los te […]

Recensie Tonnus Oosterhoff – Ja Nee

Recensie Tonnus Oosterhoff – Ja Nee

Het Parool, Boeken, Zaterdag 25 februari 2017 ***** Dichter van de raadsels en hersenaandoeningen Dieuwertje Mertens Een eeneiige tweeling fietst op een natte weg./ De ene broer laveert om de slakken te missen,/ de ander om er zoveel mogelijk te raken./ De twee broers achter […]

Recensie Vicky Francken – Röntgenfotomodel

Recensie Vicky Francken – Röntgenfotomodel

Het Parool, Zaterdag 18 februari 2017

****

Aanstormend talent is Francken nu niet meer

Dieuwertje Mertens

Tien jaar geleden zette Vicky Francken (1989) – de toen piepjonge student Frans – haar eerste schreden op het dichterspad. Niet op schreeuwerige wijze, maar wel overal aanwezig: op poëzieavonden, slams en later ook in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad, Tirade en Revisor. Ze werd jarenlang geroemd als aanstormend talent. Nu is er eindelijk de bundel Röntgenfotomodel.

De titel kun je lezen met de nadruk op röntgenfoto of op fotomodel. Het röntgen-fotomodel is de ultieme vorm van exhibitionisme en schaamteloosheid: ze vindt het niet erg om te poseren en tegelijkertijd doorgelicht te worden, zodat binnen- en buitenkant beide zichtbaar worden.

Het ‘röntgenfoto-model’ poseert echter niet van harte. Ze wordt tegen het licht gehouden om te zien wat haar mankeert: Ze willen je helpen/ maar je voelt je klein en bekeken. De situatie is verwarrend: De dokter draagt een witte jas/ maar noemt zich fotograaf.(…) Kun je nog een andere pose aannemen?/ de ideale verhoudingen, ik zie ze schitteren/ aan de rand van je binnenkant

Na ‘zoveel foto’s’ mag het röntgenfotomodel gaan. ‘Wees blij’ zegt de dokter/fotograaf. Hoe kan het model blij zijn? Er is haar iets ontnomen. Ze ondergaat wel vaker gelaten wat de situatie haar vraagt.

Die defaitistische houding zien we terug in Die zomer: dacht je dat het erbij hoorde/ net als vallen van een eenwieler (…) een zelfde zomer/ maar al ouder is er iemand die met je onder de douche wil// je hebt er de leeftijd voor/ maar je houdt je ondergoed aan// je bent oud genoeg voor een mening/ maar je hebt geen idee// touwtrekken met helmgras// wat win je/als je wint. Het kind dat in haar huist, is niet verdwenen met het volwassen lichaam dat ze probeert te verbergen: ze doet wel wat er van haar wordt gevraagd, maar het is haar onduidelijk waarom. Die kwetsbaarheid kenmerkt de bundel.

Fotografie is een terugkerend thema in het werk van Francken. Toch toont het beeld niet per definitie de waarheid. Ze zoekt naar wat onder de oppervlakte ligt. En aan de foto’s ligt altijd een negatief ten grondslag: Blij maar zo ziet het er niet uit.(…) Interpretatie, interpretatie dicht Francken in de reeks Foto.

Het is uiteindelijk de taal die betekenis geeft – maar nooit uitsluitsel. Dat laat ze zien in het ijzersterke gedicht Superbia over een vrouw die de dood onder haar rokken heeft in de vorm van ‘een kind dat nooit zal ademen’: het moet een kleine dood zijn (…)/ kan de dood klein zijn, heeft de dood een maat/ heeft de dood een maatje/ kun je de dood de maat nemen – of de das omdoen. Francken speelt een spel met woorden en betekenissen, met uitdrukkingen, met ‘letterlijk’ en ‘figuurlijk’.

Sta je zondagmorgen voor je ribbenkast/ en geen geluid// wilde dieren zijn de stilste dieren, besluit de dichter. Ineens staan ze voor je. Wachten op Francken was de moeite waard. Wat een prachtig en afgewogen debuut.

Lees hier het gedicht Laat ik je een gewetensschaap stellen uit Röntgenfotomodel.

Recensie Ivo Victoria – Billie & Seb

Recensie Ivo Victoria – Billie & Seb

Het Parool, Zaterdag 4 februari 2017 *** Zonderling zorgenkind op afgelegen schiereiland Dieuwertje Mertens ‘Het geweer was een opluchting.’ Al bij het lezen van de openingszin weet je dat er stront aan de knikker is. In Billie & Seb smeert de Vlaamse auteur Ivo Victoria […]

Recensie Ester Naomi Perquin – Meervoudig Afwezig

Recensie Ester Naomi Perquin – Meervoudig Afwezig

Het Parool, PS Boeken 21 januari 2017 **** Koele distantie verhult paniek Dieuwertje Mertens Ester Naomi Perquin (1980) zoekt in haar vierde dichtbundel Meervoudig afwezig naar een antwoord op de particuliere én universele vraag: wat blijft er achter als je vertrekt (uit een huwelijk)? Een […]

Recensie Annelies Verbeke – Halleluja

Recensie Annelies Verbeke – Halleluja

Het Parool, 14 januari 2017 (Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant)

****

De dreiging is altijd voelbaar

Dieuwertje Mertens

De titel van de nieuwe verhalenbundel van de Vlaamse auteur Annelies Verbeke (1976), Halleluja, komt in geen van de vijftien verhalen woordelijk voor. Deze kreet (prijs God!) hoort bij wederopstanding of een nieuw begin. Daar hebben alle personages uit de verhalenbundel mee te maken. Zelden blijkt dit een zegen.

De huilbaby in het eerste verhaal houdt er nu al een nihilistische levensopvatting op na: ”s Nachts tuur ik opnieuw naar de gloeiende opgerichte sabel boven mijn wieg. Ik ben weer een nacht dichter bij de vergetelheid, zo moet ik het zien: een nacht dichter bij de schone lei.’ Even later roept hij theatraal wanhopig naar zijn ouders: ‘Draag mij! Draag het kind dat van jullie moest leven! Draag al wat me te wachten staat!’

Verbeke voert wel meer verrassende stemmen op in haar verhalen. Ze vertelt net zo makkelijk vanuit van een Liberiaan die auto’s schoonmaakt, een ex-gedetineerde of een vrouwelijke auteur die is getransformeerd in een versleten, schurftige beer (een leuke variatie op Kafka’s Die Verwandlung). Toch − en daar toont zich de meesterverteller − ben je altijd bereid met de personages mee te gaan. Ze zijn eigenzinnig, maar wel herkenbaar.

Ook stilistisch maakt Verbeke indruk: haar schrijfstijl varieert van ingetogen tot meeslepend en is dan weer poëtisch of experimenteel. Haar liefde voor de taal blijkt alleen al uit het gegeven dat ze regelmatig even blijft hangen bij de schoonheid van woorden: ‘navelstaren’, ‘nevenschade’, een ‘cumulus congestus’.

Haar vakmanschap is echter geen geïsoleerd literair kunstje. Actuele en maatschappelijke thema’s spelen op de achtergrond: een seniorenappartement waar een moeder wordt verzorgd door een knappe robot, een net gehuwde slechtziende moslima gaat in een slechte wijk in Brussel koffiedrinken met een man die ze op straat heeft ontmoet. De dreiging is voelbaar, maar wordt niet concreet.

De grondtoon van de bundel is treurig: de personages krijgen misschien wel nieuwe kansen, maar worden tegelijkertijd gegijzeld door hun eigen onvermogen. De wrede of ontbrekende twist in de plot laat de lezer regelmatig met een onbestemd gevoel achter.

Verbeke, die zich altijd al heeft opgesteld als voorvechter van het korte verhaal, is de gedroomde ambassadrice van het genre. Wat een fijn begin van een nieuw boekenjaar. Halleluja.