Recent Posts

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Worsteling met Bijbel en homoseksualiteit

Het Parool, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, 5 januari 2019 Woede als een oud motorblok, ontleden Door Dieuwertje Mertens Wat doe je als je geen kant op kunt met je woede? ‘Een woede als een oud motorblok/ ontleden, met je handen verspreiden over een…

Mooi, mooier, mooist

Mooi, mooier, mooist

Het Parool, PS Magazine, 15 december 2018 De mooiste boeken van 2018 De polyglotte geliefden, Lina Wolff In dit diepgravende, gelaagde literaire meesterwerk draait alles om hoe geliefden naar elkaar kijken. Je kunt het lezen vanuit een feministisch perspectief en dan gaat het over the…

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Dystopische roman: Recht op abortus, adoptie en ivf voor alleenstaanden vervalt

Het Parool, Boeken, zaterdag 1 december 2018

‘De apathie van de vrouwen wordt bestraft’

Dieuwertje Mertens

In het Amerika van de toekomst worden ‘Persoonswetten’ uitgevaardigd die de levens van vrouwen ernstig inperken. Haar roman Rode klok, waarschuwt Leni Zumas, kan zomaar werkelijkheid worden.

Dus we ontmoeten elkaar aan de tegenovergestelde uiteinden van deze dag,” zegt de Amerikaanse schrijver en feminist Leni Zumas (46). We spreken elkaar via Skype over haar dystopische roman Rode klok (Red Clocks), waarin de zogenaamde ‘Persoonswetten’ de levens van vijf vrouwen ernstig beperken: het recht op abortus, ivf en adoptie voor alleenstaande wensouders is komen te vervallen.

Zumas zit aan het bureau van haar zonovergoten werkkamer in Portland. De interviewer zit onder een lamp aan de eettafel met op de achtergrond een donkere tuin. Zumas verkeert in een staat ergens tussen woede en depressie in: haar roman kan zomaar werkelijkheid worden.

“Het is hier verschrikkelijk. Het gegeven dat de conservatief Brett Kavanaugh is benoemd als lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof, heeft de weg vrijgemaakt voor de Conservatieven als het gaat om het terugdraaien van het recht op abortus.”

“Voor veel vrouwen in Amerika is het nu al onmogelijk om abortus te plegen, omdat ze te arm zijn of te ver van een kliniek vandaan wonen. Ik denk dat Trump zelf geen ideeën over abortus heeft. Hij maakt zich alleen druk om zijn populariteit. Maar iemand als vice-president Mike Pence, een fundamentalistische christen, zal er alles aan doen om abortus illegaal te maken en hij heeft nu de middelen om dat te laten gebeuren.”

De vijf vrouwelijke hoofdpersonages in Rode klok lijken de invoering van de Persoonswetten gelaten te ondergaan. Vindt u dat vrouwen in het algemeen te weinig tegen mannelijke onderdrukking ingaan?

“Aan het begin van de roman bevinden de personages zich in een apathische toestand, waaruit ze langzaam ontwaken, zodat ze de urgentie van hun problemen onder ogen moeten komen. Gaandeweg het verhaal zie je hoe deze apathie wordt bestraft. Maar de meeste vrouwen en mensen van onbepaald geslacht uit mijn eigen omgeving reageren altijd op mannelijke onderdrukking! Ik zou zeggen dat het vooral cisgender mannen zijn die onvoldoende op mannelijke onderdrukking reageren.”

U bent inmiddels moeder van een zoon, maar u heeft lang geworsteld met uw vruchtbaarheid. Hoe heeft dit de roman beïnvloed?

“Toen ik 34 was, had ik geen partner en besloot ik dat ik als alleenstaande moeder een kind op de wereld wilde zetten. Ik kwam erachter dat ik het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) heb waardoor ik verminderd vruchtbaar ben. Ik kreeg zes ivf-behandelingen, die allemaal mislukten. Mijn ervaring met artsen was erg naar. Ze behandelden mijn lichaam als een object.”

“Nadat ik mijn huidige partner tien jaar geleden had ontmoet, besloten we opnieuw een poging te doen. Ook mijn tweede ervaring met artsen was slecht, ze bleven maar herhalen: de tijd raakt op, je bent te oud, je hoort je zorgen te maken. Ik was erg bang om oud te worden en geen kinderen te krijgen. Ik ben research gaan doen naar hoe er tegen vruchtbaarheid en gynaecologische behandelingen door de eeuwen heen werd aangekeken. Hysterie werd bijvoorbeeld gezien als een probleem van de baarmoeder, onvruchtbaarheid werd geweten aan een slechte geestelijke gesteldheid. Ik wilde hier een essay over schrijven, maar kwam erachter dat ik dit verhaal beter middels een personage kon vertellen. De Biografe werd geboren en zij vertelt over verminderde vruchtbaarheid en haar kinderwens. ”

“Omdat ik verschillende perspectieven op vruchtbaarheid wilde geven, werden ook al snel De Moeder en De Genezeres geboren. Ik laat maar een klein aantal perspectieven zien, want de vrouwen in mijn boek verkeren allemaal in een soort geprivilegieerde staat: ze zijn niet per se rijk, maar ze lijden ook geen honger en leven niet in oorlog.”

Uw hoofdpersonages worden op functionele wijze gereduceerd door ze terug te brengen tot hun rol door ze ‘De Echtgenote’, ‘De Biografe’, ‘De Genezeres’, ‘De Dochter’ te noemen. Is dat een manier om kritiek uit te oefenen op de positie van de vrouw?

“Het uitdelen van etiketten begon als een experiment. Ik bewonder de roman Visitation van Jenny Erpenbeck, waarin de hoofdstukken zijn vernoemd naar de namen van de verschillende inwoners van een kleine gemeenschap aan het water; de Tuinier, de Architect, de Jeugdvriend. Ik probeerde iets soortgelijks bij de hoofdstukken van Rode klok en ik werd direct gegrepen door het effect: de reductie van een karakter tot haar rol. Dat zorgt inderdaad voor een kritische distantie: de lezer wordt uitgenodigd om te overdenken wat de consequenties zijn als je niet meer als individu, maar als generieke rolvervuller wordt gezien.”

Een mooi voorbeeld van hoe stigmatiserend deze rollen kunnen zijn, is Gin Percival, ‘De Genezeres’ in uw verhaal, een kruidendokter die gratis abortussen uitvoert. Ze is een soort heks. Waarom denkt u dat mensen bang zijn voor vrouwen die zich niet aanpassen?

“Ik zou een ‘heks’ omschrijven als iemand die dingen ziet en fenomenen erkent die andere mensen door sociale aanpassing niet kunnen verdragen, of er zelfs maar ontvankelijk voor zijn. Een heks is een visionair, een profetische antenne, iemand die het wonderlijke en het alarmerende onthult, vaak omdat ze op plekken komt waar wij niet durven te komen. Gin excuseert zich niet voor de manier waarop ze afwijkt van de norm. Ze probeert niet eens aan de norm te voldoen. Dat is waarschijnlijk wat mensen het meest bedreigend vinden.”

Rode klok is een geëngageerde roman, maar u heeft geen concessies gedaan aan de literaire kwaliteit – de opbouw en stijl zijn complex en gelaagd – het is zeker geen pamflet geworden.

“Fictie is op haar best als het de scheuren en de gaten laat zien; de ambivalente, ambigue ruimtes. Ik ben blij te horen dat je het geen belerende roman vond. Ik heb nooit de intentie om een boodschap de wereld in te sturen: dat is geen goede fictie. Ik dacht ook niet: ik ga een feministische roman schrijven, maar ik kijk naar de wereld met een feministische blik, dus daar zal zeker iets van doorgesijpeld zijn.”

Is het vandaag de dag belangrijk om feminist te zijn?

“O god, ja! Feminist zijn betekent voor mij dat ik de wereld door een kritische en nieuwsgierige lens bekijk, waarbij ik de kennis die ik heb naast me neerleg en verder probeer te kijken dan het gladde oppervlak, naar alle tegenstrijdigheden en complexiteiten die eronder liggen. Het is een vorm van generatieve en noodzakelijke scepsis.”

BESTE BOEK VAN 2018

Leni Zumas woont in Portland, Oregon, waar ze doceert aan Oregon State University. Ze schreef eerder de verhalenbundel Farewell Navigator en de roman The Listeners. Red Clocks is door Time Magazine uitgeroepen tot beste boek van 2018. Zumas is volgend jaar te gast op het festival Winternachten, dat van 17 t/m 20 januari plaatsheeft in Den Haag.

 

Met feminisme kom je niet ver

Met feminisme kom je niet ver

Het Parool, Boeken, zaterdag 24 november 2018 Machismo-mores: Man-vrouwverhoudingen in Colombia De literaire misdaadroman De schoonheidssalon van Melba Escobar wordt gezien als het feministische antwoord op Narcos, maar toont vooral de beperkingen van feminisme in een machismocultuur. Door Dieuwertje Mertens ‘Patricia stopte in de favela.…

Onder klamme lakens

Onder klamme lakens

Het parool, Boeken, zaterdag 17 november 2018 De Cambertbertmethode van Frouke Arns De Camembertmethode, de derde bundel van Frouke Arns, heeft een vreemde en fascinerende titel, want ‘een methode’ verwijst naar een vaste en doordachte handelswijze. Arns verwijst echter niet naar de bereidingswijze van het…

Fritzi, koningin van de bohème

Fritzi, koningin van de bohème

Het Parool, Boeken, zaterdag 12 november 2018

Jagtlust: Ontmanteling van de mythe

Dieuwertje Mertens

Dichter, schrijver en kunstenaar F. Harmsen van Beek, beter bekend als Fritzi, genoot de reputatie ‘de koningin van de bohème te zijn, een icoon van de in de jaren zestig alom gezongen lof der onaangepastheid.’ Was het niet in haar Blaricumse landhuis Jagtlust, waar veel van de toenmalige schrijvers en kunstenaars een ‘permanent Boekenbal’ hielden? ‘Werd daar niet lustig gedronken, gerookt en gesekst dat de stukken eraf vlogen?’ schrijft Maaike Meijer in het voorwoord van Hemelse mevrouw Frederike. In haar biografie wil ze dit beeld rechtzetten. En ze wil ‘het werk tot leven brengen’.

In een kunstenaarsbiografie hoort het werk centraal te staan, vindt Meijer. Maar ze maakt ook graag aanleidingen en bronnen zichtbaar en ze heeft wat misverstanden recht te zetten. Kortom: ze heeft een volle, ambitieuze agenda. Wat haar eigen plek is in de biografie benoemt ze niet, maar die openbaart zich al snel. Meijer bewondert het werk en zit Frederike dicht op de huid, maar kijkt ook met een kritische, analytische en feministische blik naar Frederike en haar omgeving. Als een postume vriendin springt Meijer voor Frederike in de bres, maar hoe ouder en onmogelijker Frederike wordt, hoe meer de liefde van de biograaf lijkt te bekoelen. Meijer is geen doorgeefluik van bronnen en feiten: ze vindt er zelf ook iets van.

Ze windt zich bijvoorbeeld erg op over het beeld dat van ‘Fritzi’ is ontstaan en dat door onder andere Annejet van der Zijl weer werd bevestigd in Jagtlust (1998); een portret van het landhuis en de schrijvers en kunstenaar die daar hun tijd doorbrachten. Meijer wijst twee bronnen aan die ze verantwoordelijk houdt voor het creëren van de mythe rondom Jagtlust en ‘Fritzi’. Journalist Betty van Garrel die ‘Fritzi’ portretteerde in een ‘badinerend’ stukje in de Haagse Post vol ‘borrelpraat’ van onbetrouwbare bronnen. Goede vriend Gerard Reve voert haar in Op weg naar het einde op als literair personage Oofi en trekt uit Jagtlust een literair decor op waarin alle burgerlijke wetten geschonden worden. Hij schrijft bijvoorbeeld: ‘(..) na welk feest (ik sliep op de zolder, in roze lakens) er van de 144 stuks gehuurd glaswerk slechts één sherryglas, op een bibelot of etagèretje staand, de volgende ochtend over was (..)’.Meijer denkt dat bij de beschrijvingen van de feesten het hyperbolische en ironische (reviaanse) karakter over het hoofd is gezien en de brief klakkeloos voor ‘waar’ is aangenomen.

Meeslepend leven

Frederike was in wezen een nette en serieel monogame dame; ze had relaties met onder anderen Remco Campert, Peter Vos en Matthijs Röling. Ze vond het niet leuk om de reputatie van feestende lichtekooi te hebben, maar die reputatie zat literaire waardering niet in de weg. Meijer laat zien hoe tout literair Nederland – critici, uitgevers en collega’s – gek was op haar werk. Ze ontving literaire prijzen en hield er zelfs een aanvulling op haar AOW aan over.

Ook Meijer toont zich een bewonderaar van haar werk. Harmsen van Beek was, zo laat deze biografie ook zien, een fantastische ontregelende dichter en schrijver met een volstrekt eigen idioom. Aan de hand van heldere, doorwrochte analyses bevestigt en weerlegt Meijer interpretaties van derden en ziet verbanden met het leven van de auteur. Zoals in het bekende: ‘Geachte Muizenpoot,/Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel/ vervelend als ik voorover lig gebed in mijn gedachten//aan U en ben ik ook heel eenzaam (..).’ Meijer laat zien hoe dit gedicht echo’s van een brief aan ex-geliefde tekenaar Peter Vos bevat.

Maar het leven zelf overheerst: rijk en onstuimig en met aan alcoholisme verwante (gezondheids)problemen. Nadat Frederike Jagtlust gedwongen heeft moeten verlaten, zet de aftakeling in. Meijer deelt in de teleurstelling van veel vrienden aangaande de steeds grilliger en afstandelijker – paranoïde zelfs – wordende Frederike. Ze ergert zich aan haar financiële naïviteit en hulpeloosheid en haar lafhartige omgang met vrienden, die ze niet zelf de waarheid durft te zeggen. Frederikes grootse en meeslepende leven eindigt klein en droevig.

Die desillusie is misschien wel de grootste ontmanteling van de mythe.

FLIPJE VAN TIEL

Frederike Martine ten Harmsen van der Beek (1927-2009) werd door vrienden Fritzi of Ofiti genoemd. Zelf hoorde ze het liefst Frederike, een wens die door de biograaf is geëerbiedigd. Haar ouders waren tekenaars. Haar vader tekende onder meer Flipje van Tiel; na zijn dood zou zij deze strip van hem overnemen. Tekenklussen vormden haar voornaamste inkomstenbron. Als haar toenmalige man Remco Campert toevallig haar gedichten onder ogen krijgt, is hij erg onder de indruk en dringt erop aan de gedichten de wereld in te helpen. Ze debuteert in 1965 onder de naam F. Harmsen van Beek met Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten. Andere werken zijn Neerbraak (verhalen) en Kus of ik schrijf (gedichten).

 

Onduidelijke correspondentie en de nadelige gevolgen, in twee verzen
I
Geachte Muizenpoot,
Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend,als ik voorover lig gebed in mijn gedachten
 ~
aan U ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat
 ~
ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die
 ~
bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-
 ~
zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is – en niet omgekeerd- opdat U daar niet in
 ~
zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)
 ~
Nu met mijn hart gaat het wel beter, maar de tuin is
verwoest mijn lam, verwoest. En ik sta radeloos onder
 ~
onzuiver  groen in dit en komende seizoenen: mijn hoofd
tot hatens toe, mijn hout tot bladeren bedorven en
 ~
schrijven wij pas mei. Dat hebt U er nu van, mij
‘s winters te beminnen en ‘s zomers te dwingen onder
 ~
raar lover humorloos en onchinees te wezen, mij, lief
hebbend evenwichtig als een oude man, genegenheid bed-
 ~
weterig doen zien ontaarden in het teer, vraatzuchtig
zeuren der libelle-achtige dames, want ik weet mijn plek.
 ~
Een teer punt. Een voordeel zo te zien, maar wezenlijker
reden om over in te zitten dan de onbenulligheden die
 ~
van onderhonden* het gedachtenleven leiden tot in priëlen
van zelfbeklag: zulk lijden slecht gemotiveerd maar zinvol,
 ~
want wie, wie vreet mijn spijt? * Neem dan de bomen maar, die
bloeiend blind tot vaderloos afvallige vruchten, bederf en
 ~
winterkou: en nooit een klacht! Want tot verstommens toe is
liefde hun te moede. Te moede is. Liefde mij te moede, is
 ~
liefde mij…etc.
 ~
(handtekening onleesbaar)
*Maaike Meijer laat zien dat deze frasen letterlijk uit de correspondentie van F. Harmsen ten Beek met Peter Vos komen.

 

Verloofden, lees dit niet/wel

Verloofden, lees dit niet/wel

Analyse: Echtelijke verbintenis in de literatuur Geluk vormt de aanloop, de trouwerij is de prelude op de hel die zal volgen. Echtscheidingsliteratuur is een genre op zich, schrijft Dieuwertje Mertens naar aanleiding van de nu verschenen bundeling Huwelijksverhalen van Mensje van Keulen. ‘Philip moet toegeven…

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Doorgeefluik voor verhalen van anderen

Het Parool, Boeken, zaterdag 13 oktober ‘Ze zag zichzelf meer en meer als een uitgespaarde vorm, een contour’ Dieuwertje Mertens Wat gebeurt er als je het ego van de verteller van een roman weglaat en haar omgeving leidend maakt? De Brits- Canadese schrijver Rachel Cusk…

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

‘Ik ben niet erg belezen, ik ken de canon niet’

Het Parool, Boeken, 13 oktober 2018

Debuut: Jonge redacteur en beroemde schrijver

Dieuwertje Mertens

Als ghostwriter schreef ze ‘met een masker op’. Dat werkte bevrijdend, merkte Lisa Halliday toen ze een boek schreef over een onderwerp waarvan ze wist dat het tot roddels zou leiden.

Halverwege het gesprek zegt de Amerikaanse auteur Lisa Halliday (1977): “Iedereen weet intussen wel dat ik Philip Roth goed heb gekend, maar ik heb het verhaal grotendeels verzonnen.” Snel gaat ze verder met een uitleg over literaire verbeelding. Overbodig, want als het afgelopen jaar één boek is verschenen dat de kracht van fictie zo uitbundig vierde, dan was het wel haar veelgeprezen debuutroman Asymmetrie, waarvoor ze The Whiting Award 2018 voor fictie ontving.

Asymmetrie begint vanuit het perspectief van Alice, een jonge redacteur met schrijfambities. Zij krijgt een verhouding met de veel oudere en wereldberoemde auteur Ezra Blazer. Halliday had zelf in haar twintiger jaren een verhouding met Philip Roth, toen ze als redacteur werkte bij The Wylies Agency, een groot literair agentschap in New York. Tot zover de autobiografische suggestie. Het tweede verhaal gaat over Amar, een Irakees-Amerikaanse econoom, die onderweg naar zijn broer in Koerdistan een weekend wordt vastgehouden op Heathrow Airport in Londen. Het derde deel is een transcript van het BBC-radioprogramma The Desert Island Discs, waarin Ezra Blazer te gast is.

Het verbaast me dat u Philip Roth ter sprake brengt. Voor aanvang van dit interview kreeg ik de instructie geen vragen over hem te stellen. Waarom niet?

“Veel lezers hebben de neiging om zich op hem te richten. Het is verkeerd te veronderstellen dat ik Alice ben en hij Ezra. Ik wil mensen aanmoedigen het boek te lezen. Maar het is natuurlijk kunstmatig om het niet over Philip Roth te hebben. Hij was een dierbare vriend met wie ik veel belde en mailde. Ik mis hem verschrikkelijk.”

Waarom heeft het zo lang geduurd voordat u debuteerde?

“Toen ik bij The Wylies Agency werkte, ontstond de drang om te schrijven, maar ik was erg traag in het ontwikkelen van het benodigde zelfvertrouwen. Nadat een kort verhaal van me in The Paris Review werd geplaatst, voelde ik me aangemoedigd. In 2006 verliet ik het agentschap met het doel te gaan schrijven. Intussen moest ik als freelancer mijn geld bij elkaar verdienen. Dat deed ik als ghostwriter, proeflezer, ik heb zelfs huizen schoongemaakt. Toentertijd vond ik dat niet leuk, nu zie ik het als de beste schrijfcursus die ik had kunnen hebben. Als ghostwriter word je gedwongen om je primair bezig te houden met het verhaal. Je moet je ego naast je neerleggen. Het is alsof je schrijft met een masker op en dat werkt bevrijdend, zeker als je voornemens bent om te gaan schrijven over een onderwerp dat voor de nodige roddels zal zorgen. Toen ik over Alice en Ezra schreef, zei ik tegen mezelf: doe alsof je een ghostwriter bent.”

Veel debuten krijgen de kritiek navelstaarderig te zijn. Met het autobiografisch aandoende eerste deel zet u de lezer in eerste instantie op het verkeerde been. Hebt u daar veel plezier aan beleefd?

“Ik houd me erg bezig met de vraag: waarover zouden we moeten schrijven? Vandaag de dag is het onmogelijk om een boek te lezen en niets over de auteur te weten, omdat delen van zijn leven online terug zijn te vinden – zowel feiten als onwaarheden. Ik denk dat veel hedendaagse schrijvers daarom experimenteren met het verwijzen naar die wereld in en buiten het boek. Toen ik eenmaal de structuur van de roman had bedacht, stelde ik mezelf de vraag: waarover kan ik schrijven? Moet het over mezelf gaan of kan het ook geslaagd worden als ik vanuit het perspectief van een ander schrijf, die totaal anders is dan ik? Veel schrijvers hebben het gevoel dat ze grote onderwerpen moeten behandelen in hun romans. Voor mij is een roman die kleine gebeurtenissen combineert met grote onderwerpen – de wereldproblematiek – een boek dat verbeeldt hoe het is om te leven.”

U schreef vanuit de Irakees-Amerikaanse moslim Amar. Dat is een perspectief dat in het Amerikaanse debat over culturele toe-eigening op veel weerstand kan stuiten.

“Culturele toe-eigening is een moeilijk onderwerp, zeker als je een witte westerse man bent – ik ben dan tenminste nog een vrouw. Deze discussie laaide op toen ik bijna klaar was met mijn roman, dus ik was er niet bewust mee bezig tijdens het schrijven. Ik vind echter dat een schrijver vrij is om te schrijven wat hij wil. Als je vanuit een ander perspectief schrijft, moet je je voorzichtig, nederig en betrokken opstellen, maar dat moet je hoe dan ook, anders wordt het niets. Het is belangrijk ook vanuit andere perspectieven te schrijven. Hoe kan ik mij inleven in de ander als ik niet eens bereid ben om het te proberen? En hoe kun jij me vertellen dat ik het helemaal bij het verkeerde eind heb, als ik het niet probeer? Schrijven vanuit een ander perspectief zie ik als het begin van een dialoog.”

Literatuur lijkt tegenwoordig vooral ‘waargebeurd’ te moeten zijn. Hebt u een statement willen maken?

“Lezers gaan het boek lezen met de gedachte dat het autobiografisch is. Vervolgens lezen ze het tweede deel over Amar en hebben ze geen idee wat ze daarmee aan moeten. Ik hoop dat ze dan het eerste deel gaan heroverwegen: verbeelding bestaat. Misschien is het verhaal van Alice en Ezra niet precies wat er is gebeurd? Natuurlijk neem je dingen uit het leven als uitgangspunt, maar die verander je, je verdraait ze. Amar is geïnspireerd op een studievriend van me. Hij heeft familie in Irak en is een van de intelligentste, grappigste en gevoeligste mensen die ik ken. Ik maakte aantekeningen van de gesprekken die ik met hem voerde over religie en zijn bezoeken aan Irak. Daarna vroeg ik hem of ik ze mocht gebruiken. Dat wilde hij absoluut niet hebben.” Lacht.

Wat voor research heeft u gedaan om van hem een geloofwaardig karakter te maken?

“Ik heb documentaires bekeken, boeken en artikelen gelezen, kaarten bestudeerd, met vrienden gesproken. Ik heb iedere bron binnen mijn bereik gebruikt, want ik ben er om voor de hand liggende redenen nooit geweest.”

Het boek gaat ook over twee generaties schrijvers. Wat is het grootste verschil tussen de generatie van Ezra en die van Alice?

“Ezra schrijft over de Holocaust. Alice is nieuwsgierig en leest de boeken die Ezra haar aanraadt. Ze denkt: als je een serieuze schrijver wilt zijn, dan moet je over serieuze onderwerpen schrijven. De generatie van Alice groeit op met de Irakoorlog. Haar geweten vertelt haar dat ze daarover zou moeten schrijven. Zelf heb ik kunstgeschiedenis gestudeerd, ik beschouw mezelf niet als erg belezen. Ik denk echter dat dit me vrijheid heeft gegeven. Ik ken de canon niet, ik hoef me niet te verhouden tot de literatuurgeschiedenis. Ik zag de structuur van het boek voor me als een vorm, een drieluik. En dat heb ik ingekleurd.”

 

#MeToo dringt door tot in het boek

#MeToo dringt door tot in het boek

INTERNATIONAAL  LITERATUURFESTIVAL  UTRECHT Schrijven volgens de eisen van deze tijd In een ideale wereld moet een roman niets. Maar in de uitgeefwereld van nu moet een roman van alles, schrijft Dieuwertje Mertens. Op het Internationaal Literatuur Festival Utrecht staat de roman een avond lang in…

Het stokje van den magiër

Het stokje van den magiër

Het Parool, zaterdag 15 september 2018, Boeken Slauerhoff nog steeds urgent Dieuwertje Mertens Dichter-scheepsarts Jan Slauerhoff (1898-1936) zou vandaag zijn verjaardag gevierd hebben. Nu, 82 jaar na zijn dood, verschenen eveneens de herziene Verzamelde gedichten met nooit eerder verschenen gedichten, bezorgd door Hein Aalders en…

Beheersing vereist bij liefdesverdriet

Beheersing vereist bij liefdesverdriet

Analyse: Hoe transformeer je misère tot literatuur?

Hoe groter het liefdesverdriet, hoe meer afstand en beheersing nodig zijn om daar een literaire vertelling van te maken. Met het uitgesproken hartenzeer van Petrarca hoef je tegenwoordig niet meer aan te komen.

Door Dieuwertje Mertens

‘Voor iedereen met gevoel in z’n donder’, prijkt groot op de achterflap van het poëziedebuut Victorieverdriet van Elfie Tromp. Aan gevoel ontbreekt het de bundel zeker niet. Tromp schreef de gedichten terwijl ze bijna ten onder ging aan liefdesverdriet na de breuk met auteur Jerry Hormone (ook wel bekend als kinderboekenschrijver Jeroen Aalbers). Over het algemeen geldt: hoe groter het liefdesverdriet, hoe meer afstand en beheersing is vereist.

‘(..) ik huil van vreugde, ik lach terwijl ik ween,/ leven en dood kwelt mij in gelijke mate:/ en dit, o liefste, komt door jou alleen!’ dichtte de veertiende-eeuwse Italiaan Francesco Petrarca in een van zijn befaamde sonnetten over Laura (de Noves), een getrouwde vrouw die hij van afstand beminde.

Met zo veel nadrukkelijk uitgesproken hartenzeer hoef je tegenwoordig niet meer aan te komen, wil je niet het verwijt krijgen een romanticus met een hang naar kitsch te zijn. Lijden en liefdes(breuken) zijn altijd al een dankbaar onderwerp voor literatuur geweest en nog steeds, denk aan: Berichten uit het tussenhuisje van Henk van Straten, Ik nog wel van jou van Elke Geurts en de dichtbundels Meervoudig afwezig van Ester Naomi Perquin en het onlangs verschenen Verzonnen grond van Désanne van Brederode.

Slecht beoordelaar

Als je bijna verdrinkt in liefdesverdriet, is het moeilijk om boven de materie te staan. Je hebt onvoldoende afstand tot het onderwerp, waardoor je een slecht beoordelaar bent van wat goed is en wat niet.

In pogingen tot deconstructie – waar ging het mis? – ligt het gevaar op de loer dat je precies probeert te achterhalen wie wat wanneer en hoe zei of heeft gedaan, zoals Ingrid Hoogervorst na haar breuk met Atte Jongstra in Privédomein (2016) doet: ‘Onophoudelijk gonsden zinnen door mijn hoofd die mijn leven, tenminste mijn leven met mijn man, verklaren. Maar ik begreep ze niet. Alsof ik iets oversloeg. Of iets me was ontgaan. Al had ik er met mijn neus bovenop gezeten.’

In haar zoektocht naar antwoorden lukt het haar niet boven de materie uit te stijgen en deze om te vormen in een literaire vertelling, omdat ze te veel naar het gedrag van haar ex kijkt en haar eigen rol te weinig belicht.

‘Echt gebeurd is geen excuus’ luidt het beroemde adagium van wijlen Gerard Reve (Zelf schrijver worden, 1986). In de werkelijkheid gebeuren te veel dingen zonder logische oorzaak of logisch gevolg: het is aan de schrijver om deze causaliteit, dit zinvolle verband, aan te brengen. Je moet de werkelijkheid verdichten om er literatuur van te bakken.

Weinig flatterend

Hoe je dat succesvol doet, laat Elke Geurts zien in haar Ik nog wel van jou (2017). Het boek heeft een verschrikkelijk pathetische titel, die het ergste doet vermoeden, dus het eerste wat ze doet is proberen het misverstand recht te zetten over wat voor soort boek dit is.

In dit zieltogende relaas doet Geurts verslag van haar uiteenvallende huwelijk. Om het nog pijnlijker te maken laat ze – ogenschijnlijk goudeerlijk – zien hoe ze zich aan haar man vastklampt; ze cultiveert haar wanhoop. De reden waarom het toch een geslaagd boek is, is omdat ze aan de hand van haar liefdesverdriet laat zien hoe mensen, en schrijvers in het bijzonder, een verhaal construeren. Hoe manipuleer je de werkelijkheid om er literatuur van te maken? En die metavertelling máákt het verhaal.

Literaire verdichting, beeldspraak, show, don’t tell of ironie kunnen helpen om de misère in literatuur te transformeren. Dit maakt het gedicht of verhaal poëtischer en schrijnender dan wanneer het liefdesverdriet letterlijk wordt benoemd.

‘Openhartigheid moet voor iets groters staan, en niet alleen dienen om de ander te kwetsen’

Openhartigheid is alleen interessant als het symbool staat voor iets groters, ten dienste staat van het verhaal en niet selectief wordt ingezet, puur en alleen om een ander te schande te maken of te kwetsen, zoals Tromp lijkt te doen in het gedicht Wat hij haatte aan zijn ex. Dat is een opsomming van weinig flatterende opmerkingen aan het adres van de ex, die in literaire zin weinig toevoegen. Daar had een redacteur haar voor kunnen behoeden.

Ook literaire verdichting biedt ruimte voor wraak. Turks Fruit (1969) is niet de beste, maar wel de meest memorabele roman van Jan Wolkers gebleken. De meeste mensen denken bij Turks Fruit aan de verfilming van Paul Verhoeven met Monique van de Ven als Olga en Rutger Hauer als Erik. Iconisch is de scène waarin Erik door Amsterdam fietst met Olga achterop. Ze zijn net getrouwd en uitzinnig van geluk. Door deze scène, gecombineerd met nog wat hartstochtelijke liefdes- en seksscènes, is Turks Fruit de geschiedenis ingegaan als romantische klassieker.

De seksscènes in het boek zijn echter een stuk grimmiger dan die in de film en de Olga in de roman is een stuk minder leuk dan het karakter in de film. Uiteindelijk moet ze het ook nog met de dood bekopen – ze krijgt een hersentumor.

Annemarie Nauta – Wolkers tweede vrouw, die model stond voor Olga – verweet Wolkers in een interview bij Avro’s Televizier in 1972 dat hij haar met Olga ‘in haar blote kont had gezet’. Het boek stond volgens haar vol met zowel intieme details als leugens.

Beide kunnen in literair opzicht in principe geen kwaad. Het is de woede van de auteur die briesend boven het verhaal hangt, waarin zowel de kracht – de stilistische mokerslagen – als de zwakte van het boek schuilgaat; hij heeft geen afstand, kapot zal ze.

Ridiculiteit

Soms is er bij liefdesverdriet maar één manier om de boel te verlichten en dat is met humor. Door de ridiculiteit van een situatie of de eigen wanhoop te laten zien, relativeert Tjitske Janssen het verdriet in haar – inmiddels klassieker – De idioot op het dak. De ‘ik’ uit het gedicht klimt ‘s nachts op het dak van haar ex, omdat ze niet wil dat hij haar langdurige aanbellen negeert, niet wil dat hij haar negeert.

Als alle buren wakker zijn en de politie is gearriveerd, besluit de verteller: ‘Iemand vraagt me hoe ik op dat dak gekomen ben. Iemand vraagt me/ waarom ik dit deed. Liefdesverdriet, zeg ik. Ja, zegt een politieman,/ uit liefdesverdriet kun je rare dingen doen. Hoe heet je? Vraag ik hem./ Ik heet Paul, zegt hij. En waar woon je?’